Boekenweek (epiloog).

Boekenweek (epiloog)

“Waar ik niet tegen kan,' aldus een verkoopster van boekhandel Stumpel te Heerhugowaard, “dat zijn die mensen die voor 40 gulden boeken kopen en vervolgens blijven zeuren om een tweede boekenweekgeschenk.”

Dat is een van de weinige klachten.

De 57ste boekenweek is een succes, daar lijkt iedereen het over eens. Just Enschedé, waarnemend directeur van de stichting CPNB: “Het begon al op het boekenbal. Hoe daar de hele versiering weer op ouderwetse wijze is weggegrist - dat was een gunstig voorteken.”

Het boekenweekgeschenk Weerborstels van Van der Heijden, gedrukt in een recordoplage van 548.000 exemplaren, is nagenoeg verdwenen. En het thema 't prachtig rijk van Insulinde heeft zijn uitwerking op het aanbod van boeken niet gemist. Bij elkaar verschenen er zo'n tweehonderdvijftig titels die betrekking hadden op Indonesië. Van "Smakelijke recepten uit de gordel van smaragd', tot reisgidsen en bundels met Indische verhalen.

Echte uitschieters waren De heren van de thee van Hella Haasse en Oostindisch kampsyndroom van Rudy Kousbroek, maar die waren waarschijnlijk toch wel goed verkocht. Hetzelfde geldt voor De honden van Slipi van Marion Bloem.

Het lijken vooral vroegere schrijvers die door het thema van de boekenweek (weer) in de belangstelling zijn komen te staan. Bij uitgeverij Querido was de grote verrassing Vincent Mahieu (1911-1974), een auteur met een kleine kring van lezers, die nu, volgens de uitgever, "een kleine doorbraak heeft beleefd.'

Bij de stichting Schrijvers School Samenleving, die zich bezighoudt met het organiseren van spreekbeurten en signeersessies door het land, was de belangstelling voor Indonesië eveneens groot. Meest gevraagde auteur was Marion Bloem, op de voet gevolgd door de eenenzeventigjarige Margaretha Ferguson. Van haar was Elias in Batavia en Djakarta speciaal voor de boekenweek herdrukt.

Tot slot de boekhandels. Ook die - etalages aan kant, waaiers en wajangpoppen weer naar zolder - zijn "zeer tevreden'. Boekhandel Brunt in Lelystad: “Van oudjes, Multatuli en E. du Perron, tot dure Indonesië reisgidsen: het verkocht allemaal.” Bij boekhandel Boomker en Savenije in Groningen deed met name de Indische Letteren-reeks van uitgeverij Conserve, met auteurs als Augusta de Wit en Carry van Bruggen, het goed. Bij boekhandel Athenaeum in Amsterdam zijn ze eigenlijk verbaasd over de goede afloop. “We zagen met enige wanhoop die berg titels tegemoet, maar het is achteraf heel aardig gegaan.”

Het schrikbeeld, dat er met de "restjes Indonesië' nog jaren achtereen themaweken bij De Slegte moeten worden georganiseerd, lijkt geen werkelijkheid geworden.

Tot slot de boekenweek van 1993. Met het thema Dagboeken, brieven en biografieën heeft de stichting CPNB in ieder geval één uitgeverij al erg blij gemaakt, dat is de Arbeiderspers. Die zal de gelegenheid aangrijpen haar Privé-domein reeks weer eens extra onder de aandacht te brengen. Een "zeer tevreden' Martin Ros heeft de CPNB al binnen.

Dubbel oponthoud

Het komt niet vaak voor dat een schrijver met een en hetzelfde boek bij twee verschillende uitgevers zit. Alleen Jan Siebelink is dit gelukt. Wie op zoek gaat naar zijn novelle Oponthoud, heeft de keuze uit twee edities: een verschenen bij C.J. Aarts en een bij uitgeverij Meulenhoff.

Maarten Asscher van Meulenhoff - huisuitgever van Siebelink: “Kees Aarts heeft Oponthoud inderdaad een tijd lang geëxploiteerd, als eenmalige uitgave. Toen die op een gegeven moment niet meer leverbaar was, zijn de rechten teruggevloeid naar Siebelink en die heeft in overleg met ons besloten tot een nieuwe editie bij Meulenhoff.”

Maar over dat "niet meer leverbaar' zijn de meningen verdeeld.

Aarts: “De novelle Oponthoud zit nog steeds bij mij, ja.”

En ook bij Meulenhoff?

“Natuurlijk. Maar daarmee is mijn voorraad nog niet op. Ik heb zeker nog zo'n duizend exemplaren en die zijn gewoon verkrijgbaar.”

Is dat niet merkwaardig?

“Dat is inderdaad tamelijk uniek.”

