Eindelijk hoop voor Afghanistan

“De zon van de vrede zal spoedig opgaan boven Afghanistan”, voorspelde president Najibullah vorige week plechtig tijdens het grote Eid-al-fitarfeest na de vastenmaand ramadan. Het is niet voor het eerst in het al veertien jaar durende Afghaanse conflict dat zulke schone beloftes worden gedaan, maar dit keer lijkt er wel degelijk reden voor hoop. Gisteren kondigde Najibullah aan dat hij nog voor het einde van deze maand zijn ambt wil neerleggen, waardoor vrede inderdaad een stap dichterbij zou komen. Vanmorgen maakte secretaris-generaal Boutros Boutros-Ghali van de Verenigde Naties bekend dat alle partijen in Afghanistan overeenstemming hebben bereikt over een overgangsregeling.

Al op 18 maart had Najibullah aangekondigd dat hij bereid was om in het “landsbelang” af te treden en plaats te maken voor een overgangsregering die na bemiddeling van de Verenigde Naties zou kunnen aantreden. Hoe serieus dit aanbod was viel moeilijk te beoordelen. De president, een voormalig hoofd van de Afghaanse geheime dienst die tegenstanders van het regime meedogenloos uit de weg liet ruimen, is er de man niet naar om zijn post zonder slag of stoot op te geven. Hij heeft zich sinds zijn aantreden als president in 1986 bovendien ontpopt als een zeer gewiekste politicus.

Feit is echter dat de problemen voor Najibullah zich de laatste tijd snel opstapelden. Niet alleen kostte het hem de grootste moeite de drie miljoen inwoners van Kabul en de andere grote steden die hij in handen heeft van voedsel te voorzien, ook werd het steeds twijfelachtiger of hij nog kon rekenen op loyaliteit van zijn troepen. Vorige maand liep een belangrijke militie in de strategische stad Mazar-i-Sharif aan de voornaamste route naar de vroegere Sovjet-Unie plotseling over naar de verzetsstrijders, de mujahedeen. Samen zetten ze een nieuw bestuur op.

De leider van het nieuwe bewind in Mazar-i-Shariff zei begin deze week dat de coalitie van militie en mujahedeen ook elders in het noorden al op veel steun onder de regeringsmilitairen kon rekenen. Indien hij de waarheid sprak betekende dit een absolute jobstijding voor Najibullah, wiens toekomst staat of valt met zijn militaire kracht.

Een aanwijzing dat het Najibullah wel ernst was, was dat zijn familie al enige tijd in India verbleef. Najibullah maakte gisteren overigens niet bekend of ook hij na zijn aftreden het land zou verlaten.

Of het eventuele aftreden van Najibullah tot vrede leidt blijft onzeker. Vast staat wel dat het Afghaanse conflict - dat al bijna veertien jaar woedt, tot ongeveer een miljoen doden heeft geleid en zo'n zeven miljoen mensen van huis en haard heeft verdreven - de laatste maanden in een stroomversnelling is terechtgekomen.

Als gevolg van de ingrijpende veranderingen in de voormalige Sovjet-Unie bemoeit het eens alom aanwezige Moskou zich nauwelijks meer met Afghanistan. De positie van president Najibullah is hierdoor ernstig verzwakt. Weliswaar krijgt hij nog steeds enige steun van de leiders van de nieuwe onafhankelijke Centraalaziatische staten, maar veel hebben die hem niet te bieden. Ook zij zijn te zeer in beslag genomen door hun eigen problemen. De mujahedeen hebben intussen kans gezien Kabul steeds meer te isoleren, waardoor de aanvoer van voedsel stagneert.

Een andere cruciale ontwikkeling was de plotselinge wending van Pakistan in januari. De regering van premier Nawaz Sharif besloot toen het vredesplan van de Verenigde Naties voor Afghanistan te aanvaarden. Dit voorziet in een wapenstilstand en de vestiging van een overgangsbewind gevolgd door verkiezingen.

