NOS en VPRO tegen optie één

Belangrijkste tegenstanders van het eerste model van de zenderindeling vormen TROS en Veronica, die hun net niet graag met de EO delen, en de NOS en de VPRO, die vrezen door de aanwezigheid van de VARA op 3 teveel van hun specifieke programmagenre aan de gemeenschappelijkheid te moeten prijsgeven.

Vooral de "opdeling' van de NOS vormt een heet hangijzer. Een oplossing is volgens Gerard Hulshof, directeur van de KRO-televisie, echter “heel dichtbij”. Hij heeft een berekening gemaakt voor de toekomstige zendtijdverdeling volgens de eerste optie, die volgens hem tòch het zijns inziens gerechtvaardigde wantrouwen van de NOS weg kan nemen.

Volgens Hulshof behoeft de NOS door de opsplitsing geen ontmanteling van haar wettelijk voorgeschreven "gezamenlijke aanpak' te vrezen. Integendeel, Hulshof pleit voor garanties die de omroepen moeten geven dat de NOS haar bindende en versterkende rol kan blijven spelen.

In het scenario van Hulshof, dat naar zijn oordeel niet ver zal afwijken van de zenderindeling die op 17 april uit de bus komt, blijft NOS-Laat op Nederland 3 vijf dagen per week gehandhaafd. In eerdere besprekingen, toen de VPRO nog de B-status had, claimde de VARA de hele vrijdagavond op het NOS- VARA-VPRO-net, wat tot grote onrust bij de NOS-Laat-redactie leidde.

Als het KRO-plan in het NOS-bestuur wordt aanvaard, wordt het McKinsey-denken verlaten, waarmee het door NOS-voorzitter Max de Jong gelanceerde Meerjarenplan Publieke Omroep was doordesemd. De Jong droomde ooit van een "kostverdienersnet', dat de middelen voor de twee overige zenders met een matiger reclame-regime bijeen moest brengen. Daarmee vond hij minister d'Ancona tegenover zich, die nu - met het rapport van de commissie-Donner in de hand - in een laatste reddingspoging van het publiek bestel eveneens een indeling volgens optie 1 voor ogen heeft.