Alcatel, een eilandenrijk met veel autonomie op lokaal niveau

PARIJS, 10 APRIL. Een tanker laveren over ruwe wereldzeeën vereist alleenheerschappij aan het roer. Zo wil ook het Franse energie- en telecommunicatieconcern Alcatel Alstohm zich een weg banen langs de concurrentie op de wereldmarkt: zonder overheidsbemoeienis en met zo min mogelijk belangrijke minderheidsaandeelhouders.

De eerste stap op weg naar alleenheerschappij werd gezet in 1987 toen het bedrijf, toen nog Compagnie Generale d'Electricité geheten, werd geprivatiseerd. Sindsdien laat het concern jaarlijks nette cijfers zien. Veel betere cijfers dan bijvoorbeeld computerfabrikant Bull, chipproducent SGS-Thomson en fabrikant van consumentenelektronica Thomson, waarin de Franse overheid nog steeds belangen heeft.

Ook vorig jaar wist het concern, dat deze week zijn jaarcijfers publiceerde, de opgaande lijn vast te houden. De nettowinst was in 1991 met ruim 2 miljard gulden drie keer zo hoog als in het eerste jaar na de privatisering. De omzet van het conern is vergelijkbaar met die van Philips, 53 miljard gulden.

Toen de voormalige Franse premier Edith Cresson vorig jaar een beroep deed op Alcatel om de noodlijdende elektronica-broeders de helpende hand toe te steken kreeg ze dan ook nul op rekest. Alcatel zou een van de peilers moeten worden onder een groots nieuw complex van elektronicaconcerns. “Ik heb toen gezegd dat we al een groot elektronicaconcern waren”, aldus president-directeur P. Suard. “Dat was niet wat ze wilde horen.”

De privatisering heeft Alcatel Alstohm ontegenzeglijk voordelen geboden. In 1988 kon het bedrijf, zonder toestemming van de politiek, de produktie van computers en televisies afstoten. Bovendien wilde het Amerikaanse ITT wel een hechte samenwerking met het nieuwe Alcatel, terwijl de Amerikanen voorheen niet in zee wilden met het oude CGE.

In de afgelopen maanden heeft het bedrijf serieus werk gemaakt van de tweede fase van de verzelfstandiging: om de eenheid in het bedrijf te versterken werden houders van minderheidsbelangen uitgekocht en uitstaande aandelen van dochterondernemingen zoveel mogelijk van de markt gehaald. Voor 6 miljard franc kocht de moedermaatschappij het belang van 30 procent dat ITT had in de telecommunicatie-dochter. In de toekomst wil men eventueel het 50-procentsbelang van General Electric Company (GEC) in de energie joint venture GEC/ Alsthom verwerven.

Naast de omvangrijke transactie met ITT werden de bedrijfonderdelen Locatel, Saft (batterijen, accu's) en General Occidental dit jaar voor het eerst volledig geconsolideerd. De nog uistaande aandelen van Cegelec (elektrotechniek), Electrobanque en de Duitse dochtermaatschappij werden opgekocht.

Maar souvereiniteit heeft zijn prijs. Tengevolge van deze aankopen en enkele buitenlandse acquisities is de schuldenlast in het afgelopen jaar meer dan verdubbeld: uitgedrukt in een percentage van het totale vermogen steeg de schuldenlast van 7 tot 16 procent. Geen zorgwekkende verhouding, vindt men bij Alcatel, maar dit jaar blijft de knip op de portemonnaie.

Maar hoeveel geld Alcatel ook tegen zijn onafhankelijkheidsstrijd aangooit, de sporen van het verleden laten zich nooit meer helemaal uitwissen. Het bedrijf herbergt een curieuze collectie activiteiten die weinig affiniteit met elkaar hebben, maar die elkaar ooit om industrie-politieke redenen onder één dak vonden. Het produktassortiment bestaat onder andere uit telefooncentrales, energiecentrales, kabels en hoge-snelheidstrijnen. Bovendien is Alcatel eigenaar van het opinieweekblad L'Express.

In de dagelijkse praktijk is Alcatel dan ook een industrieel atol, een eilandenrijk met grote autonomie op lokaal niveau. Op het hoofdkantoor in Parijs werken slechts 150 mensen en vitale divisies worden vanuit het buitenland gerund. Om belastingredenen zijn de twee belangrijkste dochters van de groep, telecombedrijf Alcatel en de energie joint venture GEC Alstohm, statutair in Nederland gevestigd, waardoor ook een deel van het financieel-management niet in Parijs, maar in Amsterdam wordt afgewikkeld.

J. Cornu, tweede man bij het concern, erkent dat er op technologisch vlak nauwelijks raakvlakken bestaan tussen de produktie van gas-turbines voor een energiecentrale en elektronica voor het telefoonnet. Maar, zegt hij, de ontwikkeling van de technologie helpt in dit opzicht een handje: in alle divisies wordt computer-software steeds belangrijker. Moderne telefooncentrales bestaan voor een groot deel uit software, de bewaking van energiecentrales maakt gebruik van software en ook bij de spoorwegen wordt software steeds belangrijker omdat alleen met behulp van computers de capaciteit van een bestaand railnet uitgebouwd kan worden.

Behalve software kent het bedrijf nog een, belangrijker, bindmiddel: de klant. Alcatel is voor het leeuwedeel van de omzet afhankelijk van de overheid en semi-overheid. Een goede naam bij de nationale energieleverancier helpt bij het verkrijgen van orders voor de nationale spoorwegmaatschappij. In Nederland levert een Alcatel-divisie nu elektronica voor bewaking van de treinenloop aan de Nederlandse Spoorwegen. Aan dezelfde NS probeert een andere Alcatel-divisie een hoge-snelheidstrein te slijten.