Het uniform

Hans Remie, kapitein van een rondvaartboot te Amsterdam

“Ik heb een pet op m'n knar, met het embleem van de rederij en een gouden stormbandje. Ik draag een blauw uniformjasje met goudkleurige ankerknopen, een gouden ankerembleem op de kraag en twee galons met krullen op de mouw. Ik kom uit een echte schippersfamilie, ben op het schip geboren. Mijn ouders zaten op de Rijnvaart, dus ging ik ook op de Rijnvaart. Toen werd het de marine. Daarna bij de zeesleepdienst, toen terug naar de Rijnvaart. Sinds 1977 zit ik op de rondvaartboot. Het is een mooi beroep. Je hebt altijd andere mensen aan boord en je werkt in de mooiste gedeelten van Amsterdam. Tussen de rondvaartschippers onderling is het tegenwoordig haat en nijd. Dat komt door de concurrentie die is vergroot. Waar je vroeger een beetje begrip voor elkaar had, is het nu: de eerste drukt zijn schip erdoor. Men geeft geen duimbreed aan elkaar toe. Ik vind dat reuze jammer. Als de directies van de rederijen elkaar het licht in de ogen niet gunnen, dan hoeft het personeel daar nog niet aan mee te doen. Het is steeds drukker op het water geworden. Je hebt de waterfiets erbij gekregen, de watertaxi en canalbus. Op de knelpunten zit je in de zomer vrijwel altijd in de knoei. En het ergste is nog: wij moeten een groot vaarbewijs hebben, maar dat gold niet voor de taxi's en bussen. Gelukkig is dat per 1 april wel verplicht. De onervarenheid van die knaapjes was wel te merken. Geen voorrang geven waar 't moet, dat soort fouten. Dat kan natuurlijk niet. Je hebt mensen aan boord, geen zakken zand. Een aanvaring vermijden kost de nodige stuurmanskunst. Op het IJ varen die pontjes als dollen. Westlandertjes, die bijna onder het water kruipen doordat er 10 mensen aan boord zijn, stuiven van alle kanten op je af. Gelukkig houden we het aantal ongelukken beperkt. Het meeste gebeurt buiten onze schuld. Je vaart in een glazen kast en er wordt nog wel eens wat van de bruggen gesmeten. Een keer was het een fles, daardoor spatte ineens het voorruit uiteen. Daar heb ik oogletsel aan overgehouden. Laatst is het voetstuk van zo'n terrasparasol dwars door het glazen dak gemieterd. Gelukkig viel die tussen de stoelen. Anders had ten minste één passagier het niet meer na kunnen vertellen. De mooiste tripjes zijn die met kaas en wijn aan boord, de candlelighttours. De bruggen zijn dan verlicht en de gevels beschenen. Dan hebben we ook een echte gids aan boord. Overdag werk je altijd met bandjes. Als je die erin douwt moet je je aan de route houden. Zo'n bandje is duidelijk, de vertalingen zijn perfect. Maar een gids is persoonlijker, die brengt leven in de brouwerij. Het is jammer dat ze die hebben afgeschaft. Daardoor is dit werk toch een beetje afstompend geworden.”