Bij verkiezingen zijn veel beslissingen al gevallen; Radicalen Iran staan buitenspel

Het is de bedoeling dat nu eindelijk het laatste bolwerk van Irans radicale factie wordt geslecht. Dat is het parlement, de 270 zetels tellende Majlis, waarvoor vandaag verkiezingen worden gehouden. President Rafsanjani en zijn meer pragmatische vleugel van de Islamitische Revolutie hebben niets nagelaten om te waarborgen dat de circa 30 miljoen stemgerechtigde Iraniërs in de stemhokjes de juiste keuze maken.

Radicale vertegenwoordigers zeggen dat zij in de aanloop naar deze verkiezingen ernstig zijn gediscrimineerd, en dat is ook zo. Irans Opperste Leider, ayatollah Ali Khamenei, liet in februari openhartig weten liever geen oppositie in het parlement te zien. De Raad van Hoeders van de Grondwet, de islamitische waakhond die de kandidaten voor een zetel op hun verkiesbaarheid moest toetsen, riep hij toen op om te waarborgen dat “het juiste soort mensen de islamitische Majlis binnengaat”. Het was overduidelijk dat hij op de radicale oppositie doelde. Het diverse verzet is slechts vanuit het buitenland en ondergronds actief, en de liberalen van ex-premier Bazargan waren door de autoriteiten van deelneming uitgesloten.

De Hoeders, die ook bij de laatste verkiezingen, voor de Raad van Deskundigen (met als voornaamste taak de keuze van een Opperste Leider), met graagte voor de regering de radicale kandidaten hadden uitgewied, verrichtten hun taak ook ditmaal naar behoren. Van de ruim drieduizend gegadigden die zich hadden aangemeld werd een derde afgewezen wegens tekortkomingen variërend van financiële of politieke corruptie tot analfabetisme. De Hoeders hadden daarbij een stevige bres geslagen in de radicale kandidatenlijst: zelfs waren veertig van de zittende parlementsleden te licht bevonden.

Onder de afgewezenen waren roemruchte figuren als ex-scherprechter hojatoleslam Sadeq Khalkhali, de vroegere minister van zware industrie Behzad Nabavi en zelfs een vice-voorzitter van de Majlis. Khalkhali zei later niet op de hoogte te zijn gesteld van de reden van zijn afwijzing, maar ervan overtuigd te zijn dat “onze openhartigheid en duidelijke oppositie tegen de belangen van de VS in de regio” er aan ten grondslag lagen. “Moeten zij die openhartig zijn met DDT worden verstikt om de juiste atmosfeer te creëren voor relaties” met het Westen, vroeg hij zich af.

De Hoeders handelden in de laatste week voor de verkiezingen, waardoor de radicale groep in grote problemen werd gebracht. In veel kleine districten deed zij plotseling niet meer mee; verder was zij beroofd van een groot aantal kanshebbers. Overbleven in meerderheid de goed opgeleide dertigers: de technocraten aan wie Rafsanjani de voorkeur geeft boven radicale laag opgeleide geestelijken.

De tegenstellingen tussen Rafsanjani en de radicalen, onder wie ex-minister van binnenlandse zaken Mohtashemi nog altijd een prominente rol speelt, betreffen niet zozeer de Islamitische Revolutie: die wordt alleen aangevallen door de partijen die niet aan deze verkiezingen deelnemen. Beide groepen volgen officieel de lijn van de Imam (Khomeiny), hoewel zij elkaar ervan beschuldigen dat niet te doen. Het gaat met name om de economische en de buitenlandse politiek, waarin Rafsanjani Irans isolement probeert te doorbreken. Hij is ervan overtuigd dat het islamitische regime en daarmee zijn positie op den duur alleen te redden zijn door een sanering en liberalisering van de economie, samen met een toenadering tot het Westen dat in Iran moet investeren en moet helpen de door de oorlog tegen Irak zwaar getroffen olie-industrie te herstellen en te moderniseren.

