Verven

Traditioneel valt de start van het jaarlijkse bijschilderen van de woning min of meer samen met de Grote Schoonmaak die het al evenzeer van grondig luchten moeten hebben. De Grote Schoonmaak is zojuist begonnen en ook het schilderen kan dus niet ver meer zijn.

Verven dus. De vraag is waarmee? Het aanbod aan doe-het-zelf verven wordt steeds gevarieerder en dat komt niet van de beschikbare kleuren alleen. In toenemende mate worden wezenlijk verschillende verfsoorten aangeboden. Naast de gewone synthetische verf (alkydharsverf of alkydverf) zijn er nu ook zogeheten verven op waterbasis ("waterafdunbare' verven) voor het bewerken van hout en metaal. De nomenclatuur is nog een zootje maar de meest gangbare aanduiding lijkt "watergedragen acrylaatverf' te zijn. Synoniem is: acrylaat-dispersieverf.

Behalve die en de niet-watervaste (maar "veegvaste') muurverven en de net genoemde alkydverven, worden de zelfschilder ook "natuurverven' op basis van lijnolie en terpentijn voorgehouden.

Aan de basis van de veranderingen ligt een streven van overheid en bedrijfsleven om het milieu minder met verfresten en uit verf vrijkomende produkten te belasten. Er is de wens om de pigmenten, die nogal eens uit zware metalen als lood en cadmium worden bereid, milieuvriendelijker te maken en ook allerlei additieven zoveel mogelijk te verbeteren.

De grootste aandacht krijgen de oplosmiddelen die de verf dun en strijkbaar moeten maken. De gangbare alkydverven bestaan niet zelden voor de helft uit oplosmiddel (meestal "terpentine', "peut' of "white spirit') dat er bij het drogen van de verf langzaam uit ontwijkt. De industrieel toegepaste verfsoorten bevatten andere oplosmiddelen, maar met dezelfde ongustige bijwerking: de vluchtige organische verbindingen die ze in de atmosfeer brengen, verhogen de kans op ozon-vorming. De zogeheten Los Angeles-smog die vooral bekend is van zonnig, windstil weer. Het ozon vormt zich uit een reactie tussen de oplosmiddelen en de stikstofoxyden NOx die in motoren en grote vuurhaarden ontstaan. Hoe gewenst de aanwezigheid van ozon in de stratosfeer ook is, op lage hoogte overheerst alleen het giftige effect van het gas.

Het project KWS 2000 beoogt de uitstoot van vluchtige organische verbindingen in het jaar 2000 terug te brengen tot de helft van het niveau van 1985. Omdat er steeds meer geverfd wordt vergt dat een zware inspanning. De oplossing die de industrie vond bestaat uit het verminderen van de hoeveelheid oplosmiddel (high-solid verven) of de vervanging van het gangbare oplosmiddel door een onschuldig middel: water. Een combinatie van die twee is mogelijk.

Of de doelstelling van KWS 2000 gehaald wordt is onduidelijk. De beroepsschilder blijkt net zo moeizaam over te schakelen van alkydverf naar acrylaat-dispersieverf als hij destijds van lijnolieverf overging op alkydverf. De trage introductie van de milieuvriendelijke verven komt ook door onzekerheden over de eigenschappen van de verven. Glans en duurzaamheid schijnen van geval tot geval te kunnen veschillen. Juist vandaag zijn twijfels over de geclaimde milieuvriendelijkheid van de acrylaatverven uitgesproken (zie pagina 2). Vooralsnog stimuleert het ministerie van VROM het gebruik van deze verven.

Interessant is de positie van de lijnolieverven, de "natuurverven' die vooral in "milieuwinkels' en dergelijke worden aangeboden. De belangrijkste leverancier daarvan is Agathos in Zutphen die de pers al geruime tijd bestookt met brochures waaruit het mens- en milieuvriendelijke van haar verven moet blijken. Het is een reactie op ongunstige uitlatingen terzake van, onder meer, de Consumentenbond (de gids van oktober 1990), de Utrechtse Wetenschapswinkel en het ministerie van VROM.

De lijnolieverven van Agathos bestaan, afgezien van de lijnolie (een aanduiding voor uit gekneusd vlaszaad gewonnen verbindingen tussen glycerol en linoleenzuur, oliezuur en linolzuur) minstens voor 18 procent tot 24 procent uit terpentijn. Over de lijnolie geen kwaad woord, afgezien van de kanttekening dat de verf die eruit wordt gemaakt zich karakteriseert door een "luie droging' (waarvan sommige zelfschilders bijkans gek zijn geworden) en de geringe uitharding (die volgens Agathos weer wordt gecompenseerd door een mooie elasticiteit). De kritiek spitst zich toe op de terpentijnolie, het oplosmiddel dat uit "pijnbomen' (dennen) gewonnen wordt. Niet alleen zijn veel mensen allergisch voor het goedje of krijgen ze er eczeem van, het middel is, schrijft VROM, hoe natuurlijk ook, net zo goed een "vluchtige organische verbinding' als het synthetische terpentine. Het is óók een smog-vormer. Agathos deelt ons mee dat zij gom-terpentijn gebruikt waarin de eczeem-veroorzakende nevenprodukten tot een minimum zijn teruggebracht en dat het lood-om-oud-ijzer is of de terpentijn uit de denneboom verdampt of uit de verf.

Zo voorziet British Telecom (BT) in 1995 een markt van vijf tot zes miljard gulden. “De videofoon zal veel mensen eerst schrik aanjagen”, zegt woordvoerder Jim Baron van BT. “Maar over een paar jaar zal hij net zo gewoon zijn als de draadloze telefoon.”