Investeren in O-Europa hachelijk; Oost-Europabank houdt volgende week eerste jaarvergadering

DEN HAAG, 9 APRIL. Geld is niet het knelpunt, het probleem is een gebrek aan veelbelovende projecten. Al die jaren van communisme hebben vrijwel niets opgeleverd wat in een markteconomie kan overleven. De miljarden die het Westen beschikbaar heeft gesteld ter ondersteuning van de economische hervormingen in Oost-Europa en de republieken van de voormalige Sovjet-Unie vinden dan ook met mondjesmaat een bestemming in nieuwe bedrijvigheid. Terwijl juist ondernemingen de onmisbare ingrediënten voor een succesvol hervormingsproces, banen, inkomen en produkten waar vraag naar is, kunnen opleveren.

Goede investeringsprojecten in Oost-Europa en het GOS zijn schaars, zegt Bart Le Blanc, de Nederlandse secretaris-generaal van de Europese bank voor wederopbouw en ontwikkeling (EBRD). Begin volgende week houdt de EBRD zijn eerste jaarvergadering, in Boedapest, en Le Blanc hoopt dat het grote aantal aanmeldingen van Westerse zakenlieden een aanwijzing vormt voor toenemende belangstelling. Eenvoudig is het niet om ondernemingen te bewegen tot investeringen in Oost-Europa, erkent hij. “De Oosteuropese landen moeten beter beslagen ten ijs komen, willen ze Westerse investeringen aantrekken. Maar hoe kunnen managers daar een fatsoenlijk bedrijfsplan opstellen, als ze dat de afgelopen veertig jaar nog nooit gedaan hebben?”, schetst Le Blanc de uitdaging waarvoor de EBRD zich gesteld ziet.

Jaques Kemp, de voorzitter van de divisie buitenland van de NMB Postbank Groep bevestigt dit beeld. “De opname-capaciteit is klein. Er zijn weinig goede bedrijven, de besluitvorming verloopt traag en de uitvoering van projecten is moeizaam”, zegt hij. Als voorbeeld noemt Kemp de beschikbaarheid van acht miljard dollar Westerse overheidskredieten voor Polen, waarvan sinds 1989 niet meer dan 524 miljoen is gebruikt.

Het is de paradox van het post-communisme: de economieën in Oost-Europa en de ex-Sovjet-Unie storten in elkaar en het is moeilijk om de val te stoppen. Volgens recente cijfers van de Economische Commissie voor Europa van de VN is in Oost-Europa tussen 1989 en 1992 een kwart tot een derde van de produktie weggevaagd en is in de republieken van het GOS het dieptepunt van de crisis nog niet in zicht. Er zijn honderden miljarden nodig om het tij te keren, maar voor zover geld beschikbaar is, vindt het niet gemakkelijk een bestemming.

Eén van de belemmeringen is de afwezigheid van een functionerend systeem voor het betalingsverkeer. Een commercieel banksysteem bestaat nog niet, de bevolking vertrouwt de verzelfstandigde staatsbanken niet. De infrastructuur voor giraal of elektronisch betalen ontbreekt, zodat aan het einde van de week loonzakjes worden uitgedeeld en de pensioenen door een man op een fiets worden rondgebracht zoals in Nederland in de jaren vijftig gebeurde.

“Privatisering van de staatseconomie is veel moeilijker dan we tot nu toe hebben willen geloven”, meent Kemp. Zijn bank, de meest actieve Nederlandse bank in Oost-Europa, is vooral betrokken bij handelsfinanciering met Oost-Europa - Argentijns graan voor Rusland, Iraanse olie voor Polen, in totaal voor enige honderden miljoenen guldens per kwartaal. Daarnaast heeft de NMB Postbank een lucratieve markt in dienstverlening aangeboord, zoals de voorbereiding van een postgiro-systeem in Polen en in Tsjechoslowakije. Maar investeringen blijven achter, ook al heeft de NMB Postbank vorig jaar samen met de EBRD een kredietprogramma van 100 miljoen dollar opgezet voor investeringen in bedrijvigheid.

De EBRD werd in 1990 opgericht met een kapitaal van 10 mijard ecu (23 mijard gulden). Vorig jaar ging de bank in zijn Londense hoofdkwartier van start met ruim dertig lidstaten. Hoewel de EBRD-financiering op gang begint te komen, wordt de instelling onder leiding van Jaques Attali toch overschaduwd door de grotere betrokkenheid, zowel wat betreft geld als advisering, van het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank bij de hervormingen in Oost-Europa en het GOS.

