Nog is de "wereldtop' niet verloren

Het laatste offensief voor "Rio' is begonnen. Zaterdagochtend werd in New York de laatste voorbereidende conferentie afgesloten voor de "wereldtop' over milieu en ontwikkeling (UNCED) die in juni in Rio de Janeiro wordt gehouden. De lobby's hebben nog acht weken om campagne te voeren voordat de staatshoofden en regeringsleiders in Brazilië bijeenkomen om plechtige beloftes te doen.

“We zijn een heel eind gekomen, maar er is nog te weinig bereikt om van "Rio' echt een succes te maken”, aldus de Nederlandse ambassadeur bij de Verenigde Naties, drs. R.J. van Schaik, in een nabeschouwing van vijf weken confereren in New York.

Dat geldt met name voor de tekst die het prestigestuk van "Rio' zou moeten worden: het Handvest voor de Aarde, een "moreel ijkpunt' naar het voorbeeld van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Vorige week woensdag, twee dagen voor het einde van de onderhandelingen in New York, leek het onmogelijk een stuk te schrijven waarachter alle ruim 170 landen in de wereld zich zouden scharen. Totdat de voorzitter van de conferentie, de Singaporees Tommy Koh, alle concepten van tafel veegde en zelf een handvest schreef. Tot veler verrassing werd Kohs ontwerp vrij snel geaccepteerd, zij het uiteindelijk als "stuk van de voorzitter', waarmee de onderhandelaars alle deuren openhielden om in Rio nog eens flink aan de tekst te gaan schaven. De Verenigde Staten bijvoorbeeld voelen er, als diepgelovige grootverbruikers, bitter weinig voor zichzelf de les te lezen met formuleringen als: “(...) De ontwikkelde landen erkennen de verantwoordelijkheden die zij dragen om te komen tot een mondiale duurzame ontwikkeling, gezien de belasting die hun samenlevingen uitoefenen op het mondiale milieu en gezien de technologieën en financiële hulpbronnen die zij beheersen” (grondbeginsel 7).

De kans is levensgroot dat het handvest in Rio zo "dun' wordt dat het zelfs niet meer de naam handvest krijgt maar de veel blekere titel "Verklaring van Rio de Janeiro voor Milieu en Ontwikkeling'. De initiator van de conferentie, de Canadees Maurice Strong, leek zich dit weekeinde al bijna te verzoenen met deze devaluatie door te zeggen dat “het echte handvest er dan toch zeker in 1995 moet komen als de Verenigde Naties vijftig jaar bestaan”.

Maar niets is nog verloren. Zoals gebruikelijk bij onderhandelingen, en zeker bij deze mega-conferentie, proberen alle deelnemers zoveel mogelijk wisselgeld in handen te houden om straks in Rio zo groot mogelijke gebaren te maken tegen zo laag mogelijke prijzen. Het is de taak van de lobbyisten de prijs van de gebaren flink op te drijven, wat organisaties als Greenpeace en Friends of the Earth al ijverig doen door de verklaring uit te geven dat de UNCED op weg is een “mislukking van historische omvang” te worden.

De Nederlandse organisaties op het terrein van milieu en ontwikkeling, die samenwerken in het Platform Brazilië, slaan een gematigder toon aan. Zij maken zich zorgen dat het ontwerp-handvest “te veel gericht is op de mens en economische groei en te weinig voldoet aan milieu-eisen”. Zij wijzen erop dat de Agenda '21 een mooi stuk is, maar dat de nationale staten nog weinig ècht ondernemen om de mondiale problemen aan te pakken. En zij roepen de rijke landen op het niet bij slappe beloftes aan de arme landen te laten waar het gaat om de overdracht van financiële middelen en technologische kennis.

Over al deze onderwerpen wordt tussen nu en begin juni nog koortsachtig onderhandeld: volgende week in Tokio door "eminente personen' als Jimmy Carter en jhr.mr. E. van Lennep, een week later in Kuala Lumpur door het blok van de arme landen, volgende maand in Brussel door de landen van de EG, dagelijks in de mogelijke afronding van de Uruguay-ronde (GATT), etcetera.

"New York' is afgelopen, "Rio' komt snel dichterbij. Daar tussenin kan nog veel gebeuren.