Er is Pakistan als islamitische staat veel aan gelegen om nauwe banden te smeden met de nieuwe staten die eveneens een overwegend islamitische bevolking hebben maar betrekkelijk gematigde leiders, die niet zijn gediend van fundamentalisten van het soort dat Pakistan de afgelopen jaren in Afghanistan heeft gesteund.

Krachtig drong de regering in Islamabad er vervolgens bij de in Pakistan gelegerde Afghaanse verzetsgroepen op aan hun verzet tegen de VN-plannen op te geven. Aarzelend verklaarden deze zich onder zware pressie in meerderheid hiermee akkoord. Slechts de ergste scherpslijpers, voorop de charismatische Gulbuddin Hekmatyar, bleven tegenstribbelen.

Pakistan kondigde vorige week zelfs aan dat het een luchtbrug zou beginnen naar Kabul om de nijpende voedseltekorten in de Afghaanse hoofdstad te verlichten. De armsten daar moesten steeds vaker zelfs hun minimale dieet van thee met droog, ongerezen brood ontberen. De Pakistanen willen in totaal zo'n 10.000 ton voedsel bezorgen in Kabul. Nog maar drie maanden geleden was het ondenkbaar dat Pakistan, dat het bewind in Kabul meer dan een decennium het leven zo zuur mogelijk heeft gemaakt, zo'n operatie zou organiseren.

De vooruitgang van de laatste maanden is verder niet in de laatste plaats te danken aan VN-bemiddelaar Benon Sevan, een Cyprioot van Armeense afkomst, die de afgelopen maanden onvermoeibaar gependeld heeft tussen Afghanistan en Pakistan om vaart te zetten achter het VN-vredesplan. Zijn voornemen was nog deze maand een groep vertegenwoordigers van de verschillende partijen bij het conflict in Europa, vermoedelijk in Wenen, bijeen te brengen om tot een regeling voor een overgangsbewind te komen.

De VN-diplomaat had niet ten onrechte het gevoel dat hij was gewikkeld in een race met de klok. Hoe langer hij zou wachten, hoe groter de kans dat het land definitief uit elkaar valt. Nu al ontbeert het feitelijk elk centraal gezag. Najibullahs gezag heerst slechts in de grote steden. Fel met elkaar rivaliserende commandanten van de mujahedeen beheersen het platteland in afzonderlijke rijkjes.

Wil Sevan de verschillende delen bij elkaar houden, dan moet hij opschieten want de centrifugale krachten in Afghanistan worden snel sterker. Om te beginnen zijn er de nieuwe republieken in de ex-Sovjet-Unie. Vooral de Tadzjiekse, de Oezbeekse en de Turkmeense minderheden in het noorden van Afghanistan voelen zich zeer aangetrokken tot de inwoners van de gelijknamige republieken. Steeds minder zijn ze ervan gediend om zich de wet te laten voorschrijven door de Pathaanse meerderheid uit het zuiden, die in Afghanistan vanouds de toon aangaf.

De recente omwenteling in Mazar-i-Sharif hing naar verluidt eveneens samen met etnische onvrede. De Oezbeekse en Tadzjiekse milities waren niet langer bereid bevelen te aanvaarden van een Pathaanse generaal. Berichten uit Kabul maken verder melding van groeiende etnische conflicten binnen de Vaderlandspartij van Najibullah.

Hier en daar wordt er al rekening mee gehouden dat de Pathanen op hun beurt de rijen zullen sluiten en wellicht zelfs hun aanspraken op Pathaanse streken van Pakistan uit de kast zullen halen, in de hoop een eigen staat "Pashtunistan' te kunnen vormen. Zelfs hebben sommigen niet uitgesloten dat Najibullah een monsterverbond zou aangaan met zijn aartsvijand Hekmatyar. Beiden zijn immers Pathanen.

Maar nu alle partijen overeenstemming lijken te hebben bereikt over een overgangsregering, zoals VN-secretaris-generaal Boutros Boutros-Ghali vanmorgen aankondigde, is er voor het eerst echt reden voor hoop in Afghanistan.