"Soedans islamisering heeft eigen gezicht'

De zwagers Hassan al-Turabi en Sadeq el-Mahdi zijn de twee hoofdrolspelers in de Soedanese politiek sinds 1985. Premier Sadeq nam de moslim-fundamentalist Turabi in zijn kabinet op, een regering die in 1989 werd omvergeworpen door militairen die vervolgens Turabi als ongekroonde koning binnenhaalden. Hoewel Turabi nu aan de macht is en Sadeq vrijwel een gevangene van het regime, vertonen hun politieke ideeën veel overeenkomst.

KHARTOUM, 9 APRIL. “Hassan al-Turabi en Sadeq el-Mahdi hangen hetzelfde concept van de islam aan”, zegt een prominente, niet-islamitische zwarte Zuidsoedanees in Khartoum, die in het begin van de jaren tachtig een hoge positie in de regering bekleedde. “Ik heb de islamitische dictatuur zien aankomen. Het was alleen de vraag wie van de twee als eerste het leger zou inzetten om de verspreiding van de islam te bewerkstelligen.”

Turabi's tegenstanders noemen hem een leugenaar, een politicus voor wie macht de enige drijfveer is. Voor zijn volgelingen in en vooral buiten Soedan neemt hij het aanzien aan van een profeet die de eeuwenlang onderdrukte moslim-gemeenschap in de wereld haar vrijheid en eigen identiteit zal teruggeven. De in Oxford en aan de Sorbonne opgeleide Turabi (62) oefende grote invloed uit zowel in de nadagen van de dictatuur van president Numeiry als tijdens de democratische periode onder zijn zwager premier Sadeq el-Mahdi.

Na de militaire staatsgreep van 1989 bereikte zijn machtspositie pas werkelijk een hoogtepunt. Hoewel hij dit met een brede glimlach ontkent is hij de meest invloedrijke politicus en filosoof achter het nieuwe regime. Zijn doel, het doorvoeren van een fundamentalistische revolutie, is bijna bereikt. “Een terugkeer naar het verleden is niet reactionair”, zegt Turabi. “Het is een wedergeboorte, we gaan terug naar de bronnen.”

Hij voelt zich onderdeel van een wereldwijde islamitische revolutie. “De islamitische revolutie is overal aan de orde van de dag. In Algerije kan het islamitische front niet meer worden gestopt, de Algerijnen smachten naar de islam. In Tunesië is de beweging zeer sterk, president Ben Ali vertegenwoordigt er niets. Als de Amerikanen Gaddafi omverwerpen, zullen ze ook in Libië worden geconfronteerd met de oprukkende islam. En in Egypte gaan door islamieten veroorzaakte uitbarstingen plaatshebben.”

Om de wereldwijde opmars van de islam te bevorderen organiseerde Turabi vorig jaar een conferentie in Khartoum met moslim-gedelegeerden uit 55 landen. Oppositionele moslimgroepen uit bijvoorbeeld Libië en Tunesië worden welkom geheten in Soedan en Revolutionaire gardisten uit Iran mogen er vrij opereren.

In Soedan, zo onderstreept Turabi, heeft de islamisering een eigen gezicht. “Hier heeft de moslim-heropleving zich gestaag ontwikkeld sinds de jaren vijftig. Daarom is de islamisering hier minder absoluut, milder, volwassener en meer verfijnd.” De islamitische revolutie heeft daarom in Soedan weliswaar een zeer indringend, maar langzamer ritme, tot ergernis van sommige fundamentalisten in zijn eigen partij, die Turabi “te liberaal” vinden.

Hij heeft weinig goede woorden over voor de democratische periode onder Sadeq. “Er bestond geen verantwoordelijkheid, geen participatie. Het islamitische politieke model is gebaseerd op volledige participatie van de bevolking, de islam werkt met consensus, geen meerderheidsbewind, we zoeken consensus.”