Door de opsplitsing van de Sovjet-Unie is het aantal leden van de EBRD toegenomen tot 54 landen plus de Europese Commissie en de Europese Investeringsbank. Aanvankelijk was onder Amerikaanse druk vastgelegd dat de EBRD een beperkt bedrag aan de toenmalige Sovjet-Unie zou kunnen uitlenen. Deze beperking is inmiddels vervallen en dat plaatst de bank voor de taak om strategieën te bedenken hoe het elf totaal verschillende, grote en kleine GOS-republieken kan steunen. Voorlopig is, aldus Le Blanc, afgesproken dat de EBRD tot en met 1994 maximaal 40 procent van zijn middelen in het GOS zal besteden.

In de statuten van de bank staat dat deze 60 procent van zijn geld moet investeren in de particuliere sector of in overheidsprojekten die direct aan de bevordering van het particuliere bedrijfsleven bijdragen. Sinds het begin van de werkzaamheden, een jaar geleden, heeft de EBRD leningen ter waarde van in totaal 621 miljoen ecu (1,3 miljard gulden) goedgekeurd voor een scala van projecten zoals deelneming in de Tsjechoslowaakse luchtvaartmaatschappij, verbetering van de telecommunicatie in Roemenië en Hongarije, investeringen in de voedingsmiddelenindustrie in Polen en Tsjechoslowakije, beveiliging van een kerncentrale in Bulgarije.

Bij een aantal van deze projecten zijn grote Westerse ondernemingen betrokken, zoals Nestlé, General Motors, GEC Alsthom en Air France. De samenwerking van de EBRD met Air France bij de overname van de Tsjechoslowaakse luchtvaartmaatschappij CSA is opmerkelijk, omdat het Franse staatsbedrijf geleid wordt door Bernard Attali - de broer van EBRD-president Jacques Attali.

“De risico's van deze investeringen zijn zo groot, dat Westerse bedrijven ze nooit gedaan zouden hebben zonder deelname van de EBRD”, zegt Le Blanc ter weerlegging van kritiek dat overheidsgeld van de EBRD gebruikt wordt om multinationals te ondersteunen bij hun overnemingen in Oost-Europa. Overigens hanteert de EBRD wat betreft Oost-Europa dezelfde werkwijze als de Wereldbank. IFC, de Wereldbank-dochter voor investeringen in de particuliere sector, neemt samen met Volkswagen deel in de Tsjechoslowaakse Skoda-fabrieken.

De EBRD stelt zich door deelneming garant voor de politieke risico's van wanbetaling en dat vergemakkelijkt het aantrekken van externe financiering. Zo hoeven Nederlandse banken geen voorzieningen te treffen voor eventuele stroppen als ze deelnemen aan een projekt waarin ook de EBRD investeert, vertelt Kemp. Volgens hem biedt de combinatie van Westerse industriële investeringen met de deelneming van internationale organisaties en van particuliere banken de enige kans om de bedrijvigheid in Oost-Europa van de grond te tillen. Ook al vallen de aangekondigde directe buitenlandse investeringen - 4 miljard dollar in 1991 - tegen en lijkt het Westen in Oost-Europa te pleiten voor een "kapitalisme zonder kapitaal'.

De komende bijeenkomst van de EBRD in Boedapest kan dat beeld veranderen, hoopt Le Blanc. Jaarvergaderingen van internationale instellingen zijn gewoonlijk een aaneenschakeling van officiële toespraken en van bancaire recepties. In Boedapest is gekozen voor een andere aanpak, waarbij de bestuurders van de bank - de ministers van financiën van de lidstaten - aan een vergadertafel informeel met elkaar van gedachten wisselen over strategische problemen bij de hervorming van commando-economieën. Een deel van de besprekingen vindt achter gesloten deuren plaats, met een minimum aan deelnemers, waarbij onder meer de omvorming van de defensie-industrieën aan de orde zal komen. Attali, de president van de EBRD, heeft begin dit jaar al eens voorgesteld dat de buitenlandse schuld van de ex-Sovjet-Unie geruild wordt tegen de vernietiging van kernwapens.

Voor de zakenlieden en bankiers zijn er werkgroepen over technische onderwerpen georganiseerd. Dit biedt de mogelijkheid om tot afspraken te komen, al verwacht NMB-bankier Kemp niet dat hij omvangrijke contracten zal afsluiten in Boedapest. “Zo'n jaarvergadering is een platform en uit het GOS komen allemaal nieuwe mensen, waarmee je kennis kunt maken. Het is toch interessant om de nieuwe minister van pakweg Oezbekistan te ontmoeten.”