De radicale factie daarentegen - heel los verenigd in de Ruhaniyun Mobarez, Associatie van de strijdende geestelijkheid, tegenover de pragmatische Ruhaniyat Mobarez, Gemeenschap van de strijdende geestelijkheid - ziet alleen heil in een strak geleide economie tegenover “een triomfantelijke terugkeer van het kapitalisme”. Zij eist een herverdeling van de welvaart ten bate van de armen, in wier naam indertijd de Islamitische Revolutie is doorgevoerd (maar ze wordt er door de tegenpartij juist van beschuldigd die welvaart door revolutionair wanbeleid te hebben verkwanseld). Zij wijst voorts elke toenadering tot het Westen af, omdat die volgens haar onvermijdelijk de Islamitische Revolutie zal ondermijnen.

Ook met een radicaal parlement is Rafsanjani erin geslaagd zijn ideeën door te voeren, zij het verwaterd of eindeloos vertraagd. Voor de aanvaarding van zijn vijfjarenplan, dat voor het eerst in Irans revolutionaire tijd was gebaseerd op buitenlands krediet, had hij een jaar nodig. En de huidige economische situatie is zo slecht dat hij niet veel tijd meer te verspelen heeft.

De werkloosheid is groot - veertig procent wordt wel gezegd - en de inflatie zou in dezelfde orde van grootte liggen. Zelfs het bloedgeld is omhooggegaan: opperrechter ayatollah Morteza Moqtadaei deelde deze week over de radio mee dat de prijs van een leven is verachtvoudigd. De moordenaar van een islamitische man kan zich nu van de galg redden - als de familie van zijn slachtoffer het ermee eens is - door 70 miljoen rial te betalen (50.000 dollar).

Er zijn het laatste half jaar herhaaldelijk protestdemonstraties gemeld en opstootjes uit economische onvrede. De bazar van Teheran werd geschokt door een reeks aangestoken branden waarbij ook de economische toestand als motief werd gezien. De regering voelde zich zelfs genoodzaakt in de begroting voor het eind maart begonnen begrotingsjaar de post subsidies te verdubbelen in plaats van ze af te schaffen in overeenstemming met de voorstellen van het Internationaal Monetair Fonds. Maar dat was nauwelijks realistisch, zo in het zicht van de verkiezingen, ook in aanmerking genomen dat het armste deel van de bevolking toch al het meest geneigd is de radicale factie te steunen.

Onder het hoofdstuk verkiezingspolitiek viel ook zonder twijfel de aanval van zondag op een basis van de Iraanse verzetsbeweging Mujahedeen-Khalq in Irak. En het hoofd van de vertegenwoordiging van het Internationale Rode Kruis in Teheran meende dat zijn recente uitwijzing eveneens direct met de verkiezingen was verbonden: allemaal pogingen om een fiere indruk te maken en niet als lakei van het imperialisme te kunnen worden gebrandmerkt.

Of dat de pragmatici wel zoveel moeite kost is overigens de vraag: dat zij pragmatisch zijn maakt hen nog niet pro-Westers. De regering heeft zich nooit gedistantieerd van Imam Khomeiny's doodvonnis tegen de Britse schrijver Salman Rushdie; zij voert alleen aan dat Londen zich er vooral niet al te veel van moet aantrekken. Het onderzoek van de Franse rechter-commissaris De Bruguyère naar de moord op de Iraanse ex-premier Bakhtiar in de afgelopen zomer heeft bewijzen van betrokkenheid van de Iraanse regering opgeleverd. Rafsanjani zelf heeft gepresideerd over een ver gaande toenadering tot de moslim-fundamentalistische regering van Soedan, waar Iraanse Revolutionaire Gardisten nu Noordafrikaanse fundamentalistisch-revolutionairen helpen opleiden.

De regering is alweer jaren ingespannen bezig haar militaire macht te vergroten, en onder andere in Israel maakt men zich zeer zenuwachtig over aanhoudende geruchten over een Iraans kernwapenprogramma. Israel heeft ook Iran verantwoordelijk gesteld voor de zware bomaanslag op zijn ambassade in Buenos Aires waarbij 29 doden vielen. Suggestief is in elk geval dat ayatollah Khamenei enkele dagen na de aanslag onderstreepte dat alle moslims verplicht zijn deel te nemen in de “islamitische strijd tegen Israel”.

“We kunnen het stralende licht van de islam worden, als we bewust en met staatsmanschap handelen”, zei Rafsanjani onlangs. En de radicalen kan hij daarbij niet gebruiken.