Platform moderne dans onderzocht; Choreografen toch bereid tot samenwerking

DEN HAAG, 9 APRIL. Een substantieel aantal choreografen uit de moderne dans blijkt alsnog bereid te zijn samen te werken binnen een zogenaamd "platform'. Dit is de voornaamste conclusie van een in opdracht van de Raad voor de Kunst uitgevoerd onderzoek, waarvan de resultaten vandaag zijn bekendgemaakt.

De moderne dans-sector heeft zich tot nu toe tegen het idee van een "platform' uitgesproken. In zijn onlangs uitgebrachte advies aan de minister van WVC ten behoeve van het tweede Kunstenplan stelde de Raad voor een "platform' voor de moderne dans op te richten. Door bundeling van de financiële en organisatorische kracht zou de moderne dans in Nederland een steviger basis kunnen krijgen.

Het voorstel oogstte veel protest van vertegenwoordigers van de moderne dans, omdat het als "betuttelend" werd ervaren. Initiatieven tot samenwerking moesten volgens de betrokkenen uit de danswereld zelf voortkomen. In zijn advies stelde de Raad de minister een onderzoek naar de mogelijkheden van een "platform' in het vooruitzicht. Het onderzoek werd verricht door Henk Scholten, directeur van de Schouwburg van Terneuzen.

Het nu afgeronde onderzoek toont aan dat er voorkeur bestaat voor een "platform' waarin choreografen van verschillende generaties samenwerken op basis van overeenkomstige artistieke uitgangspunten. De verantwoordelijkheid voor het artistieke beleid zou moeten berusten bij een uit choreografen en een enkele danser bestaande Artistieke Raad, die niet meer dan vijf leden telt. Een intendant of een uit een artistiek en zakelijk leider bestaande directie zou de dagelijkse leiding moeten hebben.

Het "platform' zou produkties moeten uitbrengen voor kleine, middelgrote en grote zalen, uiteenlopende trainingen moeten verzorgen, workshops en andere "onderzoeks'-activiteiten moeten organiseren en beginnende choreografen moeten begeleiden zoals tot nu toe de danswerkplaatsen deden. Het "platform' zou de beschikking moeten krijgen over een eigen huis met voldoende studio's en minstens twee zalen.

Onderzoeker Scholten baseert zijn bevindingen op gesprekken met twintig choreografen en vijf instellingen en overheidsafdelingen. In een tweede ronde sprak hij met vijf choreografen, die elkaars namen in de eerste ronde genoemd hadden. De choreografen - Beppie Blankert, Suzy Blok, Wim Kannekens, Helga Langen en Haryono Roebana - waren van mening dat tussen hen voldoende overeenkomsten bestaan om te kunnen samenwerken in een "platform'. Zij hebben zich bereid verklaard een concreet plan voor een samenwerkingsverband op te stellen en in te dienen bij de subsidiegevers. Naar aanleiding van het omstreden advies van de Raad voor de Kunst organiseert theater Felix Meritis zondagavond voor de tweede keer een "forum'. Een eerdere bijeenkomst resulteerde in een vrijwel unanieme afwijzing van de voorstellen van de Raad voor de Kunst.