Roddelpers is de prijs van onze vrijheid; Twintigduizend gulden per gewraakte aflevering, daar ligt geen VNU-aandeelhouder wakker van

Vanwege zes artikelen over de breuk tussen het voormalige echtpaar Rob de Nijs en Belinda Meuldijk, hun kinderen, hun nieuwe relaties enzovoorts heeft de rechtbank in Haarlem het blad Story veroordeeld tot een schadevergoeding van honderdduizend gulden aan Meuldijk en De Nijs.

De publicaties zijn volgens de rechtbank onrechtmatig omdat zij inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer, onjuiste gegevens en grievende kwalificaties bevatten en op onbetrouwbare bronnen berusten.

Het beste zou zijn het vonnis in zijn geheel af te drukken. De lezer zou dan kunnen zien hoe dat blad van uitgever VNU, niets en niemand ontziend, geraffineerd, hetzerig en stelselmatig bezig is in het privéleven van bekende persoonlijkheden te roeren - ook nadat betrokkenen het blad hadden laten sommeren daarmee op te houden. Vooral het voortdurend hinderlijk volgen van de betrokkenen lijkt voor de rechter belangrijk te zijn geweest om de naar Nederlandse begrippen fikse schadevergoeding op te leggen. Maar publicatie van het hele vonnis in deze krant zal door Meuldijk en De Nijs waarschijnlijk niet erg op prijs worden gesteld, omdat dan weer alle narigheid zou worden opgerakeld.

Deze zaak toont de spanning tussen twee grondrechten: het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de vrijheid van meningsuiting. Daarnaast is er de vraag of bekende persoonlijkheden ("public figures') méér moeten dulden dan gewone burgers. En ten slotte is er de hoogte van de schadevergoeding: gaan wij in Nederland de kant op van de Amerikaanse rechtspraak, waarbij vergeleken de ton voor Story een schijntje is.

Het grondrecht van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer is evenals dat van de vrijheid van meningsuiting, neergelegd in de Grondwet en in het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens. Beide rechten zijn niet onbeperkt. Met name het Europese Verdrag geeft aan wanneer en onder welke condities beperkingen op die rechten zijn toegestaan. Zij moeten noodzakelijk zijn ter bescherming van bepaalde, in het Verdrag met name genoemde, belangen - bijvoorbeeld de rechten van anderen.

Het recht op privacy is zo'n recht van anderen en het kan noodzakelijk zijn in een democratische samenleving om die reden de vrijheid van meningsuiting te beperken. Omgekeerd kan iemand ook een inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer moeten dulden als die inbreuk noodzakelijk is voor een bepaald doel. Bijvoorbeeld een minister die door zijn privégedrag de veiligheid van de staat op het spel zet. Als een krant daarover zou berichten zou de uitingsvrijheid zeer waarschijnlijk prevaleren.

De Haarlemse rechtbank zegt in de zaak Meuldijk/De Nijs, dat het Story slechts uit is op het maken van winst - wat op zichzelf in onze samenleving een eerzame bezigheid is - maar daarbuiten "geen te respecteren maatschappelijk belang dient'.

Het beroep van Story op de vrijheid van meningsuiting faalde. Zo'n beroep hoeft niet altijd tevergeefs te zijn, maar dan moet de rechter de omstandigheden van het geval beoordelen, bijvoorbeeld de mate van intimiteit die geschonden is, de duur ervan, de agressiviteit van het hinderlijke volgen en dergelijke. De rechtbank in Haarlem volgt in dit opzicht eerder door de Hoge Raad geformuleerde criteria.

Het begrip "public figure' is vanuit Amerika komen overwaaien mede door toedoen van het proefschrift van J. A. Peters "Het primaat van de vrijheid van meningsuiting' van 1981. Het is echter van belang op te merken, dat het begrip in de Amerikaanse rechtspraak en literatuur vooral gehanteerd wordt als het gaat om discussie over de publieke zaak, waarbij personen met een publieke functie betrokken zijn, niet zozeer dus bij aantasting van de persoonlijke levenssfeer. Toch is zowel daar als hier, langzamerhand min of meer erkend dat ook voor andere bekende persoonlijkheden nu eenmaal in (sommige) media belangstelling bestaat en dat zij niet alles wat er over hen wordt geschreven kunnen verhinderen.

Tim Krabbé en Liz Snoijink kregen in 1988 van de Amsterdamse rechtbankpresident de kous op de kop toen Privé hun op een "sterrenparty' wilde fotograferen, Krabbé dat men een handgemeen probeerde te verhinderen en Privé daarover in geuren en kleuren verhaalde. Dan moet je maar niet naar zo'n party gaan, leek de Amsterdamse rechter te zeggen.

Veel persoonlijkheden uit de showbwiz proberen het dan ook op een akkoordje te gooien met de roddelpers. Geef ze af en toe een nieuwtje of een roddeltje en houd ze te vriend is het parool. Zo'n "consent' kan meewegen in het latere oordeel van de rechter. Meuldijk en De Nijs hadden in het verleden ook meegewerkt aan publikaties en dat werd hun nu door Story tegengeworpen. In beginsel wilde de Haarlemse rechtbank daar best mee rekening houden, maar er blijft verschil tussen wat men vrijwillig meedeelt of "off the record' aan een medewerker toevertrouwt en wat zo'n blad tegen je wil en buiten je om publiceert.

Bekende persoonlijkheden horen te accepteren dat er over hen geschreven wordt. Dat heeft de Hoge Raad in de zaak van prinses Irene en haar kinderen tegen Privé erkend, maar er zijn grenzen, al trok de Hoge Raad die in die zaak wat al te eng. Het ging toen om een onschuldig bericht. De rechtbank in Haarlem kan men in de onderhavige zaak echter geen kleinmoedigheid verwijten.

Tenslotte de hoogte van de schadevergoeding. Ik vind die helemaal niet hoog. Twintigduizend gulden per gewraakte aflevering, daar zal geen VNU-aandeelhouder van wakker liggen. Twee jaar geleden waren het Nieuwe Revu en Veronica die twee ton moesten betalen aan een wethouder uit Bergen op Zoom. Gaan we Amerikaanse toestanden krijgen? Als onze roddelpers de kant op gaat van de Amerikaanse yellow press, dan zal onze rechtspraak navenant de hoogte van de schadevergoedingen gaan bepalen. Maar of dat veel zal helpen, betwijfel ik want die pers is er niet minder agressief op geworden. Ze tast immers stelselmatig de grens af hoever zij kan gaan, al dan niet bewust een kosten-baten-analyse makend. Gevreesd moet worden dat VNU met die ƒ 100.000 in zijn handjes knijpt.

De roddelpers is de prijs die wij voor de persvrijheid betalen. We moeten haar op de koop toe nemen in het vertrouwen dat de rechter op het juiste moment de grenzen bepaalt en de juiste afweging maakt tussen de twee fundamentele rechten: de vrijheid van meningsuiting en het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer.