Hoge neuzen op dikke zolen

Moda Mas 3. Modeshow gewijd aan schoenen. Gezien op 4 april in Mazzo Amsterdam. Inl 020-6274008.

De show begint met knallende voetstappen: hout op hout zo te horen en dat nog eens versterkt door de geluidsinstallatie die op andere dagen Amsterdamse discogangers in een dove trance moet brengen. Niet de galm van een paradepas, maar eerder een chaotisch door elkaar klossen. Intussen blijft het plankier in de Mazzo duister en leeg. Het publiek dringt en houdt de ogen in de aanslag, maar hoe stel je scherp op passerende schoenen die alleen nog maar te horen zijn?

Toepasselijker geluid - zo bleek even later - was niet denkbaar voor ”Moda Mas 3', een presentatie van twintig Nederlandse schoenontwerpers die vrijwel zonder uitzondering de elegantie aan hun laars lappen en daar humor, erotiek of regelrechte lompheid voor terug geven. Schoenen die allemaal het keurslijf van de schoenwinkel hebben afgegooid. Galerieschoenen, museumschoenen, kunstschoenen. En zodra de lampen weer aanflitsten genoot het publiek afgelopen zondag met gilletjes en kreten. Zware hakken trokken voorbij, hoge neuzen waren op dikke zolen gezet: je had ze ”stevige stappers' willen noemen. Maar stappen deden ze nou juist zo moeilijk. Zelden zal er op de catwalk van een modeshow zo gewankeld en gevreesd zijn. Onwillekeurig keek je omhoog naar de strakke glimlach op de gezichten. Bevroren blikken, vlammetjes schrik in de ogen als een enkel plotseling opzij dreigde te zwikken. Arme ledematen die drie keer op één dag aan deze exercitie werden blootgesteld. De liefhebbers langs de kant lieten zich niet ontmoedigen: het stierengevecht op het podium kon kennelijk niet bloederig genoeg eindigen.

Zelfs halve pasjes waren voor sommige modellen al te groot: en dan maakte het weinig uit of de regie nu voor hardrock, house of tangobegeleiding had gekozen. Hun dans bleef die van een robot. De beeldhouwwerken waarop ze zich voortbewogen wilden eigenlijk pas op de plaats maken. Metalen roosters zaten bij voorbeeld als plateau onder hoge pumps geschroefd. Een andere ontwerpster zette haar schoeisel op hoge zwarte klossen, die de modellen op een prachtige manier van de grond tilden. Foto-mooi. En al wandelend voornamelijk gevaarlijk-mooi. “Vaste grond onder de voeten? Laat me niet lachen”, aldus ontwerpster Ingeborg Jansen.

Zjef van Bezouw situeerde zijn presentatie op autobanden. Vijf goddelijke knapen stonden er bovenop. Kronkelend ontdeden ze zich van een strakke elastische ”kous' die tot boven het hoofd was opgetrokken. Wat overbleef was lijf en rubber. Van Bezouw begint weliswaar bij de schoenen, maar zijn streven omhoog is het meest opzienbarend. Eigenlijk is de rubber schoen een alibi om van daaruit al vlechtend en wevend naar het kruis omhoog te kruipen. Bij hem winnen benen en billen het van de voet. ”Schoensculpturen', zegt het programma, maar dat moet een misverstand zijn.

De meest consequente manifestatie van de schoen als object kozen Peter Graatsma & Quintus Bosschaart. Hun ”Lust for Shoes'-collectie bestond uit drie modellen, die slechts gebruikt werden als projectievlakken. De zeer hoge houten zolen werden beschenen met dia's van spijkers, wortels, trottoirtegels, rietmatten en Delftsblauwe vazen. Het waren studies voor dessins die vooral lieten zien hoe suf zwarte brogues en vuurrode danspumps zijn.

”Lust for Shoes' was een logische opvolger voor de opening van de show, verzorgd door Lola Pagola (Marijke Bruggink en Marlie Witteveen). Zij stuurden slechts één (zingend) model op het publiek af. Lola - de meest gerenommeerde naam in Moda Mas 3 en alleen daarom al de stiefmoeder van het hier verzamelde talent - maakte een jurk van transparant plastic met daarop afbeeldingen van allerlei schoenen uit de afgelopen acht jaar. Een aardig eerbetoon aan eigen verdiensten, dat gelukkig niet zonder spot bleef.

Ironie is trouwens zelden afwezig in het getoonde schoeisel. Het wordt soms alleen wat zwaar aangezet. Rozentuinen op de schacht van een laars, een schildering van molenwieken op een roodbonte-koeieschoen, grillige collages van felgekleurd suède op een steunzool: de wil tot originaliteit is soms zo groot dat de wens tot kijken verdwijnt. Hester Vlamings weet er met haar motorpak-esthetiek nog net aan te ontkomen. En Julia Veres hoeft zich niet aan ironie te wagen: zij verbindt sensuele verbeelding met ambachtelijk vakmanschap en dat is een zeldzame combinatie in dit gezelschap. De andere voltreffer komt van Ilona Koudijs. Haar ”voetzoekers' ogen zelfbewust en imposant. Koudijs is de enige die werkelijk een collectie presenteert, zo vol van ideeën dat ze bijna overkill pleegt. Maar dat is een jeugdzonde waartegen geen schoenengek bestand is: crime passionnel, de liefste aller misdaden. Deze schoenen willen er op uit. Ze nemen je mee, tillen je op, verleiden eens iemand en wonen nog een tijdje aan je voet tot ze mooi oud geworden zijn.