Hoofd van "veenlijk' wordt gereconstrueerd

ASSEN, 10 APRIL. Het hoofd van het 2000 jaar oude enige "veenlijk' van Nederland, het zogenoemde Meisje van Yde, wordt gereconstrueerd. Het Drents Museum, waar het lijk in een vitrine ligt, heeft R. Neave van de Universiteit van Manchester opdracht gegeven een natuurgetrouwe reconstructie te maken van het gezicht van het meisje.

De replica wordt apart in het museum opgesteld. Neave reconstrueerde eerder het hoofd van 'de man van Lindow', een veenlijk dat in 1984 in het Engelse Cheshire werd gevonden, en dat van Philips II van Macedonië en enkele Egyptische mummies.

De reconstructie, die 7000 gulden kost, begint volgend jaar. Volgens W.A.B. van der Sanden, hoofd van de archeologische dienst van het Drents Museum, is dat redelijk goed uit te voeren, omdat de vorm van de schedel nog duidelijk zichtbaar is. “Aan de hand daarvan kan het zachte weefsel eromheen gebouwd worden en details zoals de vorm van de oren, de neusvleugels en de haarlijn”, aldus Van der Sanden.

Nog onzeker is of het hele veenlijk wordt overgebracht naar Engeland of dat die gebeurt aan de hand van een CT-scan en fotomateriaal. Het goed geconserveerde lijk van werd in 1897 gevonden in het veen bij Vries. Het 16-jarige meisje was door wurging om het leven gebracht. Van der Sanden gaat ervan uit dat ze geofferd is in de laatste eeuw voor Christus. De helft van het hoofdhaar was afgeknipt of afgeschoren. Volgens Van der Sanden waren venen sacrale plaatsen, wat ook zou blijken uit de talloze archeologische vondsten die er werden aangetroffen. Hij denkt dat het hoofd van het meisje het verleden aanschouwelijker maakt. “Archeologie wordt toch vaak geassocieerd met botjes en scherven. Met een reconstructie van het hoofd kunnen mensen iemand uit het verleden recht in de ogen kijken.”