Scheppen met elektrisch net

In ondiep water en bij gunstig licht kunnen vissen met elektriciteit worden verschalkt. De vis raakt verdoofd en kan zo uit het water worden geschept

Jan van Veen is binnenvisser, een van de weinige nog. Zijn viswater in de buurt van Roelofarendsveen, waarop zijn woning uitzicht biedt beslaat ongeveer 1000 hectare. Zoals voor veel van de binnenvissers is ook voor Jan van Veen de paling het belangrijkste doelwit. Ongeveer 80 % van zijn inkomsten komt uit de palingvangst, de andere 20 % uit de verkoop van pootvis, van aasvisjes voor de sportvisserij en snoekbaars.

Acht jaar geleden schafte Jan van Veen een uitrusting voor het elektrisch vissen aan. En daar was volgens van Veen alle reden toe. Kapot gevaren en gestolen fuiken leverden hem een jaarlijkse kostenpost van ongeveer 13.000 gulden op. En dat betreft dan alleen de materiaalkosten.

De elektrovisserij wordt in Nederland al sinds de jaren '50 beoefend. Maar vooral de laatste jaren neemt de belangstelling voor deze op het eerste gezicht nogal brute manier van vissen gestaag toe. Volgens een woordvoeder van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bezitten tussen de 50 en 80 mensen een vergunning voor het elektrisch vissen. De heer Looman, sinds jaren de enige in Nederland die elektrovisapparatuur verkoopt, schat het aantal verkochte apparaten op 60 stuks.

Het gros van de vergunninghouders is beroepsvisser. Maar er zijn ook bestuursleden van hengelsportverenigingen die bevoegd zijn. Gaat het de beroepsvisser om het vangen van paling, de hengelsportverenigingen is het begonnen om het inventariseren en in het verlengde daarvan het beheer van de visstand. Ook de Organisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij (OVB) vist elektrisch, voor onderzoeksdoeleinden.

Sidderaal

De toepassing van elektriciteit bij de visserij is niets nieuws. Al lang voordat in Duitsland in de vorige eeuw de eerste experimenten werden gedaan werd er al elektrisch gevist. Door de sidderaal. Verschillende soorten roggen en meervallen zijn eveneens in staat om sterke stroomstoten af te geven.

De elektrovisserij wordt uitgeoefend vanuit een goed isolerende boot van kunststof. Via een benzinemotor wordt een generator aangedreven die de stroom levert. Op misschien een enkele uitzondering na worden in Nederland alleen de aggregaten van Looman gebruikt. De Looman LE5 heeft een vermogen van 5 kw - meer is volgens de Visserijwet niet toegestaan - en levert een stroomsterkte van maximaal 25 ampère; van Veen vist met een stroomsterkte van tussen de vier en zeven ampère. De LE 5 werkt met zuivere gelijkstroom. Bij het gebruik van wisselstroom zou de sterfte onder de vissen en de kans op blijvende beschadigingen aan bijvoorbeeld de ruggegraat veel groter zijn. Volgens Looman heeft wisselstroom ongeveer hetzelfde effect als een handgranaat, waarmee tijdens de oorlog wel werd gevist.

Om de veiligheid van de vissers te garanderen, is ieder apparaat uitgerust met een zogeheten dodemansknop. Daarmee kan het apparaat in een keer buiten werking worden gesteld. Een voetkussen in de boot dat in verbinding staat met het aggregaat dient als extra beveiliging. Haalt de visser zijn voet er vanaf dan valt het apparaat stil. De apparatuur moet sinds 1984, toen subsidie van het ministerie mogelijk werd aan strenge eisen voldoen.

Aan de achterzijde van de boot hangt een negatieve pool in het water, meestal een metalen plaat of een stuk gaas. De positieve pool bestaat uit een schepnet dat aan de voorzijde van de boot in het water wordt gestoken.

De vis die zich in de buurt van het positieve schepnet bevindt is gedwongen om er naartoe te zwemmen; volgens drs. M.P. Grimm, vroeger als onderzoeker aan het OVB verbonden, worden sommige zenuwen van de vis geblokkeerd. Vlakbij de pool is het potentiaalverschil op het lichaam van de vis zo groot dat alle zenuwen en spieren de geest geven. De vis raakt verdoofd en kan eenvoudig met het schepnet uit het water worden gevist.

