Een hond tussen de sterren; Osmo Rauhala en de mythes van Finland

De Finse schilder Osmo Rauhala werd onlangs in zijn eigen land uitgeroepen tot "The Young Artist of the Year'. De dieren in zijn werk komen voor een deel uit de volksverhalen die zijn moeder vertelde, later zijn daar nog herten bijgekomen. “Herten zijn net zoals mensen bang en dapper, sterk en gevoelig.” Toch zullen ze binnenkort van zijn schilderijen verdwijnen.

Tot 4 mei bij Galerie Nanky de Vreeze, Singel 37, Amsterdam. Geopend: di. t/m za. 10-17.30 uur, en volgens afspraak.

De doeken moeten in het kille noorden gemaakt zijn. Het is er leeg en licht, en de mens speelt er geen rol van betekenis. Er komen herten op voor, maar ook wolven en vogels. Je herkent de dieren meteen, zoals op ansichtkaarten met "Groeten van de Veluwe'. Hun silhouetten staan verloren in de roomwitte verf, alsof ze met tegenlicht geportretteerd zijn. Een dood vogeltje met verkrampte pootjes ligt grijs te zijn op een bleke lap linnen. Rondom een vlucht ganzen die in piramide-vorm het luchtruim verkent, heerst een kleurloze stilte.

De meeste dierendoeken hebben een pendant dat er pal naast hangt: een transparante, diep-blauwe sterrenhemel. Stralende nopjes zweven een Pruisisch-blauwe nacht binnen. Er heerst rust tussen hemel en aarde. Dankzij het medium "bijenwas', opgebracht in lagen, spreidt zich op een paar decimeters stof het oneindige heelal uit. Bijenwas kan honderden jaren mee.

Osmo Rauhala (1957, Nokia, bij Tampere) is als zoon van een Finse boer vertrouwd met de stilte, de sterren en de dieren. Hij zoekt ze op in tijden van nood, vertelt hij in de Amsterdamse Galerie Nanky de Vreeze. Hij is sterk en gezond, ernstig en jong. Elk jaar helpt hij op de boerderij met de oogst, zoals vijftien generaties voor hem deden. Hij verliet zijn streek om in de grote stad te studeren. Dat had nog niemand in Nokia gedaan.

Op de academie van Finland, in Helsinki, waar jaarlijks niet meer dan vijftien tot twintig studenten worden toegelaten, zag men weinig heil in zijn werk. Het was nu eenmaal een ongeschreven wet dat er à la Mondriaan geschilderd werd. Alsjeblieft geen zoete lammetjes of konijnen die als zodanig ook nog herkenbaar waren. Geruisloos ging het postmodernisme aan Finland voorbij. Maar de schade wordt er nu ingehaald, vandaar de wartaal in Rauhala's catalogi. Teksten om dialogen te ontlokken, aldus de kunstenaar, die die wartaal ook herkent, maar “uit de postmoderne chaos zal een nieuwe hiërarchie verschijnen”.

Inmiddels moeten de academie-docenten van weleer een andere mening over zijn werk zijn toegedaan. Rauhala is er net uitgeroepen tot "The Young Artist of the Year'. Hij beschikt over een flat in New York, heeft met zijn "konijnen' deelgenomen aan een aardige reeks exposities en hij organiseert nu zelf in Tampere, de dichtstbijgelegen stad van zijn dorp, een internationale tentoonstelling. In glashelder Engels formuleert hij wat er schuilgaat achter zijn fauna. Zo'n verhaal wordt op academies hogelijk gewaardeerd. Voeg daar aan toe zijn grondige kennis op het gebied van de natuurkunde en de filosofie - en vóór ons zit de meest succesvolle oud-student van de Finse academie.

Dat wil niet zeggen dat het hem in zijn geboorteland voor de wind gaat. De weldadige jaren tachtig, toen Finse yuppies met gemak en in grote getale "jonge Finse kunst' kochten, zijn voorbij. De handel met de voormalige Sovjet-Unie is tot een dieptepunt gedaald. Een verslechterende economie eist zijn tol. Galeries moesten sluiten, veel kunstenaars hebben ondervonden hoe het voelt om in ijltempo te worden uitgemolken, en yuppies behoren inmiddels tot een zeldzaam mensensoort. Iedereen weet weer exact waar hij aan toe is.

Eetlepels

Dezelfde situatie doet zich al enige tijd in New York voor, waar Rauhala een paar maanden per jaar verblijft. Hij vertrok destijds naar Amerika om zich in een andere omgeving beter te leren kennen. “Want om te begrijpen wie je bent, moet je eerst weten wie je niet bent. Ik heb er de sterke kanten van mijn cultuur ontdekt. De ambachtelijkheid is bij ons nog niet verloren gegaan. Ondanks vier kinderen en een grote boerderij vond mijn vader tijd om zelf onze eetlepels te ontwerpen, te hakken en te versieren. Hij maakte altijd eerst een ontwerpje op papier. Het was de gewoonste zaak van de wereld. Esthetiek, vormgevoel en rituelen behoren in Finland tot het leven van alledag. We vonden het ook vanzelfsprekend dat mijn moeder honderden streekverhalen kende. Wie weet hoe oud die verhalen zijn.”

