Een telefoon voor stemgeluid èn lichaamstaal

Na jaren van beloften breekt het tijdperk van de beeldtelefoon aan. Behalve het geluid straks ook het beeld van degene met wie je belt. Een massamarkt lonkt. Een nieuwe zegening van de techniek of een aanslag op de privé-sfeer?

De telefoon rinkelt. U neemt niet alleen de hoorn op maar u drukt ook op de knop "video'. En terwijl u "hallo' zegt, toont een op uw telefoonapparaat gemonteerd schermpje een familielid, kennis of klant. Die drukt op de videotoets van zijn apparaat waarna een boven uw schermpje bevestigde mini-videocamera gaat draaien en ùw beeld zichtbaar wordt op het scherm van uw contact.

Vergezocht? Nauwelijks. Volgende maand lanceert de Amerikaanse gigant AT & T zijn VideoPhone 2500 - "the worlds first massmarket videotelephone' - voor 1499 dollar, eerst uitsluitend op de Amerikaanse markt, later ook elders. Het apparaatje gebruikt bestaande telefoonlijnen en levert bewegende kleurenbeelden van redelijke "grandma sees grandchildren'-kwaliteit. In september aanstaande is Europa aan de beurt. Dan introduceert de Britse elektronica-firma Amstrad in samenwerking met GEC-Marconi een soortgelijk apparaat voor 850 dollar.

Ondertussen zijn de "PTT-Telecoms' van Nederland, Duitsland, Engeland , Frankrijk, Italië en Noorwegen begonnen met het éénjarige "European Videophone Experiment' waarbij driehonderd video-telefoneerders in de zes landen met elkaar proef-communiceren via het snelgroeiende ISDN-netwerk (Integrated Services Digital Network). Wat nog veel betere beelden oplevert. Deze ISDN-gedreven beeldtelefonie zal volgend jaar losbreken, eerst voornamelijk in bedrijven, later ook in huiskamers. Kortom, aan "laat eens wat van je horen' kan weldra worden toegevoegd: "en zien'.

“Na jaren van beloften is het tijdperk van de videofoon eindelijk aangebroken”, zegt de coördinator van het Europese experiment, de Nederlandse PTT'er dr. Ronald Plompen. “Zoals de sprekende film volgde op de stomme film, en de radio gezelschap kreeg van de televisie, komt er na de traditionele stemtelefoon ook videofoon.” De voordelen zijn, volgens dr. Plompen, buiten kijf. “Beelden geven een extra emotionele dimensie aan de intermenselijke communicatie. Het gebruik van de videofoon biedt na direct gezichtscontact de ultieme communicatievorm.”

In een wervende brochure verzekeren de zes experimenterende Europese telecombedrijven: “Onderzoek toont aan dat wederzijds begrip dramatisch wordt bevorderd door visueel contact waarbij lichaamstaal verantwoordelijk is voor tachtig procent van de indruk die u maakt, het stemgeluid voor dertien procent, en de gebruikte woorden voor slechts zeven procent.”

Prof. Eli Noam, directeur van het Instituut voor Telecommunicatie van de Universiteit van Columbia noemt de komst van de videofoon zelfs een sociale revolutie die behoorlijk zal ingrijpen in het leven van de mensen. “Net zoals de auto meer was dan een rijtuig zonder paard, de radio meer betekende dan een draadloze telegraaf, is de videofoon niet zo maar een telefoon met plaatjes”, aldus Noam. “Hij zal verandering brengen in de wijze waarop wij communiceren.”

Voorbeelden te over. Wie een telefoontje verwacht van een geliefde of een belangrijke klant zal geneigd zijn eerst een kam door de haren te halen of wat beters aan te trekken. Ook het "lijnen' kan worden gestimuleerd want videobeelden tonen wat vetter. Managers zullen geneigd zijn wat minder snel te reizen om daarmee geld, energie en kostbare tijd te sparen. Tot wanhoop van vliegmaatschappijen en hotelketens.

De videofoon maakt indringend contact op afstand met de chef gemakkelijker wat thuiswerken kan bevorderen. Met alle weldadige gevolgen van dien voor de lengte van de files en de kwaliteit van het milieu. Wie zich ziek meldt, zal niet alleen ziekelijk moeten klinken maar ook wat minnetjes moeten ogen. Slechthorenden kunnen enorm van de videofoon profiteren.

De PTT'ers T. Schouman en H. Frowein beschreven in het PTT-studieblad de mogelijkheden voor slechthorende bejaarden die nooit het liplezen hadden beoefend. “Voor doven en doofstommen, die eigenlijk alleen gebruik kunnen maken van visuele communicatie, biedt de beeldtelefoon voor het eerst de mogelijkheid om op afstand op natuurlijke wijze (met gebarentaal) te communiceren.”

Verder kunnen artsen en sociaal werkers zich beter verstaan met hun aan huis gebonden patiënten. Bejaarden kunnen met hulp van de videofoon gemakkelijker om allerhande assistentie vragen - van het invullen van een formulier tot het repareren van een stekker - en daardoor langer gevrijwaard blijven van het bejaardentehuis.

Pag 22: Techniek is klaar, markt nog niet

En belanden zij daar toch, dan zijn ze in de gelegenheid om per videofoon vaker hun kinderen en kleinkinderen te zien. De bezorgde juwelier kan zijn nachtrust verbeteren door 's avonds per videofoon nog even zijn zaak te inspecteren.

