Slagwerkgroep besluit met onstuimige samba

Concert: Slagwerkgroep Den Haag met Frits Landesbergen (vibrafoon), Eleonore Pameijer (fluit) en Job ter Haar (cello). Werken van Senn, Kessner, Landesbergen, Crumb, Hamel en Kolb. Gehoord: 8/4 Concertgebouw Amsterdam. Herhaling: 12/4 Muziekcentrum Vredenburg, Utrecht.

Een theorie van George Steiner verklaart waarom in onze tijd het scheppen van kunst heeft plaatsgemaakt voor het leveren van commentaren, als een soort van nawoord bij de cultuur: "sinds God werd doodverklaard is de kunstenaar zijn Rivaal ontnomen'. Het jubileumconcert van de vijftienjarige Slagwerkgroep Den Haag plaatste gisteravond in de KLeine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw de vibrafoon en zijn bespeler Frits Landesbergen, vooral bekend in de sector van de geïmproviseerde muziek, centraal, maar eigenlijk ook het citaat-componeren: composities als nawoord bij andermans werk. Bij Dan Senn is sprake van een integratie van cafémuziek in een concertzaal, Landesbergen zelf gaat uit van de samba, Barbara Kolb incorporeert een compositie van haar favoriet Keith Jarrett en Micha Hamel, heel bescheiden, leende voor zijn Porfieren Fontijnen voor drie vibrafoons (1992) één vibrafoonakkoord van Richard Rijnvos, maar die vormde dan wel de basis voor al het materiaal. Het begin wat vrijblijvend stromend, maar als de purperen stralen tenslotte in een enkel notendrupje tot stilstand komen, weet Hamel wel degelijk een zekere spanning op te roepen.

Wat mij betreft het mooiste citaat en de sterkste compositie leverden respectievelijk Claude Debussy (Syrinx voor fluitsolo) en George Crumb in An Idyll for the Misbegotten uit 1985 voor fluit en drie ruimtelijk geplaatste groepen van diverse trommen. De componist lichtte zijn werk als volgt toe: “Ik heb het gevoel dat misbegotten (misplaatst) zeer wel past bij de noodlottige en droefgeestige categorie die de soort homo sapiens op het moment is. De mens wordt meer en meer misplaatst in de natuurlijke wereld van planten en dieren. Het oude idee van leven in gemeenschap met alle levensvormen is langzamerhand geheel vervaagd, waardoor wij regenten van een stervende wereld zijn geworden. Door deze gedachten werd mijn kleine Idylle geïnspireerd.”

Voor de hand liggende associaties met Aziatische muziek, waarin de combinatie van fluit en slagwerk immers favoriet is, worden versterkt door fluisterend gereciteerde dichtregels van Shu-K'ung Shu: “Wassende maan. Rillende vogels. Verdorrend gras.” Associaties zijn er voorts met aan de natuur ontleende klanken zoals van dreigend onweer in echorijke, doffe roffels en met het weemoedig janken van de jakhals. Heel soepel en natuurlijk werden de melancholieke Debussy-ornamenten in het geheel verwerkt, eerst sec en later als deeltjes geïntegreerd. Fluitiste Eleonore Pameijer vertolkte Crumbs emotionele natuurmuziek met veel fantasie en gevoel voor klankkleur.

De avond werd besloten met een nieuw werk van de swingende Landesbergen: Fiesta Finito voor twee vibrafoons, twee marimba's, fluit, cello en drums. Na een korte sfeerinleiding barst een onstuimig sambafeest los, pretentieloos, meer schets dan compositie. Maar het publiek beleefde er niet minder plezier aan.