Nooit meer in coma

"Bent u eigenlijk voor of tegen boksen?', vraagt uitvinder John Baker uit Manchester aan het eind van het gesprek.

Een eerlijk antwoord, waarom niet: "Ik vind het prachtig om te zien hoe mensen elkaar verrot slaan. Erg verstandig om te doen lijkt het me niet.' Het stelt hem tevreden. Tenslotte liep zijn vader in een korte carrière als profbokser drie gebroken neuzen op. Verwarmingsinstallaties uitvinden ging hem beter af: pa heeft nu een reasonable amount of money.

Als je bokst voor je plezier is het beter om een tegenstander te hebben die niet terugslaat. Een boksbal bijvoorbeeld. Een boksbal die twee bevestigingspunten heeft (plafond en vloer) en een spiraalveer daar tussen, komt net zo hard terug als je hem wegslaat. Dat geeft een prettige illusie van tegenstand, zonder werkelijk risico. In 1940 kreeg Ivan Benkö uit Wenen, Deutschland, octrooi op een mooie uitbreiding van de mogelijkheden van de boksbal. Een dubbel opgehangen bal stond in verbinding met een mechaniek dat na elke klap een wijzer een zetje gaf. Hoe harder de klap, hoe groter de sprong die de wijzer maakte. De wijzer kon alleen voorwaarts en gaf zo een maat voor de optelsom van alle klappen in een bepaalde tijd. Zo kon je langs een ongevaarlijke omweg je krachten met iemand meten.

ILL 1

Wie van oordeel is dat boksen een noble art is, is niet alleen geïnteresseerd in de kracht van een stoot. Je moet ook goed mikken. Zo belanden we bij John Baker met zijn Punch-measuring amusement device, tien jaar geleden uitgevonden. Een rechthoekig scherm waar op verschillende plaatsen LED's (Light Emitting Diodes) kunnen oplichten. De speler moet op de aangegeven plaats meppen. Hoe nauwkeuriger en harder hij slaat, hoe meer punten hij ontvangt. Het apparaat bepaalt de plaats van de klap doordat de bokshandschoen met het getroffen deel van het scherm tijdelijk een condensator vormt. De verandering in capaciteit wordt elektronisch geregistreerd. Hoe hard de stoot was, wordt geregistreerd door een microfoontje in het inwendige.

ILL 2

"Hoe ik op het idee kwam? Ik was eens bij een studentenvereniging op bezoek, en daar zag ik wel twintig mensen in de rij voor zo'n dom videospelletje', vertelt Baker. "Ik kreeg zin om op dat scherm in te slaan. That's my way of playing Space Invaders. Maar ik zou het triest vinden als mijn apparaat in videohallen verzeild zou raken. Het is bedoeld voor de training van sportmensen. Ik heb het een aantal mensen uit de karate-, judo- en bokswereld voorgehouden en die waren erg positief. Van de karateka's vond ik dat verrassend. Dat leken me puristen, geen voorstanders van messing about with a gadget.'

Baker heeft een automatiseringsbedrijf met vijf mensen in dienst, en is net klaar met een image analyzer die de afmetingen van twijgjes en blaadjes kan beoordelen. "Is te gebruiken in de koffie- en theebranche, maar jammer genoeg is de tabaksindustrie de grootste markt.' De apparaten kosten 10.000 pond per stuk. Hij gaat ze verkopen naar de VS, Brazilië en Zimbabwe en denkt nu geld te hebben om zijn boksscherm op de markt te brengen. Eind juni moet het zo ver zijn. De prijs komt rond de 2500 pond te liggen.

Zowel voor training als voor vermaak is realisme geboden. Daarom hebben boksballen vaak een menselijke gestalte gekregen, liefst met aparte telwerken voor verschillende kwetsbare plaatsen, zoals hoofd, maag en lever. Weinig van deze machines kunnen zich op wat voor manier dan ook verdedigen. Onze sympathie gaat dan ook uit naar bokspoppen die zonder plichtplegingen in de tegenaanval gaan. Die van Elza Fortney uit Californië (1958) is nog wat simpel. Het hoofd en de armen zitten vast aan een as die van schouder tot schouder loopt. Wie het hoofd naar achteren slaat, moet rekenen op een repliek in de vorm van een opstoot. Daar is de verrassing gauw vanaf. Een linkse (of rechtse) hoek wordt niet beantwoord.

ILL 3

Weerbaarder is waarschijnlijk het Martial Arts Training Apparatus van Leizer Lebowitz uit Ohio (1984). Dat is een paar armen zonder meer, verbonden door en zo ingewikkeld mogelijk samenstel van veren. Als je de ene arm wegduwt, komt de andere naar je toe zwiepen. Die moet je afweren, waardoor de eerste arm weer op je af komt.

ILL 4 Volgens de uitvinder is de constructie zo complex dat nauwelijks te voorspellen valt wat voor slagen de machine uitdeelt. Het spreekt vanzelf dat zulke uitvindingen niet meer leuk zijn voor de recreant. Ze zijn om te oefenen. Dat scheelt sparring partners.

