Eastmans voet aan Hollandse wal

DEN HAAG, 10 APRIL. Ze weten het echt niet, zeggen de topmannen van Eastman Chemical Company. Niet hoeveel ze investeren in Nederland, niet waar ze investeren in Nederland en niet waarin ze investeren in Nederland. Maar dat ze investeren in Nederland - dat lijdt geen twijfel.

Ruim twee maanden geleden maakte Eastman Chemical Company (ECC), onderdeel van het Amerikaanse chemie- en fotografieconcern Eastman Kodak, bekend Nederland te hebben uitgezocht als uitvalsbasis naar Europa. Het concern wil hier een chemisch fabriekscomplex bouwen.

Volgens een woordvoerder van het Gemeentelijk Havenbedrijf van Rotterdam zou het “een miljarden investering” betreffen. Het industrie- en havenschap Moerdijk - net als Rotterdam kandidaat voor vestiging - reserveerde al honderd hectare. En het Haagse public relations-bureau Hollander en Van der Mey, dat namens Economische Zaken en Eastman Kodak de trom roert, weet te melden dat het bedrijf over een periode van tien jaar een miljard dollar wil investeren.

Maar Eastman Chemicals ontkent enige toezegging of feitelijk besluit. Met uitzondering dan van de komst naar Nederland en de "strategische' beslissing in Europa te gaan produceren. Inmiddels is in Den Haag een Europees hoofdkwartier geopend vanwaaruit J.C. van Audenhove, de Belgische president van Eastman Chemical voor Europa, de activiteiten zal aanzwengelen.

Van Audenhove bestrijdt dat de vroege aankondiging van vestiging in Nederland gebruikt is om Rotterdam uit te spelen tegen Moerdijk, of om bijzondere subsidies los te krijgen van de Nederlandse overheid. Van onderlinge afstemming tussen de beheerders van de beoogde terreinen in Moerdijk en Rotterdam is in ieder geval geen sprake. Moerdijk zegt desgevraagd een bod op tafel te hebben gelegd, Rotterdam wil niets zeggen zolang het overleg loopt.

“Beide locaties zijn duur, of je nu huurt of koopt”, weet Eastman-manager Gary Sproles, betrokken bij de administratieve afwikkeling van de operatie. “En er zijn geen bijzondere arrangementen getroffen.”

De reden voor vestiging in Nederland lijkt goed gerepeteerd met de functionarissen van EZ die in het buitenland bedrijven werven. Van Audenhove somt op: de hoge produktiviteit van "de Nederlander', de goede scholing, de talenkennis, de handelsgeest, de Nederlandse infrastructuur. Van dichtslibbende snelwegen en dreigende milieuheffingen wil hij niet horen. “Het is een reden voor zorg, maar het zal wel worden opgelost.”

Deze zomer beslist Eeastman of het zijn produktie in de Botlek vestigt of op Moerdijk. Die keuze is afhankelijk van een complex aan factoren, die voor beide locaties min of meer opgaan. Belangrijk daarbij zijn onder meer de nabijheid van andere chemische industrie (voor toelevering) en goede aan- en afvoermogelijkheden voor grondstoffen en eindprodukten. Eastman is niet alleen onder de bekoring van snelwegen, waterwegen en de haven van Rotterdam, maar wil ook aansluiting op de propeen- en etheenleidingen die beide locaties aandoen.

“Het was geen vooropgezet doel ons in Nederland te vestigen”, legt Van Audenhove uit. “Het enige dat we wisten was dat we fabricage naar Europa moesten overbrengen. Daarom hebben we de afgelopen twee jaar zestien Noordeuropese locaties bekeken. De laatste twee die we hebben overgehouden, liggen toevallig allebei in Nederland.”

Eastman heeft op dit moment nog 95 procent van zijn produktiefaciliteiten in de Verenigde Staten, maar boekt 40 procent van zijn 3,75 miljard dollar omzet buiten de VS. En dat moet meer worden. In Europa bereikt het chemiebedrijf nu 700 miljoen dollar omzet, waarvan een vijfde deel locaal (in Groot-Brittannië) wordt geproduceerd en de rest uit Amerikaanse invoer bestaat.

Niet alleen is locale produktie goedkoper, zeker waar het om laagwaardige kunststoffen en vezels gaat, maar Eastman denkt er ook klanten mee te kunnen winnen door een adequatere bevoorrading.

Welke klanten? Dat hangt ervan af, zegt Van Audenhove. Eastman heeft de afgelopen jaren onder Earnest Deavenport, eerste man van ECC en vice president van East Kodak, een verregaande decentralisatie ondergaan. Twaalf verschillende bedrijfseenheden, elk met een afzonderlijk produktenpakket, bepalen tegenwoordig voor een belangrijk deel hun eigen beleid. “Zij moeten zeggen waar ze willen groeien”, zegt Van Audenhove. “Wij hebben alleen een raamwerk in Europa neergelegd, een basisoperatie, en de bereidheid getoond voor langere termijn te investeren. Dat is een puur strategische beslissing geweest. Van oudsher zijn we exporteur naar Europa, en als onze managers aan uitbreiden denken, dan denken ze aan een nieuwe fabriek op ons hoofdcomplex in Kingsport, Tennessee. Nu hebben we de zaak geforceerd.”

De sprong over de oceaan past in de plannen die Earnest Deavenport voor Eastman Chemical heeft uitgestippeld. “Je ziet in de chemie nog steeds consolidaties en fusies. In 2005 zullen alleen heel grote bedrijven nog een rol kunnen spelen. Daarom moeten wij onze omzet in tien, vijftien jaar vermenigvuldigen tot 20 miljard dollar”, zegt hij. “En aangezien een groot deel van de groei buiten de Verenigde Staten plaatsheeft, moeten we buiten de VS produceren.”

Als Deavenport zijn zin wil krijgen, dan zal hij ervoor moeten zorgen dat Eastman Chemical jaarlijks 15 procent omzetgroei bereikt. Dat ligt beduidend boven de groei van de markt, die de laatste jaren slechts enkele procenten bedroeg. Pretentieus is het juiste woord niet, vindt Deavenport: “Het is ambitieus. Als we rustig doorgaan op de huidige voet, dan haal je begin volgende eeuw 7 miljard omzet. Maar door grote toegevoegde waarde te leveren en superieure kwaliteit moet 15 procent groei per jaar haalbaar zijn.”

Dat Eastman, net als andere chemiebedrijven, vorig jaar ook gevoelig bleek voor de zwakke conjunctuur, heeft Deavenports vertrouwen nauwelijks geschokt. Met een omzet van 3,75 miljard dollar bleef hij vorig jaar 11 procent onder zijn doelstellingen voor 1991. En een jaar eerder groeide zijn omzet slechts 2 procent. Bovendien daalde het bedrijfsresultaat van 643 miljoen dollar in 1989 via 602 miljoen in 1990 tot 583 miljoen in 1991. Deavenport: “1991 was in feite een heel goed jaar. Vergeleken met onze concurrenten deden we het heel goed.”

Vrees dat moeder Kodak zijn grootscheepse expansieplannen nog verstoort, kent Deavenport evenmin. Ondanks het feit dat het concern vorig jaar slechts 17 miljoen winst maakte op een omzet van bijna 19,4 miljard dollar. De voortgang van Eastman zal niet te stuiten zijn, weet hij.

Nederland moet nog slechts even geduld oefenen voordat dit zichtbaar wordt. “In de tweede helft van dit jaar zullen we op z'n vroegst een project aankondigen”, deelt Van Audenhove mee. “Dan kunnen we begin 1994 gaan bouwen.”