Bevindt de vis zich verder dan een meter van de pool, dan treedt echter een omgekeerde reactie op: de vis zwemt weg. Bij een hoge watertemperatuur en in water met een hoog zoutgehalte is de vangzone nog kleiner. De vis moet dan zeer dicht genaderd worden, wat met een briesend aggregaat in boot geen eenvoudige opgave is.

Overigens is ook in zout water elektrisch vissen mogelijk. Voorwaarde is wel dat er met een groot vermogen wordt gewerkt. Bij het Rijksinstituut voor Visserijonderzoek in IJmuiden (RIVO), deed men al in de jaren '70 onderzoek naar de mogelijkheden om elektriciteit toe te passen bij de visserij op platvis. De functie van de zware kettingen van de sleepnetten die de vis uit het zand moeten jagen zou overgenomen kunnen worden door elektroden.

In 1984 hadden de onderzoekers van het RIVO een "houtje-touwtjemodel' gereed. Het RIVO legde contact met bedrijven om het prototype verder te ontwikkelen. Maar de politiek greep in. Juist in die periode begon de problematiek van de visquota te spelen. Men achtte het in Den Haag niet verstandig om een vistuig te introduceren waarmee de vangsten nog verder konden worden opgeschroefd. Sinds 1985 is elektrisch vissen op zee verboden.

Dressuur

Alleen ondiep water leent zich voor de elektrische visserij. De paling zit in de modder en is in dieper water dus onbereikbaar voor de apparatuur. In de winter zit de paling zo diep in de modder weggekropen dat er zelfs in ondiep water maar weinig te vangen is. Jan van Veen vist dan ook alleen in de maanden juni, juli en augustus. En alleen 's morgens. Later op de dag maakt het weerkaatsende water het moeilijk om de vis te zien.

Als het gaat om het inventariseren van de visstand, mogen er bovendien geen waterplanten aanwezig zijn. Bij het naderen van een boot, met een briesend aggregaat, zal de vis op open water de neiging hebben om te vluchten. Zijn er waterplanten, dan zal de vis daar een veilig heenkomen zoeken.

Volgens drs. A.J.P Raat, onderzoeker bij het OVB, heeft de elektrovisserij als elke andere vorm van visserij te maken met het verschijnsel van de "dressuur'. De kans dat een vis zich een tweede keer laat verschalken is volgens hem duidelijk kleiner. Het geluid van het aggregaat kan een signaal zijn.

De vis ondervindt nauwelijks negatieve gevolgen van de elektrische visserij, zelfs de kleinste niet. Voor de meeste vissoorten is het sterftepercentage volgens Raat slechts enkele tienden van een procent. De enige uitzondering zijn kleine baarsjes, waarvan de kieuwen geblokkeerd kunnen raken. Bij een hoge watertemperatuur kan tien tot twintig procent van de baarzen het loodje leggen. Dramatisch is dat volgens Raat echter niet; het aantal baarzen dat bij de elektrovisserij sneuvelt, valt in het niet bij de sterfte door natuurlijke oorzaken.

Verder is er nog wat verlies doordat verdoofde visjes door meeuwen uit het water worden gepikt. Maar de elektrovisserij is "diervriendelijker' dan het vissen met fuiken. Kleine visjes stikken nog weleens in een fuik en bovendien is de kans groot dat de beschermende slijmlaag van de vissen door het net beschadigd wordt.

Van Veen zegt per elektrische stoot gemiddeld drie a vier palingen te vangen, maar het gebeurt ook wel eens dat er in een keer twaalf pond paling komt boven drijven. Hij is niet ontevreden over de elektrovisserij. Maar in zijn hart voelt hij toch meer voor het vissen met fuiken. Al is het alleen maar vanwege het lawaai van het aggregaat. "Als ze van mijn fuiken af zouden blijven zou ik ermee stoppen.'

Foto: Elektrisch vissen. In de kunststof boot staat een benzinemotor die een krachtige gelijkstroom-generator aandrijft. Aan de achterzijde van de boot gaat de negatieve pool het water in, de positieve pool is met het schepnet verbonden.

De apparatuur moet aan strenge veiligheidseisen voldoen.