De vestiging van een rechtvaardige islamitische samenleving en de verspreiding van de islam zijn Turabi's hoofddoelen. De oorlog om Koeweit, waarin Soedan de zijde van Irak koos, versterkte volgens hem de eigen identiteit van de moslims. ,Er bestonden geen meningsverschillen tussen de moslims over de oorlog, alleen tussen de regeringen in de moslim-wereld”, aldus Turabi. “De islamieten zijn zich nu meer bewust van de gevaren van het Westen, ze zijn minder tolerant geworden ten opzichte van het Westen.”

De familienaam van Turabi's zwager, de 56-jarige Sadeq el-Mahdi, is een instituut geworden in de Soedanese politiek. Hij stamt af van de legendarische islamitische nationalist de Mahdi (1844-1885), die Soedan korte tijd bevrijdde van de Britse kolonisten en de Britse gouverneur Gordon onthoofdde. Sadeq werd leider van de islamitische sekte de Ansar en de daaraan verbonden Umma-partij. In 1966/67 was hij kortstondig premier en in 1986 moest hij na 17 jaar dictatuur bewijzen dat democratie kon werken in Soedan.

“Ik geloof nog steeds dat het democratische systeem het beste is voor de Derde wereld”, zegt hij. “In de democratische periodes in de Soedanese geschiedenis ging het steeds een beetje beter, onder militaire heerschappij gaat het steeds slechter.” Sadeqs regime werd gekenmerkt door grote menings- en persvrijheid, maar tevens door besluiteloosheid, een oorlog in het zuiden die bloediger werd door het inzetten van Arabische milities tegen zwarte zuiderlingen, en door een diepe economische malaise. Voelt hij zich persoonlijk verantwoordelijk voor het debâcle?

“Ik heb mijn best gedaan. De politieke partijen en de vakbonden misdroegen zich, er bestonden onstabiele relaties tussen burgers en het leger en de economie was zwak. Het Westen hielp ons onvoldoende. De Verenigde Staten verlangden heimelijk terug naar de dagen van de dictator Numeiry, met wie ze gemakkelijk zaken konden doen. In het geheim waren de Verenigde Staten blij met de militaire coup tegen mijn regime.”

Critici verwijten Sadeq dat hij te veel macht gaf aan het Nationaal Islamitisch Front (NIF) van Turabi, daarmee de weg banend voor de machtsovername door de fundamentalisten. Lonkte hij niet te veel naar Turabi?

“Ik heb altijd geprobeerd nationale oplossingen te vinden voor onze problemen. We hebben een nationale consensus nodig, daarom betrok ik alle partijen bij mijn beleid. Het was beter om het NIF in de regering op te nemen, in de oppositie had het Front het makkelijker gehad.”

Evenals Turabi neemt hij een islamitische revolutie in de wereld waar “uit frustratie over sociale onrechtvaardigheden en buitenlandse overheersing. Maar in deze beweging bestaan verschillende stromingen. Er zijn degenen die reactionair zijn, zoals het NIF, en de verlichten. De ideeën van het NIF naderen definitief hun einde want er ontstaat een sterke stroming van intellectuelen die pleiten voor democratie en respect voor de rechten van de mens. In Soedan is de islam altijd open geweest en legaal aanwezig in de politiek. Wij Soedanezen waren nooit tegen modernisatie, de islam was nooit reactionair. Soedan vervulde een voortrekkersrol voor de islam en wat er nu gebeurt onder het NIF werkt averechts voor de islam.”

Evenals Turabi toont Sadeq zich een sterke voorstander van islamisering. “Ik ben vóór de shari'a (islamitische wetgeving - red.), als eerst duidelijk wettelijk wordt vastgesteld wat de rechten van iedere Soedanees zijn. In de Soedanese geschiedenis verspreidden de islam en de arabisatie zich op vreedzame wijze. Ik wil die traditie herstellen.”

Turabi's NIF beschuldigt hij ervan een “instant islam” te willen vestigen, een kortere weg naar de macht. Zijn zwager Turabi noemt hij nu een verrader. Sadeqs bewegingsvrijheid is ernstig beknot door het nieuwe regime. Vrijwel afgesloten van de buitenwereld schreef hij een nieuw boek, vertelt hij. “Ik heb geen politieke ambities meer, als auteur en adviseur kan ik mijn land beter dienen.”