Twee opties voor zenderindeling

Het uur U nadert voor de publieke omroep, die op goede vrijdag vaststelt wie met wie op welk van de drie netten gaat samenwerken.

De discussie is nu verhitter dan ooit, want er moet straks niet alleen per net hecht worden samengewerkt, maar de netpartners zullen tot na de eeuwwisseling met elkaar in zee moeten. Elke afzonderlijke omroep strijdt voor de individuele "identiteit'.

Acht A-omroepen, de NOS en een reeks van kleine zendgemachtigden ijveren voor een zo veilig mogelijk plekje in de nieuwe constellatie, nu de drie kandidaat-commerciële omroepen, VARA, Veronica en TROS, toch in het publieke bestel blijven en VPRO en EO per 1 oktober hoogstwaarschijnlijk de A-status krijgen. Twee reële opties zijn na de gespreksrondes in het NOS-bestuur overgebleven.

Optie 1.: Op Nederland 1 AVRO, KRO, NCRV, een deel van de NOS alsmede RKK, Ikon en de Humanistische Omroepstichting; op Nederland 2 EO, Veronica, TROS, een deel van de NOS en de Educatieve zendgemachtigden; op Nederland 3 VARA, VPRO en het grootste deel van de NOS. Optie 2.: Op Nederland 1 AVRO, KRO en NCRV, kleine zendgemachtigden en de helft van de EO; op Nederland 2 VARA, Veronica, TROS, de educatieven en de andere helft van de EO; op Nederland 3 de VPRO en de NOS.

Voor geen van beide opties is in het NOS-bestuur een meerderheid voorhanden, wel bestaat er in het Dagelijks Bestuur van de NOS een voorkeur voor de eerste optie.