Gemeente Groningen laat eigen diensten onderzoeken

GRONINGEN, 9 APRIL. Externe deskundigen gaan binnen de twaalf gemeentelijke diensten van de gemeente Groningen een financieel-administratieve risico-analyse uitvoeren. Het onderzoek is volgens het college nodig om te kunnen aangeven waar knelpunten zitten op het gebied van zelfbestuur van de diensten.

Deze maatregelen kondigde het college van B en W van Groningen gisteren aan bij de behandeling van het extern rapport over de Gemeentelijke Kredietbank (GKB) in de gemeenteraad. Belangrijkste conclusie ervan was dat de inmiddels geschorste directeur, B. Ketelaar, jarenlang onbeperkte bevoegdheden bezat om voor miljoenen commerciële hypotheekkredieten te verstrekken aan dubieuze personen doordat de controlemechanismen van de accountantsdienst, het college en de directie Financiën faalden. De gemeente zit hierdoor met een strop van tussen de vijftien en 40 miljoen gulden.

Het huidige takenpakket van de Kredietbank wordt ingekrompen. Alleen de sociale functie van de bank blijft intact. De gemeentelijke accountantsdienst, medeverantwoordelijk voor het debâcle bij de GKB, gaat nauwer samenwerken met een particulier accountantskantoor.

Alle fracties ondersteunden een motie van de collegepartijen PvdA, CDA en D66 waarin werd gesteld dat het college in gebreke is gebleven bij de uitoefening van toezicht op de GKB en het inlichten van de raad. De fracties menen dat de ambtelijke organisatie moet worden bijgesteld zodat de raad "onverwijld' en "direct' op de hoogte wordt gesteld van besluiten van andere overheden.

Een motie van Groen Links waarin het vertrek van het hele zittende college, als zijnde verantwoordelijk voor het debâcle, werd geëist haalde het niet. D66 noch het CDA gaven gevolg aan de oproep van Groen Links om "heldere consequenties uit heldere conclusies' te trekken. “De rampzalige affaire van de Kredietbank is niet op te lossen met het wisselen van een aantal koppen”, aldus fractievoorzitter I. van Gent van Groen Links. Het CDA achtte het aftreden van het hele college weliswaar “staatsrechtelijk aanvaardbaar maar bestuurlijk fataal”.

Een motie waarin de wethouder van financiën A.G.M. van de Vondevoort gevraagd werd haar zetel beschikbaar te stellen werd verworpen. Van de Vondevoort zei dat zij was aangebleven, omdat het college na het vertrek van haar twee collega-wethouders anders niet meer zou hebben gesteund op een raadsmeerderheid. “Handhaving van de coalitie was in het belang van de bestuurbaarheid van de stad”.

Van meet af aan was duidelijk dat de collegepartijen met datzelfde argument niet het aftreden zouden eisen van de enig overgebleven PvdA-wethouder. Eerder hadden haar collega's en partijgenoten, de direct verantwoordelijke wethouder van sociale zaken, mr. P.T. Huisman, en de wethouder van cultuur en ruimtelijke ordening drs. Y.H. Gietema hun ontslag ingediend.