Paviljoen op Expo Sevilla "beneden peil'

AMSTERDAM, 9 APRIL. De inrichting van het Nederlandse paviljoen op de wereldtentoonstelling Expo in Sevilla is inhoudelijk beneden peil en op sommige punten zelfs gevaarlijk. Dat zeggen de architecten Moshé Zwarts en Rein Jansma, die het paviljoen samen met T&T Design ontwierpen.

Grote borden met foto's, die vijftien meter hoog zijn opgehangen, zijn zo slecht bevestigd dat zij naar beneden kunnen vallen. De draadconstructie van de installatie waarmee de twaalf provincies zich presenteren is zo gammel dat er volgens Zwarts “zeker ongelukken mee zullen gebeuren”. Ook de videopresentatietunnel boven een zogenoemd "tapis roulant' is zo gemaakt dat bezoekers vrijwel zeker hun hoofd zullen stoten tegen de in de tunnel opgehangen monitoren, aldus Zwarts.

Volgens hem kunnen deze onvolkomenheden echter nog wel voor de opening worden verholpen. Zijn grootste bezwaar geldt het “armoedige” niveau van de presentatie. De manier waarop Nederland zich presenteert op het gebied van onder andere landbouw, oude kunst en techniek is niet vakkundig en kwalitatief hoogwaardig genoeg, vindt hij. Zwarts: “Het leek ons leuk bij de landbouwpresentatie een laantje van typisch Nederlandse knotwilgen te plaatsen. De invloed van niet alleen grote maar ook kleine sponsors op de inrichting is veel te groot geweest. Daardoor konden de knotwilgen er niet komen, maar kwamen er andere oninteressante bomen die toevallig nog bij een sponsor stonden. Zulke dingen spelen bij de hele inrichting.”

Zwarts vindt dat de constructie die de overheid voor de Expo-organisatie gekozen heeft, met een stichting Holland-Sevilla, waarin sponsors grote invloed hebben, niet juist. “Wij hebben een prachtig gebouw ontworpen, een tentoonstellingsmachine die vijfduizend mensen per uur kan verwerken. Dan doet het pijn dat de inrichting zo knullig en slecht is. Met ons protest willen we dat voor een volgende keer voorkomen”, aldus Zwarts.