De grote vraag is: Labour, wat nu?

LONDEN, 10 APRIL. De grote vraag na de uitslag van de Britse verkiezingen is: Labour, wat nu? Zelden waren de omstandigheden voor een oppositiepartij zo gunstig. Wie anders dan de zittende Conservatieve regering kon verantwoordelijk worden gesteld voor het economische dal en de daaruit voortvloeiende ellende die dat voor land en volk met zich meebrengt? Wie anders dan John Major, eerst als minister van financiën en later als premier, kon aangewezen worden als hoofdschuldige? Een betere kweekbodem voor de roos van Labour leek ondenkbaar. Toch verkoos het Britse electoraat in meerderheid de bestaande situatie. Waarom?

De misvatting is dat een verkiezing uitsluitend gelijk staat met een rechtsgeding, een vonnis over misstappen uit het verleden. Als dat het geval zou zijn, zou John Major, in de beklaagdenbank zittend, vooruit hebben kunnen kijken naar een forse vrijheidsstraf. Maar een verkiezing heeft andere dimensies: zij houdt rekening met pragmatische overwegingen over de toekomst. Daardoor wordt de schuldvraag van het moment weggedrukt.

In de aanloop tot de verkiezingen hadden de oppositiepartijen zich de rol van officier van justitie aangemeten. Maar de Britse kiezers, eenmaal in het stemhokje, zijn geen jury, maar vooral belanghebbenden. Op pragmatische gronden besloten de meesten van hen dat voor hen Major en zijn Conservatieve Partij beter waren dan het alternatief dat Liberalen en Labour te bieden hadden.

Labour, wat nu? Het formuleren van het antwoord op die vraag begint vandaag. De euforie van het afgelopen weekeind nog, toen Kinnock zich als de wederopstanding zelve de aanbidding door zijn volgelingen liet aanleunen en zichzelf temidden van confetti, laserstralen en trompetgeschal al bijna de premier waande, is omgeslagen in een monumentale kater. Niet dat de Labourleider geen reden had om niet verregaand optimistisch te zijn. Hij had zijn partij vernieuwd, ontdaan van militant-extremisme en verlammende vakbondsinvloed en omgevormd tot een sociaal-democratische partij waarvan aangenomen mocht worden dat die het Britse volk niet, als voorheen, zou afschrikken, maar zou aanspreken. De opiniepeilingen gaven hem in dat optimisme gelijk.

Pag 5: Lange schaduw van het verleden hing over Labour

Al bleef het vreemd dat Labour, met de Conservatieven nadrukkelijk in de beklaagdenbank bij vrijwel alle politieke en economische analytici, geen echte doorbraak wist te forceren. Een “hung parliament”, waarin noch Labour, noch de Conservatieven op eigen kracht een meerderheid konden opeisen, bleef tot gisteravond het maximale vooruitzicht.

Drie factoren

Wat is er dan fout gegaan? Waarom heeft Labour, net als in 1987, de campagne gewonnen, maar de verkiezing verloren? Is het de leider? Is het de lange schaduw van het verleden? Of was het uiteindelijk het vooruitzicht op de “double whammy” van én hogere prijzen én hogere belastingen, waarvoor de Conservatieven zo aanhoudend waarschuwden, waardoor de meeste kiezers hun kruisje toch maar achter de naam van de Conservatieve kandidaat zetten?

Het antwoord ligt waarschijnlijk in alle drie factoren besloten. Neil Kinnocks persoonlijke populariteit is tijdens de verkiezingscampagne gestegen, maar de meeste Britten vertrouwen hem nog steeds niet. Zijn grote verdienste, dat hij de partij heeft omgevormd, wordt buiten de partij tegelijkertijd gezien als zijn grootste zwakte: de bekwaamheid om een verpakking zo aantrekkelijk te maken, dat de gedachte aan de inhoud pas veel later komt. Neil Kinnock, de voormalige Labouractivist, in een maatpak, is net een tikje méér suspect dan een John Major in een jagersjekje. Het ligt voor de hand dat de Labour Party en Neil Kinnock zich na een fatsoenlijke rouwperiode van elkaar zullen ontdoen en John Smith als leider zullen benoemen.

Boze kiezer

De schaduw van het verleden en de Tory-beschuldiging van de double whammy versterkten elkaar. De kiezer die boos was op de Conservatieven had geen alternatief dan te kiezen voor een Labour, dat hij uiteindelijk niet vertrouwde op het punt van belastingen en prijzen. De Liberale Democraten, als derde partij, schoten onder dit kiesstelsel in de meeste kiesdistricten als geloofwaardig alternatief tekort.

Vroeg in de campagne hadden de meeste kiezers tegen de opiniepeilers gezegd dat betere gezondheidszorg en beter onderwijs voor hen belangrijker waren dan belastingverlaging. In de beslotenheid van het stemhokje was het, ironisch genoeg, het door de Conservatieven veroorzaakte geldgebrek dat hen in meerderheid deed besluiten op diezelfde Conservatieven te stemmen en de beloofde verbeteringen in de gezondheidszorg en in het onderwijs voor deze keer nog even op de lange baan te schuiven.

John Major kan zich vanmorgen koesteren in het besef dat er gratie bestaat. Pas na het weekeinde zal de euforie over de herverkiezing van de Tories wegebben en plaats maken voor het besef dat er aan de recessie op zich niets veranderd is: er zijn nog steeds 2,8 miljoen werklozen. Neil Kinnock heeft beloofd dat hij deze mensen niet zal vergeten, maar John Major moet de belofte waarmaken dat zijn herverkiezing alleen al het begin van het eind van hun ellende zal inluiden.

Plicht

De Britse kiezers , niet als jury, maar als belanghebbenden hebben pas vandaag de gelegenheid om een verderstrekkende vraag te stellen dan wie de verkiezingen heeft gewonnen en waarom . En dat is, of het in het vooruitzicht van weer vijf jaar Conservatieve regering , na straks achttien jaar, geen tijd wordt voor de gehele oppositie om orde op zaken te stellen? Want zo niet, dan kan die in de beklaagdenbank plaats nemen en antwoord geven op de vraag waarom zij zich niet kwijt van haar plicht, i.e. zich zo te organiseren dat ze, als de tijd daarvoor rijp is, daadwerkelijk een alternatief voor een nu al zo lang alleenheersende regering kan vormen.