Het verhaal van de verloren zoon Bernard Haitink

Bernard Haitink - een dirigentenleven: Ned.3, 20.25-21.54 uur.

Het anderhalf uur durende filmportret van Bernard Haitink, dat de NOS vanavond uitzendt, is indrukwekkend, gevoelig, dramatisch, soms tot tranen toe emotionerend, verbazingwekkend en zelfs af en toe hilarisch. Regisseur Hans Hulscher, die jarenlang vanuit het Amsterdamse Concertgebouw de traditionele Eurovisie-Kerstmatinees van Haitink in beeld bracht, volgde de dirigent een jaar lang tijdens zijn werk in het Londense operahuis Covent Garden en op zijn tocht langs de beroemdste concertpodia van de wereld, eindigend in zijn buitenhuis in Bergen (Noord-Holland).

Het mooie is dat er dankzij de overlappingen en de herhalingen zo'n fascinerend opgebouwde lijn ontstaat. We zien hem eerst in Londen, waar hij nu thuis is, Wagner dirigeren; dan Mahler in Berlijn, waar hij zich thuisvoelt en onverwachts met Jard van Nes kan werken als Jessye Norman afzegt; dan Mozart in Salzburg, waar hij voor het eerst beschroomd kwam op uitnodiging van Karajan; dan in Dresden, waarvandaan het het orkest hem meeneemt op tournee, onder andere naar Amsterdam. Later zien we hem in Wenen en New York, nu weer met de Berlijners: roerende beelden van zijn wat vermagerde gezicht met een gespannen mimiek, waarmee hij een ongelooflijke muzikale spanning kweekt.

Het is het verhaal van een verloren zoon, die, hoewel inmiddels ouder en wijzer, zich nog steeds niet geheel kan losmaken van de ergernis veroorzaakt door eigen vaderland, dat hem uitluidde als een van de grote zonen en hem, telkens weer extra hartelijk binnenhaalt en eert met een eredoctoraat en een Erasmusprijs.

De terugkeer voor een Brucknerconcert met de Dresdners in Amsterdam levert onvergetelijke beelden op. Herinneringen aan moeilijke jaren toen hij als jong, aankomend dirigentje het vak moest leren bij het wereldberoemde orkest, de latere jaren van gerijpt meesterschap, de laatste jaren van onmin, ruzie, irritatie en gekwetstheid.

Dan loopt Haitink, net als hij meer dan vijfentwintig jaar lang deed, samen met zijn vrouw de artiesteningang van het Concertgebouw binnen. De portier is aan de telefoon, maar breekt dat gesprek snel af. Dan gebeurt het: ze vragen waar ze moeten zijn. “In de antichambre.” "Antichambre? In mijn tijd was die er nog niet', ziet men Haitink denken. Het blijkt gewoon de ontvangstruimte van zijn oude dirigentenkamer. Hij dwaalt over het balkon in de Grote Zaal - wie zal zijn diepste gedachten peilen?

Hulscher kiest, na een lange monoloog van Haitink op zijn praatstoel in Bergen - over zichzelf als de anti-dirigent die luistert naar het orkest - voor ontroerende slotbeelden: een opname van het slot van de Vierde symfonie van Mahler met de door Maria Ewing gezongen regels Kein Musik ist ja nicht auf Erden, die uns'rer verglichen kan werden. Kijk eens hoe zij wordt begeleid door Bernard Haitink.