Joegoslavische burgeroorlog is niet te beëindigen

De zesduizend doden van het vorige seizoen, zou je misschien kunnen denken, zijn een waarschuwing voor de strijdende partijen in Joegoslavië niet nog eens opnieuw te beginnen. Maar de waarschuwing is kennelijk verloren gegaan. In de republiek Bosnië-Herzegovina begint alles weer van voren af aan, een war by proxy dit keer, een oorlog op afstand van de voornaamste partijen in het vorige seizoen, de rivaliserende politici van Servië en Kroatië.

Een "etnisch conflict' wordt de in Bosnië-Herzegovina nu ook begonnen oorlog wel genoemd, maar dat is misleidend. Want de etnische groepen, het volk met andere woorden, heeft met de oorlog geen begin gemaakt. Dat doen de vechtersbazen met de kalasjnikovs, met hun droom van een Groot-Servië of Groot-Kroatië. Dat zij direct vanuit de Servische hoofdstad Belgrado of de Kroatische hoofdstad Zagreb worden bestuurd, valt niet te bewijzen. Zeker is in ieder geval dat politici in geen van deze beide steden de afgelopen maanden ook maar iets hebben ondernomen om de escalatie te voorkomen. Dat zou van hen wellicht ook te veel gevergd zijn: wie eerst heeft verkondigd dat de mens alleen waardig in een nationale staat kan leven, en bereid is gebleken voor dit inzicht het leven van duizenden vredige burgers op te offeren, kan natuurlijk niet werkloos toezien bij het voortbestaan van een vredig, multinationaal Bosnië-Herzegovina.

Na wat vergeefse onderhandelingen onder leiding van de Europese Gemeenschap om de schijn op te houden, is het schieten begonnen. Servische krijgers schieten op de bevolking van Sarajevo, wars van elk nationalisme, net zolang totdat er moslims terugschieten. Dan is er aanleiding tot het hysterische verwijt van een dreigende "genocide' tegen Serviërs en kan de vreedzame en onbewapende bevolking van de stad vanuit de heuvels ongestraft worden bestookt.

De Kroatische krijgers doen ook hun duit in het zakje en vallen her en der wat Servische wijken of objecten van het Joegoslavische leger aan. Dat geeft de legerleiding in Belgrado een welkom excuus het "handhaven van de vrede' voortaan uit te leggen als exclusieve bescherming voor de Serviërs. En wie anders zou willen, wordt in het geweld fijngemalen: de moslim-politici van Bosnië die een multinationale samenwerking voorstonden maar zich nu ook tot het tonen der spierballen geroepen zien; de bevolking van Sarajevo die begin deze week nog de hoop had dat het afzetten van de nationalistische politici de oorlog kon verhinderen, en de enkele officieren van het Joegoslavische leger die, door burgerzin gedreven, wellicht nog hadden gehoopt een daadwerkelijk stabiliserende rol te spelen.

Zo gaat dat in het voormalige Joegoslavië, na al meer dan een jaar, een feest voor derderangs-politici met hun Realpolitik op dorpsniveau en de vechtersbazen van alle nationaliteiten, die onbekommerd hun gang kunnen gaan met kalasjnikov en mortier. Het doel, en ook de vermoedelijke uitkomst van al deze inspanningen is de aloude droom van elke nationalistische politicus: te beschikken over een gebied waarin uitsluitend "volksgenoten' wonen, en waarin bijna alle "volksgenoten' wonen.

De strijd in Bosnië-Herzegovina leent zich uitstekend voor het goedmaken van wat in de strijd van het vorig seizoen niet gelukt was. De Servische veroveringen in Kroatië waren vorig jaar maar de helft van de geplande? Het zekerstellen van de Servische gebieden in Bosnië hoeft geen grote problemen op te leveren. Kroatië heeft ondanks veel grootspraak vorig jaar in essentie alleen maar gebied aan de Serviërs moeten afstaan? Geen nood, de inlijving der volksgenoten in Herzegovina kan deze schande uitwissen.

Dus gaat de Joegoslavische burgeroorlog, een oorlog om territorium, zijn tweede zomer in, en er schijnt niemand te zijn, in Joegoslavië noch in het buitenland, die dat kan voorkomen. Ministeriële bezoeken, het zenden van waarnemers, het zenden van vredestroepen - het heeft allemaal niet zo'n zin als de wil ontbreekt langs de weg van vreedzame onderhandelingen een andere oplossing te vinden voor de Joegoslavische erfenis. De Joegoslavische politici zien bovendien wel in, dat elke door het buitenland voorgestelde, beschaafde oplossing gebaseerd zou zijn op de idee van een multinationale samenleving. En dat is nu precies waar ze geen zin in hebben.

Wij in het buitenland hoeven ons het mislukken van onze vredesinspanningen niet al te zeer aan te trekken. Tenslotte hebben wij Slovenië en Kroatië vorig jaar niet gevraagd zich eenzijdig onafhankelijk te verklaren, integendeel, en de perfiditeit van de Joegoslavische politici kun je ook bezwaarlijk op ons conto zetten.

Wel lijkt de vraag gewettigd of het wel zo'n gelukkig beleid is geweest van de Europese Gemeenschap om vorig jaar de erkenningsprocedure voor Joegoslavische deelrepublieken in te stellen. Het is immers die procedure, in feite slechts bedoeld om de honger van Duitsland naar erkenning van Kroatië (en Slovenië) te stillen, die nu in Bosnië-Herzegovina aanleiding is tot het uitbreken van de lang verwachte vijandelijkheden. De arme inwoners van deze republiek worden nu slachtoffer van een gecombineerde Servische- en Kroatische agressie.

Maar ach, dat die erkenning - zonder dat er uitzicht bestond op vruchtbare onderhandelingen of een andere aanzet tot oplossing van het Joegoslavisch conflict - geen goed idee was, dat wisten alle serieuze kenners van de problematiek natuurlijk vorig jaar ook al. Inclusief de kenners op de Duitse ambassade in Belgrado, die hun langdurige verzet tegen de erkenning van Kroatië nu wel met een knik in hun carrière zullen moeten bekopen. Die prijs is echter gering, in vergelijking met de vele ongewapende burgers die - lijkt het - ook deze zomer in Joegoslavië het leven zullen laten.