Danswereld verdeeld over plan "platform moderne dans'

AMSTERDAM, 10 APRIL. De danswereld reageert verdeeld op het aanvullende advies over het dansbeleid dat de Raad voor de Kunst gisteren heeft gestuurd naar minister d'Ancona van WVC. Ben Verbong, voorzitter van het bestuur van de Nieuwe Dansgroep, zegt het kort en krachtig: “De Raad voor de Kunst heeft de danssector een immorele vraag voorgelegd. Die luidde: "zijn jullie bereid samen te werken als we jullie anderhalf miljoen gulden geven?' Allicht dat kunstenaars dan door de knieën gaan, zeker in zo'n kwetsbare sector als die van de moderne dans.”

Gisteren maakte de Raad voor de Kunst de conclusies bekend van een in zijn opdracht verricht onderzoek naar de samenwerkingsmogelijkheden binnen een zogenaamd "platform voor de moderne dans'. Uit een "terreinverkenning' door onderzoeker Henk Scholten, directeur van de Schouwburg van Terneuzen, is naar voren gekomen dat die mogelijkheden er zijn, ondanks de commotie rondom het initiatief van de Raad. De Raad heeft de conclusies van Scholten onverkort overgenomen in een aanvullend advies, dat inmiddels aan de minister van WVC is gestuurd.

In het onlangs uitgebrachte advies ten behoeve van het nieuwe Kunstenplan bepleitte de Raad de oprichting van een "platform', ter versteviging van de positie van de moderne dans in ons land. Bundeling van financiële, organisatorische en eventueel artistieke krachten ziet de Raad als een middel om de moderne dans een duidelijk profiel te verschaffen. Betrokkenen zelf liepen direct te hoop tegen het initiatief; zij deden het af als "betutteling' en vreesden een verschraling van het aanbod.

Onderzoeker Henk Scholten heeft na twee gespreksrondes vijf choreografen uit de "theatraal-literaire' stroming binnen de moderne dans bereid gevonden tot samenwerking op basis van artistieke verwantschap. De vijf - Beppie Blankert, Suzy Blok, Wim Kannekens, Helga Langen en Hayono Roebana - hebben toegezegd op korte termijn een plan in te dienen bij de minister van WVC, op voorwaarde dat er een bevredigende oplossing wordt gevonden voor de beheersstructuur. Een woordvoerder van de Raad zegt, dat nog niet beslist is of het vijftal het "platform' ook werkelijk gaat bemannen, maar vertegenwoordigers van de moderne dans zelf zeggen zeker te weten dat die beslissing al genomen is en dat zelfs al besloten is dat choreografe Beppie Blankert de artistiek leidster wordt van de nieuwe produktiekern.

Blankert weigert commentaar en zegt tijdens een voor de tweede keer georganiseerd "forum' naar aanleiding van de platform-plannen, aanstaande zondag in Felix Meritis in Amsterdam, met een verklaring te zullen komen.

Verbong vreest dat de danswereld de Blankert-groep als "burgemeesters in oorlogstijd' zal gaan beschouwen. Hij hoopt evenwel dat dat niet zal gebeuren: “Die kunstenaars is niets kwalijk te nemen, de Raad wel. Die stippelt geen beleid uit, maar heft vier van de vijf bestaande moderne dans-groepen op en dwingt hen vervolgens tot samenwerking. Met het pistool op de borst worden kunstenaars gedwongen mee te werken aan het in drie weken uit de grond stampen van een nieuwe structuur. Maar wat afgedwongen wordt in de kunst, werkt niet. Het wordt binnen de kortst mogelijke keren een bloedbad.” Verbong zegt dat op de Felix Meritis-bijeenkomst een nieuw plan ter tafel zal komen.