Een octrooiaanvraag uit de DDR is al vrij bijzonder, en dan nog wel voor een aktiver, wettkampfnaher Boxpartner. "Het was een idee van een vrachtwagenchauffeur bij ons op de zaak, die zich in zijn vrije tijd als bokstrainer met kinderen bezighield.' Aldus Diplomingenieur Dieter Rose uit Gera, een van de zeven uitvinders. Alle zeven waren werkzaam bij een mijnbouwbedrijf. Ze ontwikkelden hun gezamenlijke vinding op eigen initiatief. Het gaat om een heuse boksrobot, met onafhankelijk beweegbare gewrichten in de schouders en ellebogen.

De schouder is, zoals dat zou moeten, in twee richtingen te bewegen: voorwaarts en naar opzij. Opstoten, directe stoten en hoeken zijn daardoor allemaal mogelijk. De delen van een arm komen in beweging door het loslaten van een veer. Het intrekken van een ledemaat gebeurt door het opwinden van een kabel, waardoor de veer weer wordt gespannen. Zo wordt bereikt dat de stoot sneller verloopt dan het intrekken van de arm. Verder heeft de robot aangedreven wielen en kan hij desnoods zijn slachtoffer achternazitten. Hij kan een vooraf vastgesteld programma uitvoeren, en daarbij een bepaalde tegenstander imiteren. Ook kan hij op afstand worden bediend, bijvoorbeeld door de trainer.

ILL. 5a, b

"Boksen was bij ons een heel belangrijke sport, een Olympiadisziplin', vertelt Rose. "We maakten de robots eerst zelf, een stuk of twintig. Alle boksclubs in de DDR hadden er één. Van hogerhand werd besloten dat de robot voor de export gemaakt moest worden bij het Kombinat Spezialtechnik in Dresden, waar ook bobsleeën voor topsport werden gemaakt. Het moest een Exportschlager worden. Maar toen kwam de Wende, en toen was het aus. Niemand hat sich drum gekümmert. Het bedrijf dat het octrooi had bestaat niet meer.'

Jerry Wilson uit Beaverton, Oregon, kent de Oostduitse boksrobot wel, en hij spreekt er met respect over. Wilson heeft een bedrijf in fitnessapparatuur, zoals gewichthefinstallaties. Naar eigen zeggen heeft hij het home weightlifting zo'n beetje verzonnen.

Een andere noviteit van hem is een zwemsimulator; voor oudere mensen die niet zo houden van gewichtheffen. Nu ontwikkelt hij een vechtmachine. Zonder wieltjes maar met microprocessorbesturing. "Je kunt de snelheid regelen en zo een lichtgewicht of een zwaargewicht bokser simuleren', juicht Wilson. “Hij beheerst zeven combinaties. En hij kan volledig automatisch en random werken, zodat je absoluut niet weet wat er komt. Of je geeft je dochtertje de joystick en ze kan met je vechten. Right punch, left punch.'

Toch is Wilsons robot in essentie erg eenvoudig. Hij kan alleen maar recht vooruit slaan.

ILL. 6a b

Een motor boven het "bekken' laat het bovenlijf een aantal graden om zijn verticale as draaien. Dan gaat bijvoorbeeld de rechterschouder naar voren en de linker naar achteren. Door een stelsel van stangen en scharnieren strekt de robot dan vanzelf de rechterarm en trekt hij de linker terug. Zo doet een echte bokser dat ook: de schouder van de slaande arm gaat naar voren om het bereik te vergroten.

"Maar het bereik is nog niet goed genoeg', vindt Wilson. "Er moet nog een dikke decimeter bij. Een lange vent kan gewoon buiten bereik blijven. En we willen de huid nog perfectioneren. Hij moet precies een mens lijken.'

Wilson is piloot geweest in de burgerluchtvaart. Waarom is hij in zaken gegaan?

"Ach, ik wilde ook wel eens in the back seat of a Lear Jet. Dat is niet gelukt nee. Het gras lijkt altijd groener aan de andere kant, maar dat is het niet. Ik heb wel eens spijt van de overstap. Gelukkig heb ik hier nog een bunch of airplanes van de zaak waar ik lekker mee kan vliegen. Ja, het is wel winstgevend. '

En dan opeens: "Eigenlijk is het een slecht idee, die boksrobot. Ik denk niet dat ik ze ooit zal verkopen. Het was een oefening om ons computergesteund ontwerpsysteem te leren gebruiken. Maar mijn dochter krijgt haar boksrobot. Een prototype van 400.000 dollar.'

Wat zou de beste boksrobot zijn? Er is maar één manier om daar achter te komen. Ze moeten in de ring. Dat is zeker gezonder: geen gebroken neuzen, geen hersenletsel. De Fransman Ulysse Prémat zag er wel wat in, want al in 1974 vroeg hij octrooi aan op een mechanische prijsvechter die voor zijn bestuurder de klappen gaat incasseren. Een idee voor in het café, voor naast het tafelvoetbalspel.

ILL. 7 Blijft over de vraag: kan een total loss wedijveren met een lekkere knock out?