"Kindereter' Abdoesjaparov trekt aan kortste eind in vete

WEVELGEM, 9 APRIL. Djamolidine Abdoesjaparov had al twee etappes gewonnen toen hij vorig jaar op de slotdag van de Tour de France op spectaculaire wijze ten val kwam. In zijn jacht op zijn derde ritzege raakte de in de groene trui getooide wielrenner uit Tasjkent een dranghek, waardoor hij te midden van vele fel sprintende collega's tegen het wegdek van de Champs Elysées smakte. "Abdoe' werd met flinke verwondingen afgevoerd naar een ziekenhuis, dat hij vier dagen later weer mocht verlaten. Maar pas op 6 september, bij het begin van de Ronde van Catalonië, was de coureur van het team Carrera voldoende hersteld om de competitie te hervatten.

Een onvergetelijke ervaring voor Abdoesjaparov, die gisteren in België weer eens aan die veel besproken tuimeling moest terugdenken. Want in de massaspurt van Gent-Wevelgem zag hij, zo herinnerde hij zich later, “die akelige dranghekken” weer op zich afkomen toen hij met Mario Cipollini slag leverde om de hoofdprijs van de klassieker. “Cipollini”, klaagde "Abdoe' in zijn hotel te Kortrijk, “week van zijn rechte lijn af toen ik bezig was hem te passeren. Hij dreef me naar de kant en stelde me voor de keuze: een botsing met de ijzeren stangen of een tegenmaatregel. Ik koos voor het laatste en duwde hem van me af.”

De vertraagde televisiebeelden toonden echter dat Abdoesjaparov méér deed dan een simpel zetje geven. Via een ruk aan de broek van zijn concurrent zwiepte hij zich voorbij de Italiaan, die daardoor tien meter voor de finish compleet stil viel. Cipollini stak prompt protesterend de armen op voor hij de streep toch nog als tweede overschreed. De jury stelde hem direct in het gelijk: hij werd tot winnaar uitgeroepen, Abdoesjaparov hoorde dat hij was gediskwalificeerd. De renner uit het GOS toonde zich zeer teleurgesteld. Hij kon er wel vrede mee hebben dat hij was gestraft, “want ik heb een overtreding begaan. Cipollini óók, waarom moet hij nièt boeten?”

Patrick Sercu, ex-topsprinter en helper van Eddy Merckx, was van oordeel dat Abdoe het gelijk aan zijn zijde had. “Cipollini”, meldde hij, “reageerde als een echte spurter op de komst van Abdoesjaparov naast zich. Hij voelde zichtbaar nattigheid, zijn instinct verklapte dat hij naar rechts moest sturen om het gevaar te keren. Hij gooide de deur dicht. Tegen de regels in. Het antwoord van Abdoe was het enige juiste. Bij een tempo van boven de zestig per uur is het normaal dat een pure sprinter dan zó van zich af bijt. Ben je geen specialist op dit gebied, dan schrik je of je berust. Zoals Claude Criquielion in 1989. Die liet zich op de laatste meters van het wereldkampioenschap zo maar even door Steve Bauer opzij zetten.”

Cipollini-Abdoesjaparov, het tweetal staat op voet van oorlog met elkaar. Vorig jaar was dat al zo in Gent-Wevelgem. "Abdoe' triomfeerde in de pelotonspurt, maar Cipollini (tweede) vond dat het gedrag van de Russische duivenmelker niet door de beugel kon. Hij wees daarbij op de “kwakken” die zijn vijand op de laatste meters zou hebben uitgedeeld. Maar de wedstrijdcommissarissen waren toen niet gevoelig voor Cipollini's opgeheven vingertje. Na Gent-Wevelgem van 1991 nam Cipollini - volgens bijna alle profs veruit de snelste finisher van de hele wielerwereld - revanche op "Abdoe' in de Italiaanse Giro, waarin hij hem diverse keren klopte. De rijder uit Tasjkent omschreef die overwinningen als “schijnzeges, want ik was niet op mijn best. In mei en vooral juni heb ik namelijk last van hooikoorts”.

Dit seizoen ligt Cipollini, een lange blonde krullekop met een engelengezicht, ver voor op Abdoesjaparov: De Italiaan, die vorig jaar vijftien overwinningen boekte, stond drie keer op de hoogste trede van het erepodium in Parijs-Nice, won bovendien een etappe in de Ster van Bessèges en een in de Driedaagse van de Panne. "Abdoe' moet zich tevreden stellen met twee ritzeges in de Ronde van Valencia. “Maar”, zegt de laatste, “ik ben nog niet in grote vorm.” Hij mikt op het spurtwerk in de Tour, hoewel hij ook heeft verkondigd te zullen aantonen dat hij méér is dan een snelle finisher. Hij beweert in de cols goed mee te kunnen, net als op de kasseien. Abdoesjaparov wil dat komende zondag al laten zien in Parijs-Roubaix. Als zijn ploegleider Davide Boifava hem ten minste de kans geeft.

Hij denkt dat hij nog twee of drie jaar de tijd heeft om overtuigend te bewijzen dat hij zich kan meten met de betere allrounders. Dat hij niet mag worden vergeleken met een sluipmoordenaar, die altijd pas aan het einde van de wedstrijd in beeld komt. Zoals gisteren, moet hij toegeven, toen hij er ten slotte ook nog even een wild-west praktijk op nahield. Abdoesjaparov wil dat de mensen een ander beeld van hem krijgen. Hij wenst niet langer te worden gezien als een gespierde brok vlees, die met zijn eironde hoofd en diepliggende ogen hier en daar zelfs bijna gevaarlijk overkomt. Hij ergert zich zeer aan sommige van zijn bijnamen, die suggeren dat hij een halve wilde is. Een Belgische krant schreef gisteren dat hij in Italië manga bambini, "kindereter' wordt genoemd. Hoe bedenken ze het, vroeg de supersnelle wielerprof zich af na zijn spraakmakende optreden in Gent-Wevelgem.