Onderzoeker Henk Scholten zegt, dat het feit dat er geld gereserveerd is voor het platform-initiatief "ongetwijfeld' een rol heeft gespeeld bij de toezegging tot medewerking, maar hij heeft geprobeerd "eventueel opportunisme door te prikken' in zijn vraagstelling. Daarbij gelooft hij, dat de samenwerking niet lang stand zal houden "als die alleen maar een manier is om geld binnen te halen'. Hij ontkent met zijn rapport een plan te hebben opgesteld. “Het plan komt nu uit het veld zelf. Mijn opdracht was te informeren en niet te formeren. De door mij gesuggereerde combinatie van vijf choreografen zie ik als "een case-studie'.

van Het Nederlands Instituut voor de Dans (NID) handhaaft zijn afwijzende standpunt ten aanzien van het Raad-advies. Stafmedewerker Paul Bronkhorst: “Wij hebben begrip voor de beweegredenen van de deelnemende kunstenaars, maar ook wij hebben de indruk dat deze samenwerking redelijk geforceerd is.”

Karin Post, choreografe en vertegenwoordigster van de tweede, "abstracte' stroming binnen de moderne dans, reageert lakonieker: “Ik zie heel wel het nut van samenwerking, omdat die de moderne dans richting kan geven. Op een uitnodiging van het platform om een produktie te komen maken zal ik zeker ingaan. Maar ik zou zelf nooit deel willen uitmaken van de artistieke staf van het platform, omdat mijn eigen artistieke visie daarin per definitie onderbelicht blijft. Mijn artistieke uitgangspunten zijn me heilig, iets anders heb ik de dans niet te bieden.

“Mijn hoop is nu wel, dat mijn stroming voorrang zal krijgen bij de toekenning van projectsubsidies en dat vertegenwoordigers van de theatrale dans in eerste instantie naar het platform verwezen zullen worden.”

Mevrouw G. Bleyenberg, secretaris van de subafdeling Dans van de Raad, vindt de gedachte van Post "interessant', maar benadrukt dat ook het platform in de toekomst aanvullende subsidies kan aanvragen bij de "ad hoc-pot', die als het aan de Raad ligt beheerd zal gaan worden door een Fonds voor de podiumkunsten.

Op de vraag of de Raad met zijn platform-initiatief, het onderzoek en het daaraan gekoppelde aanvullende advies niet een averechts effect sorteert en juist verdeeldheid zaait, zegt Bleyenberg: “Dat is mogelijk, maar dat heb je niet in de hand. Er moest iets gebeuren wil de moderne dans overleven.”

Benno Premsela, voorzitter van de afdeling, vindt de afwijzende reacties "ongeëmancipeerd'. “Ik heb ervaring met minderheidsgroepen en weet, dat ze de neiging hebben hun eigen belang niet te zien. Als dit plan niet doorgaat, gebeurt er niets en gaat het geld naar de projectsubsidies. Dan krijgt deze en gene wat, versnippert het en komt er geen structurele voorziening. Om het argument dat initiatieven uit het veld horen te komen kan ik alleen maar lachen. Het punt is nu juist, dat wij deze reddingspoging wel moesten ondernemen, omdat het veld zelf tot nu toe geen enkel initiatief heeft ontplooid. De danswereld is boos vanwege een plan dat niet ondersteund zou worden door de kunstenaars zelf, maar is ook weer boos als het wel ondersteund blijkt te worden. Wat zijn dat voor redeneringen?

“Wij hebben per se geen namen genoemd in ons advies aan de minister en ieder plan ter invulling van het platform is dus welkom. Overigens denk ik dat men, in plaats van elkaar te bestrijden, er beter aan zou doen te hoop te lopen tegen het belachelijk lage bedrag dat de overheid voor de kunst over heeft. De geringe middelen maken het hele Kunstenplan een kaartenhuis. Wij hebben ten behoeve van de dans anderhalf miljoen bij de muziek weg moeten slepen en mijn grootste zorg is dat die alsnog daar blijven. Als dat gebeurt, dan zal dit hele gekrakeel een luxe-discussie blijken. En dan kan de minister de Raad trouwens opheffen, omdat geen serieus mens er nog zitting in zal willen nemen. Het zou namelijk betekenen dat wij al dat werk voor niets hebben verricht, omdat Den Haag toch doet wat het zelf wil. Bij voorbeeld het Limburgs orkest handhaven - niet omdat het goed is, maar omdat het Limburgs is.”