Uitgeverij Meulenhoff toont zich niet erg verrast. Asscher: “Hij zal misschien nog wat rest-exemplaren hebben en die mag hij natuurlijk gewoon verkopen. Ik weet niet hoeveel zijn uitgave kost, maar ik denk dat de meeste boekhandelaren toch terecht zullen komen bij onze editie.”

Jan Siebelink: Oponthoud. Uitgeverij C.J. Aarts. Prijs ƒ 19,90 Jan Siebelink: Oponthoud. Uitgeverij Meulenhoff. Prijs ƒ 19,50

Eenentwintigen

Voor de eerste keer publiceerde de jury van de AKO Literatuurprijs een zogenaamde longlist. Een tussenuitslag waarin de pakweg 200 titels waren teruggebracht tot een overzichtelijk rijtje van eenentwintig. Een lijst die door veel uitgevers is benut om nog eens extra met hun auteur te adverteren: genomineerd voor de longlist...

De AKO Literatuurprijs is zijn zesde jaar ingegaan. Waarom nu ineens een longlist en waarom eenentwintig titels?

Jaap Goedegebuure, recensent bij HP/De Tijd, denkt dat het aan hem ligt. Indirect dan. Samen met Ton Anbeek en Harry Bekkerink had hij destijds het idee opgevat van een verplichte boekenlijst voor de middelbare school: eenentwintig klasssieken uit de Nederlandse en Vlaamse letterkunde. Een voorstel waarover AKO-jurylid Maarten 't Hart zich erg had opgewonden, en waar de verschenen longlist een verwijzing naar zou zijn.

Umtul Kiekens, secretaris van de stichting AKO Literatuurprijs, vindt dat onzin. “Al heel lang wordt er door lezers, auteurs en recensenten gezeurd om een tussenrapportage. Dit jaar was dat een rijtje van eenentwintig, volgend jaar misschien vijfentwintig of negentien.”

Op de longlist stonden onder anderen Adriaan van Dis, Cees Nooteboom en Gerard Reve, maar ook de tot nu toe vrijwel onbekende Pieter Nouwen.

Heeft het effect als een auteur op de longlist staat?

Uitgerij Thoth: “Voor Pieter Nouwen heeft dat zeker geholpen. Zijn debuut De God in de machine was oorspronkelijk niet zo opgevallen, maar sinds zijn nominatie is er duidelijk meer belangstelling. Er zijn meer recensies verschenen en dat komt in de verkoop van het boek tot uiting.” Cijfers kan de uitgever nog niet noemen.

Veel van de grote uitgeverijen zijn wat sceptischer. Bekende auteurs lopen toch wel of hebben een vast publiek waar weinig rek meer inzit. Daar helpt geen long- of shortlist aan.

Querido: “Vorig jaar stond Anne Vegter bij de laatste zes - niets van gemerkt. En Zuidland van Thomése ging goed, maar niet beter toen hij uiteindelijk de prijs kreeg.”

Uitgeverij Anthos is enthousiaster. De nominatie vorig jaar van Michel van der Plas' Mijnheer Gezelle is duidelijk in de cijfers terug te vinden. “Vanaf het moment dat het boek genomineerd stond hebben we zeker tweeduizend exemplaren meer verkocht.” Kort op elkaar verschenen er bij Anthos drie drukken. (Waarvan de laatste een tikkeltje overmoedig: van de zestienhonderd exemplaren staan er nog veertienhonderd in de gang.)

Vertaald

Voor Willem Elsschot is de belangstelling uit het buitenland groot. Frank Ligtvoet, directeur van het literair produktiefonds, spreekt van een doorbraak.

Bij de Italiaanse uitgeverij Iper Borea verscheen Formaggio Ollandese (Kaas), in Frankrijk verscheen de novelle Feu Follet (Het dwaallicht) en medio april komt bij Penguin Villa des Roses uit.

Behalve Multatuli was het nog geen Nederlandstalige schrijver gelukt door te dringen in de Twentieth Century Classics-reeks van Penguin.

“En dat valt ook niet mee,” aldus Peter van Gorsel, directeur van Penguin Nederland. “Tussen Woolf, Proust, Green: Elsschot, he's a famous Belgian author - ga er maar aanstaan!"

Op de "klassieke'-verlanglijst van Van Gorsel staan nog Couperus, Of old people and things that pass en van Slauerhoff Forbidden empire.

In aantocht, in de reeks International writers van Penguin zijn Bram Kempers' Kunst, macht en maecenaat (Painting, power, patronage) en van Joop Goudsblom Vuur en beschaving (Fire and civilization).

Op de redactie van Penguin Nederland wordt gefluisterd dat Van Gorsel z'n boeken uitkiest op titel. Hij ontkent het niet. “Van Marga Minco: Bitter herbs,” zegt hij en kijkt dromerig voor zich uit. “Dat klinkt toch prachtig!”