"Bonden in NS-conflict totaal uit elkaar gespeeld'; Hoogleraar bepleit speciale rechtbank voor arbeidsconflicten

AMSTERDAM, 10 APRIL. Alle arbeidsrechtelijke conflicten in Nederland zouden door één gespecialiseerde rechtbank moeten worden afgehandeld. Dat bepleit prof. dr. W. van Voorden, hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de Erasmus Universiteit en aan de Katholieke Universiteit Brabant. Afgelopen zondag bepaalde de president van de rechtbank in Utrecht, mr. L Schuman, dat de begin deze week gehouden spoorwegstaking rechtmatig was. Hij toetste daarbij uitsluitend of de inzet van het conflict in verhouding stond tot de schade aan derden die de staking tot gevolg zou hebben. Volgens Van Voorden had Schumans vonnis net zo goed andersom kunnen uitvallen. “In die zin is dit soort vonnissen nogal eens twijfelachtig.”

Uitspraken van rechters in arbeidsconflicten blijken in de praktijk sterk uiteen te lopen. Van Voorden bestudeerde de WAO-conflicten van vorig jaar en kwam tot de conclusie dat in één week tijd zes verschillende rechters de acties respectievelijk rechtmatig dan wel onrechtmatig achtten. Ook hun argumentatie liep sterk uiteen. De gerechtelijke uitspraken zijn volgens de Rotterdamse hoogleraar zo divers omdat de rechters doorgaans gespecialiseerd zijn in publiek recht of in privaatrecht en niet in het arbeidsrecht. “In het laatste geval draait het om de verhoudingen tussen collectiviteiten. De ene groep staat tegenover de andere en om zo'n conflict goed te kunnen beoordelen is specifieke expertise nodig.” Wanneer het arbeidsrecht bij één rechtbank wordt geconcentreerd, kunnen de rechters volgens Van Voorden “veel meer consistentie brengen in hun uitspraken, waardoor de voorspelbaarheid in hun vonnissen zal toenemen.”

Nederland kent geen stakingswet. Alle gerechtelijke uitspraken in arbeidsconflicten worden gerelateerd aan artikel 6 van het in 1980 door Nederland geratificeerde Europees Sociaal Handvest (ESH) waarin het stakingsrecht is vastgelegd. In artikel 31 van het ESH is bepaald dat de rechter een aantal criteria kan laten meewegen om een staking eventueel te verbieden. Overmatige schade aan derden is daar één van. De rechter kan voorts toetsen of er sprake is van ultimum remedium, dat wil zeggen dat de voorgenomen staking het laatste middel is in een vastgelopen arbeidsconflict. Daarnaast kan hij laten meewegen of er sprake is van evenredigheid tussen doel en middel en of de eisende partij in voldoende mate zorgvuldig heeft gehandeld.

In Australië en Nieuw-Zeeland is sprake van verplichte arbitrage in arbeidsconflicten. In Nederland bestaat alleen in conflicten tussen de overheid en de ambtenarenbonden een vorm van geïnstitutionaliseerde bemiddeling door de commissie-Albeda, waarvan ook Van Voorden deel uitmaakt. “Maar als er sprake is van een echt conflict tussen partijen met gelijke machtsposities zien zij een recht-toe-recht-aan staking natuurlijk als het meest effectieve middel.”

Van Voorden acht de spoorwegstaking geen overdreven actie. “Flexibilisering van arbeidstijden is natuurlijk de eerste stap op weg naar een heel andere structuur bij de NS. In die zin gaat het dan ook om een principiële kwestie.” Hij vindt het moeilijk om te beoordelen of de NS-directie wel voldoende heeft gedaan om de escalatie van het conflict te vermijden. Volgens hem zal de NS minder gelet hebben op de schade aan derden maar vooral op de financiële consequenties en op de verslechtering van het imago. “Ik neem aan dat die afweging is gemaakt en dat men vervolgens uiterst rationeel heeft gehandeld. Met succes, want hoewel de looneis volledig is ingewilligd, is die flexibilisering op termijn natuurlijk niet meer tegen te houden. Bovendien zijn de bonden totaal uit elkaar gespeeld.”

Van Voorden toont zich een tegenstander van overheidsingrijpen in arbeidsconflicten. “Immers, de overheid zal dan over het algemeen geneigd zijn partij te kiezen voor de werkgever.” Hij schetst een scenario waarbij de regering de politie of het leger op stakers zou moeten afsturen. “Dat kan zelfs trekken aannemen van een burgeroorlog.”

Evenals FNV-voorzitter Stekelenburg verwacht Van Voorden een toename van de arbeidsonrust. Hij stelt dat er door de opleving van de economie verwachtingen bij de werknemers zijn gewekt, die ze nu ook gehonoreerd willen zien. “Dus de werknemers willen meer dan ze nu hebben terwijl ze zelfs niet meer zullen kunnen houden wat ze nu hebben. Kijk maar naar de discussies rondom de WAO, de Ziektewet en de VUT. De realiteit en het verwachtingspatroon lopen totaal uiteen. Je kunt de spanning uittekenen.”

Van Voorden meent dat de aandacht voor de spoorwegstaking niet overtrokken is, maar dat de actie in feite niet zo veel voorstelde. “Ons referentiekader in arbeidsconflicten is nu eenmaal bijna nul.” De Rotterdamse hoogleraar meent dat Nederland “een uiterst vriendelijk land” is “met een gematigde vakbeweging en relatief kleine arbeidsconflicten”. Hij wijst erop dat de werkloosheid of het gemiddelde ziekteverzuim van acht procent tot veel meer verlies aan arbeidsuren leiden dan stakingen. “Sla je het aantal stakingen om in verloren manuren dan kom je uit op een paar seconden per dag.”