Een van die volksverhalen ging over de god Odin, de Scandinavische Wodan. Op beide schouders droeg hij een kraai. De ene kraai stond voor "de gedachte', de andere voor "de herinnering'. De ene leverde gegevens aan, de andere gaf de herinnering terug als Odin die nodig had. “Een verhaal dat duizenden jaren oud is”, zegt Rauhala, “en waaruit blijkt dat men toen al vermoedde hoe de hersenhelften werkten. Die mythes dreigen stuk voor stuk te verdwijnen.”

Odins vogels zijn van boven naar beneden op een groot doek steeds afzonderlijk neergezet; om en om, rechts en links kijkend. Elk van hen is, net als andere dieren op andere schilderijen, gevangen in een spotlight, dat bij navraag niet naar de zon, maar naar een ei of een zaad verwijst. In een meanderende lijn zijn de vogels met elkaar verbonden, want gedachten en herinneringen golven als eb en vloed door het menselijk bewustzijn.

Die raadselachtige gelaagdheid geven Rauhala's doeken iets meditatiefs. De eenvoud en de rust die ze uitstralen en de archaïsche tekens die eraan zijn toegevoegd, roepen een beeld op van grenzeloze steppen, waar men elkaar woordeloos begrijpt, waar het contact met flora en fauna ongeschonden is.

“Voordat ik naar Amerika ging schilderde ik de schapen, konijnen en katten uit de verhalen van mijn moeder. Die dieren leven nu eenmaal om ons heen. Het hert is er later, in New York, pas bijgekomen. Het is een metafoor van de nostalgie geworden; een symbool voor de melancholie van de afstand.”

Aan het hert is in Rauhala's werk een hoofdrol toebedeeld. Het staat altijd stilletjes op zijn hoede. In diezelfde houding is het in een serie, onder de titel Double Jump, zowel zijdelings als ondersteboven afgebeeld. Soms laat Rauhala iets kosmisch temidden van een hertenpaar gebeuren. Valt er een ster van de hemel? Schiet er een komeet voorbij? Het wild kijkt er niet van op of om.

“Herten zijn net zoals mensen bang en dapper, sterk en gevoelig. Een hert met een jong kan het opnemen tegen een kudde wolven, mits ze haar zenuwen onder controle heeft. Ze slaan soms om niets op de vlucht. Het kost jaren om hun vertrouwen te winnen. Maar eerst moet je jezelf vertrouwen. Het hert voelt dat. Is het eenmaal zo ver, dan kun je ze aanraken, je kan zelfs met ze vechten, want in afmetingen lijken ze een beetje op de mens. Ze hebben ook dezelfde vijanden. Die mentale en fysieke overeenkomsten moeten onze verre voorouders al hebben beziggehouden. Herten zijn de eerste dieren die in de prehistorie werden afgebeeld.”

Astronaut

Rauhala behoort niet tot de "Eco-artists', die zich geroepen voelen alles wat bloeit, groeit en tot vernietiging gedoemd lijkt, te verheerlijken. Tien jaar geleden al kwamen zijn beesten op het doek terecht. Nu creëert hij zijn eigen dierenmythes, zoals die van de hond Laika, een proefdier van de Russisch ruimtevaart dat al vele jaren in een satelliet om de aarde draait. Op een schilderij springt Laika vrolijk rond. Toch is zij allang niet meer van deze wereld. Op haar vacht komen ontelbare sterrenlichamen voor. Naast haar hangt de pendant, een ellips-vorm; de route die astronaut Laika tot in de eeuwigheid zal afleggen.

Rauhala vertelt veel en stelt zichzelf vele vragen; over tijd, ruimte en energie, over de spiraal die zowel in het uitdijende en inkrimpende heelal als bij het DNA-celonderzoek is waar te nemen, over het analyseren van historische en natuurkundige fenomenen als een bezigheid die het niet zonder emoties kan stellen om tot het brein door te dringen.

In hoeverre symboliseert de symmetrische vlindervorm de orde in de natuur en in hoeverre heerst er chaos in de kosmos? Of is dat helemaal geen chaos, maar een exacte orde? Hoe kunnen de Hopi-indianen zonder drugs in trance raken? En zal het Rauhala lukken terug te keren tot het "ultieme heden' - het nu, waarop geen angst voor de toekomst en dus voor de dood bestaat?

Eén ding is zeker: als hij weer in Amsterdam exposeert, zullen de dieren zijn doeken hebben verlaten. Hij werkt al aan een nieuwe serie, dit keer abstracte schilderijen. Ze gaan over het geluid van vallende sneeuw. Bij Galerie Nanky de Vreeze hangt een voorproef; donzige, doorzichtige vlokken tegen de achtergrond van zo'n duister hemelgat. “Luister maar eens hoe sneeuwvlokken elkaar aanraken. Er mag geen wind zijn, je moet je heel goed concentreren, en dan hoor je het mooiste geluid dat er bestaat. Nu ik erover praat krijg ik al kippevel.”