Indonesië (1)

Sommige critici van minister Pronk geloven kennelijk dat men bij Indonesische machthebbers van doen heeft met een groep verfijnde oude aristocraten die met tact moeten worden benaderd. Zij halen er dus van alles bij, van het boek van de Brieven van Opheffen? tot het boekje over Javaanse wijsheid, dat J.L. Heldring aanhaalt om te betogen dat deze "priyayi' oude stijl te hard op de sierlijke tenen zijn getrapt.

De waarheid is anders. De potentaten die het daarginds werkelijk voor het zeggen hebben reageren zelfs op de zakelijkste kritiek op een wijze waarop men in het door Heldring geciteerde boekje helemaal niet wordt voorbereid. Hun spreekbuis is de legerkrant Cakrawala Angkatan Bersenjata. Het was in dit orgaan dat bijvoorbeeld zelfs op het diplomatieke protest van de Australische regering - de enige die het Indonesische bewind over Timor als legitiem heeft erkend - op grove en zelfs intimiderende toon werd gereageerd. In deze zelfde publikatie verscheen ook, ná het bloedbad, een interview met de legercommandant waarin deze verklaarde dat ook in de toekomst dit soort "delinquenten' zonder pardon zouden worden neergeschoten.

De idee dat de militaire nomenklatoera die Indonesië in zijn greep houdt door zoete woorden en fijne manieren tot een andere gedragslijn kan worden gedwongen is naïef. Pronk heeft gelijk. Indonesië is verwend. Het Westen heeft het tot dusver, beducht voor een afglijden naar het andere kamp in de Koude Oorlog, met fluwelen handschoenen aangepakt (men vergelijke de reactie op de bezetting van Koeweit met die op de inval in Timor). De bakens zijn nu verzet. Het wordt tijd dat dit wordt duidelijk gemaakt. Onze verjaarde kennis over de gedragscode van de Javaanse aristocratie is daarbij van twijfelachtig nut.