Expediteurs somber over ontwikkeling luchtvrachtmarkt

ROTTERDAM, 10 APRIL. De Nederlandse luchtvrachtexpediteurs zijn somber gestemd over de ontwikkeling van hun activiteiten dit jaar. Wegens de zwakke conjunctuur verwachten ze nauwelijks enige groei, zo heeft de Nederlandse Vereniging van Luchtvrachtexpediteurs (NVVL) gisteren bekendgemaakt.

Het voorbije jaar was voor de luchtvrachtexpediteurs, bemiddelaars in goederenvervoer door de lucht, wel succesvol. Ze behandelden 346.000 ton goederen, ruim 18 procent meer dan in 1990.

Het totaal aantal zendingen, met een gemiddeld gewicht van 287 kilo, nam toe met ruim 7 procent tot 1,3 miljoen. In totaal betaalden de ruim 60 bij de NVVL aangesloten bedrijven 848,5 miljoen gulden aan de luchtvaartmaatschappijen voor 600.000 uitgaande zendingen. De 661.000 inkomende zendingen werden doorgaans meestal in het buitenland afgerekend. Van de Nederland inkomende pakketten gaat zo'n 70 procent door naar het buitenland.

Produkten die per vliegtuig worden vervoerd, zijn veelal tijdgevoelig. Het gaat daarbij niet alleen om bederfelijke waren als bloemen, groente, fruit, vlees, maar ook om kranten en modeprodukten als sportschoenen en textiel. Computercomponenten en andere high tech produkten zijn een andere belangrijke produktgroep.

Bedrijven die in Nederland onder meer computers en randapparatuur assembleren, laten de onderdelen door de lucht transporteren om renteverlies te minimaliseren. Ook de snelle prijsdaling op de elektronicamarkt noopt tot luchttransport. Als het vervoer te lang duurt, kunnen de prijzen van eindprodukten in de tussentijd onder het niveau van de inkoopprijzen dalen.

Niettemin klaagden de NVVL-leden, die samen zo'n 1700 mensen in dienst hebben, vorig jaar over de malaise in de elektronicabranche. De grote groei boekten zij vorig jaar vooral in mode-artikelen.

Op de langere termijn zijn de luchtvrachtexpediteurs optimistisch. “Luchtvracht groeit al jaren, en blijft een geheide groeimarkt. Tot het jaar 2000 zal de luchtvracht verdubbelen”, aldus NVVL-secretaris J.G.M.M. Knuvers. Dit komt volgens hem omdat steeds meer grote ondernemingen hun distributie uitbesteden en producenten mondiaal werken met een beperkt aantal produktielocaties.