Meninkjes

Kunst en Wetenschap. Uitgave van De Studenten Uitgeverij. Administratie: Antwoordnummer 1390, 8700 WE Schraard. Jaarabonnement: ƒ 15,-. Losse nummers: ƒ 4,95.

Het landelijk maandblad Student staat vooral in het geheugen gegrift door de grote stapels die op ongeregelde tijden in de hoeken van universitaire gebouwen werden gedumpt. Lezen van het blad was kennelijk niet de bedoeling. Elk nieuw nummer werd dan ook met gejuich begroet door de jongetjes uit de buurt. Student vormde een aardige aanvulling op hun zakgeld.

Zo is het niet altijd met Student gegaan. In de jaren zestig speelde Student een rol in de discussies over de universitaire democratisering. Ook over de maatschappelijke taken van de universiteit kon in het blad bij tijd en wijle een interessante opvatting worden aangetroffen.

Al snel verwaterde de redactionele inhoud. Daardoor werd steeds duidelijker wat Student eigenlijk was: een advertentieblad. Als de advertentieacquisiteur voldoende advertenties had verzameld, zocht hij er redactionele tekst bij - als het even kon passend bij de boodschap van de adverteerders. Een komen en gaan van redacteuren was het resultaat. Sinds enige tijd lijkt er enige verbetering in te zitten. Weliswaar biedt elk colofon weer nieuwe namen, maar het blad verschijnt in elk geval weer wat vaker.

Dezer dagen werd het eerste nummer bezorgd van Kunst en Wetenschap. Uitgegeven door dezelfde uitgeverij als Student (Studenten Uitgeverij), met grotendeels dezelfde redactie en, vooral, dezelfde acquisiteur (H.M. Krebs uit Amsterdam). Een tijdschrift waarvan het eerste nummer "voorjaar 1992' is gedateerd. Het volgende nummer verschijnt in mei - toch ook nog voorjaar, maar mogelijk zijn er al zoveel advertenties "opgehaald' dat de uitgave van een tweede nummer noodzakelijk was.

Pretenties heeft Kunst en Wetenschap volop. Het ""magazine beoogt te voorzien in de behoefte aan een tijdschrift met wetenschappelijke en culturele bijdragen op een academisch niveau, echter zodanig gebracht, dat de verschillende disciplines elkaar verstaan.'' Kunst en wetenschappen putten immers uit dezelfde inspiratiebron, schrijft de uitgever, en daarom zullen in Kunst en Wetenschap ""alfawetenschap, bètawetenschap en kunst elk een derde, evenredig deel van het redactionele volume beslaan''.

Dat wekt verwachtingen. Helaas. Zelfs met deze eenvoudig na te komen belofte is het in dit eerste nummer niets geworden. Ruim de helft van de 30 redactionele pagina's wordt besteed aan kunst, met enige goede wil kunnen aan de alfawetenschappen tien pagina's worden toegemeten en aan bèta drie.

Lezers die geen exacte opleiding achter de rug hebben zullen zeker het verhaal kunnen volgen waarin de uitvinders van de compact-disc en het "ijzersterke' kunststofgaren Twaron aan het woord komen. Ze zijn betrekkelijk onbekend, daarin heeft de redactie gelijk, maar dat blijven ze ook - en dat mag de redactie worden aangerekend. Het had een interessant verhaal kunnen worden, maar dat werd het niet. Drie pagina's verwarde en verwarrende informatie die uitmonden in de conclusie: ""Wetenschappers werkzaam in het bedrijfsleven zijn en blijven wetenschappers. Onderzoekers die bij een concurrerend bedrijf werkzaam zijn worden gezien als mede-wetenschappers en niet als concurrenten. Dit ondanks de inmiddels befaamde octrooi-oorlogen tussen Dupont en AKZO die vele jaren in beslag genomen hebben. Volbracht (de uitvinder van het omstreden Twaron, red.) kwam de collega-wetenschappers in de rechtszaal en niet op congressen tegen. De juridische gevechten werden door anderen geleverd.''

In de alfa-hoek is het niet veel beter gesteld. Een artikel over de Vlaamse historicus Tollebeek (""In tegenstelling tot bijvoorbeeld wiskundigen of economen zien historici zich vaak genoodzaakt om het nut van hun vak te verdedigen'' en ""Geschiedenis heeft geen invloed op daden in het heden'') en een beschouwing over Thomas Bernard (""Taal is voor deze denker eerder een handicap dan vehikel van gedachten en gevoelens'').

Maar ook een artikel over het Crisis Onderzoeksteam aan de Leidse Universiteit, vooral in het leven geroepen voor het doen van contract-onderzoek (al staat dat niet in Kunst en Wetenschap) waarin medewerker dr. M. van Duin zegt dat ""we allereerst wetenschappelijk onderzoek doen voor onszelf, het team en de studierichting''. Voor potentiële opdrachtgevers in elk geval interessant om te horen, zeker als uit de mond van Van Duin ook nog wordt opgetekend dat ""het mooi is meegenomen als derden met de resultaten van het onderzoek iets doen''.

Het probleem van Kunst en Wetenschap is dat haar redacteuren te graag wat filosofietjes en meninkjes verkondigen. De artikelen staan er bol van. Fluks opgeschreven in één, twee zinnen en hup: over naar de volgende opvatting. Niks geen uitwerking of een behoorlijke argumentatie. Daar zijn zelfs aardige onderwerpen, en die zijn er in het blad zeker te vinden, niet tegen bestand.

De uitgever: ""Wij zijn zo vrijmoedig onder uw aandacht te brengen dat u door het nemen van een abonnement een idëeel initiatief steunt. Alle inkomsten zullen onverwijld worden aangewend om de kwaliteit en het redactionele volume te verhogen. (...) Misschien zelfs kan het nemen van een abonnement worden geïnterpreteerd als het stellen van een daad tegenover de momenteel zo gevreesde verloedering.''

In Student lezen we dat Kunst en Wetenschap een kwartaalblad wordt. Jongetjes uit de buurt: opgelet!