Zwarte legende op de Coolsingel

Siki. Regie: Niek Koppen. Met: M'Barick Fall, Ocania Chalk, Torbjörn Safve, Albert Stol. In: Amsterdam, Kriterion (voorprogramma: een korte film met W.C. Fields); Rotterdam, Lantaren/Venster (voorpro- gramma: De brug van Joris Ivens, De steeg van Jan Koelinga en Hoogstraat van Andor von Barsy).

Alle luciferdoosjes in Senegal dragen nog steeds de gestileerde afbeelding van een zwarte bokser. Het is een eerbetoon aan Le boxeur, de legendarische eerste Afrikaanse wereldkampioen, M'Barick Fall, die zich in Frankrijk naar zijn Senegalese geboorteplaats Louis noemde, maar die de geschiedenis in zou gaan onder de naam Battling Siki.

De Nederlandse regisseur Niek Koppen maakte een intrigerend documentair portret van Siki, opgenomen op drie continenten, dat min of meer chronologisch de lotgevallen vertelt van de sportman, die door zijn eigen manager in 1922 beschreven werd als "een intelligente gorilla, (...) half mens, half dier'. Rond 1920 belandde Siki in Rotterdam, waar hij trouwde met Lijntje van Appeltere en in 1921 vader werd van Louis jr., die in de jaren zestig spoorloos verdween. De bokser was waarschijnlijk een van de eerste zwarten die in een Nederlandse stad woonde en aanzien genoot. Oudere Rotterdammers kunnen nog het liedje zingen dat over Battling Siki de ronde deed.

Behalve een fascinerende terugblik op een confrontatie tussen twee werelden in een tijd, toen het woord racisme nog niet eens bestond, is de film ook een boeiende studie naar de mechanismen van legendevorming en orale geschiedenis. De feitelijke documentatie van Siki's spectaculaire levensloop is zo summier, dat vele verschillende versies en interpretaties een eigen leven konden gaan leiden. Koppen en zijn cutter Erik Disselhoff plaatsen de elkaar op details volstrekt tegensprekende verhalen pal achter elkaar, zodat tussen de beelden en de woorden een nieuw verhaal ontstaat, namelijk over de verborgen agenda van biografen en historici. In levendige bewoordingen, alsof ze er zelf bij geweest zijn, vertellen een Senegalees, een Zweed, een Nederlander en een zwarte Amerikaan over de sterke staaltjes van Siki. Over het geboortejaar kunnen ze het al niet eens worden: 1895 volgens de Senegalezen, 1902 volgens de sterfakte uit New York, waar de bokser in 1925 op straat in de rug werd geschoten. Het lijdt geen twijfel, volgens de ene historicus, dat het hier een wraakactie betrof van Franse onderwereldrelaties van de in 1922 door Siki in een kampioensmatch verslagen Georges Carpentier. De wedstrijd was verkocht, maar Siki besloot na een paar ronden toch terug te vechten. De scheidsrechter diskwalificeerde de Afrikaan na een overwinning door knock out, maar moest die beslissing herroepen toen het publiek in opstand kwam. Desondanks weten Franse boksveteranen heel zeker dat Carpentier geflikt was.

Vijanden had Siki genoeg: zijn dandy-achtige verschijning en het plezier dat hij aan zijn status ontleende, verhoogden de jaloerse reacties. Een andere biograaf vermoedt dat Siki's uitdagende houding jegens de discriminatie in Amerika de aanleiding vormde tot de moord. Maar een uit de hand gelopen poging tot straatroof kan ook niet uitgesloten worden.

En was Siki een bigamist? Wist Lijntje in Rotterdam wel dat de vader van haar zoon in Amerika opnieuw getrouwd was? Voor de Nederlandse nabestaanden van de in 1983 overleden oude dame komt de wetenschap dat ze ooit met een zwarte bokskampioen gehuwd was als bijzonder ongerijmd voor.

De ene bloemrijke getuige na de andere verschijnt voor de camera van Koppen. Enkelen zouden een afzonderlijke film waard zijn, zoals de uit Hongarije afkomstige voormalige cameraman, die ooit opnamen maakte voor een (verloren) speelfilm met de bokser. Het is opvallend hoe veel bewegende archiefbeelden nog wel opgespoord konden worden. Een groot deel van de strijd om de wereldtitel tussen Siki en Carpentier is bewaard en vormt een door de authenticiteit en het spannende verloop van de match een hoogtepunt van de film. Ook van de huldiging van de kampioen in Rotterdam bestaan journaalbeelden.

Die bekroning van het speurwerk, bij voorbeeld ook benadrukt door het te voorschijn halen van het moorddossier uit een Newyorks politiearchief, is een ander filmisch goed gebruikt element, dat van Siki meer maakt dan een televisieachtige reportage over een interessant curiosum. Koppen, die tot nu toe kinderprogramma's voor de VPRO regisseerde en assistent was bij de speelfilms van Jos Stelling, debuteert met glans als auteur van een echte documentaire, een origineel vormgegeven visie op de ongrijpbaarheid van de geschiedenis.