Toch was de opkomst van de videofoon een langdurig en vooral ook moeizaam proces. Philips experimenteerde er al mee in de jaren vijftig en in 1964 toonde AT & T er één op de wereldtentoonstelling in New York. In de navolgende decennia bleef het apparaat een trekpleister op industriële exposities en beurzen voor consumenten-elektronica. Toch vond de videofoon niet z'n weg naar massaproduktie en étalages. De kosten waren te hoog en de kwaliteit te zwak.

Hoe een bewegend beeld, dat ongeveer tweeduizend keer zo veel data bevat als een stemgeluid, door een eenvoudige telefoonlijn van koperdraad te persen? Dat bleef lange tijd het grote probleem. In 1986 beet het Japanse Mitsubishi in de strijd om de "desktop'-videofoonmarkt de spits af met een apparaat dat duizend dollar kostte en behalve stemgeluid ook een statisch zwart-wit beeld produceerde.

Niet lang daarna volgde Sony met zijn "Mieteru' (Kan zien) die 375 dollar moest opbrengen en het zwart-wit beeld om de tien seconden ververste. In feite was dit een opgefokt faxmachientje dat een cameraatje gebruikte om een beeld te "vangen" en dat vervolgens door de telefoonlijn stuurde op dezelfde wijze waarop een fax wordt verzonden. Beide apparaten flopten. “Je kunt te laat zijn met marketing maar ook te vroeg”, oordeelde directeur Dennis Bonnie van de Britse elektroniafirma GPT. “De Japanners waren duidelijk te vroeg.”

In de jaren tachtig werd wel forse vooruitgang geboekt met video-conferentiesystemen. Daarbij worden over hoge-capaciteitslijnen per seconde tientallen beelden, bestaande uit tientallen miljoenen "bits' - digitale nullen en enen - verstuurd, wat televisiekwaliteit oplevert. Maar zelfs de goedkope systemen kosten al snel meer dan een halve ton en daarmee blijft de videoconferentie nog het exclusieve terrein van grote bedrijven en instellingen.

Gestimuleerd door de Golfoorlog en de daarmee samenhangende vliegvrees stegen de verkopen vorig jaar met zeventig procent. En naar verwachting zal het videoconfereren de komende vijf jaar met een factor zes blijven groeien. Dit systeem spaart niet alleen veel tijd en geld die anders worden gestoken in intercontinentale vliegreizen, maar kan ook op kortere afstand nuttig zijn.

Toch kan de voorspelde sociale revolutie pas heus ontbranden als veel goedkopere videofoons van goede kwaliteit de miljoenen modale bureaus en huiskamers bereiken. En dat lijkt nu op handen. Telecommunicatie-manager dr. Ronald Plompen van PTT Telecom zegt: “Verscheidene ontwikkelingen vallen nu samen die de levensvatbaarheid van de videofoon tot een feit maken.”

Dat zijn allereerst technische ontwikkelingen, zoals de grote vooruitgang bij de beeldsignaal-compressie oftewel "codec' (coder/decoder). Allereerst schiet de videocamera van de videofoon een beeld. Vervolgens zetten speciale DSP-chips dit analoge beeld om in digitale beeldelementen. Bij volledige televisiekwaliteit zijn dat er 166 miljoen per seconde. Omdat de traditionele telefoonlijn slechts enkele tienduizenden beeldelementen per seconde kan verwerken, moet de hoeveelheid informatie dus sterk worden gecomprimeerd en aangepast aan de beperkte capaciteit van die telefoonlijn. Anders gezegd: het verkeer van een denderende duizendbaans snelweg moet over een éénbaans zandpad worden geperst. Dat gebeurt ondermeer door speciale chips die de voornaamste beeldelementen - zoals gezicht, gezichtsbewegingen en kleding van de spreker - selecteren en met voorrang doorgeven, en statische achtergrondbeelden veel minder vaak verversen. De zo gereduceerde hoeveelheid beeldelementen wordt via de telefoonlijn naar de ontvangende videofoon gezonden die de elementen weer assembleert tot zichtbare analoge beelden op het scherm. Met filters, die maskeren en reconstueren, worden beeldafwijkingen zo veel mogelijk beteugeld.

De eerste videofoons die dit jaar op de markt verschijnen - de AT & T 2500 en de Amstrad - maken gebruik van het bestaande telefoonnet en kunnen 19200 beeldelementen (19,2 kilobits) per seconde verstouwen, ongeveer vijf videobeelden per seconde. Dat levert een redelijke beeldkwaliteit op waarmee oma volop van haar kleinkinderen kan genieten. Maar als de babies ongedurig raken en snel bewegen, maken de vloeiende beelden plaats voor meer stoterige en "blokkerige' beelden. Die worden pas weer normaal en vloeiend zodra baby bedaart.

Plompen erkent enigszins verrast te zijn door de snelle pogingen tot marktpenetratie van het Britse Amstrad en het Amerikaanse AT & T met zijn geweldige marketingcapaciteit. En hij houdt er rekening mee dat de zes Europese "PTT's', die nu onder zijn supervisie samenwerken in het "European Videophone Experiment', weldra een soortgelijk apparaat zullen uitbrengen. Vermoedelijk wordt dat er een die is ontwikkeld door British Telecom.

Toch houden Plompen c.s. de blik vooral gericht op de videofoon die wordt aangesloten op het ISDN-netwerk (Integrated Services Digital Network). Dat kan twee maal 64.000 beeldelementen (64 kilobits) per seconde verwerken en levert daarmee een "bijna-tv'-kwaliteit op. Dat systeem wordt nu in razend snel tempo in de meer ontwikkelde delen van de planeet aangelegd. Zo ook in Nederland. Plompen: “We kunnen het dit jaar al aanbieden in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Volgend jaar komen daar dertig steden bij en in 1994 mikken we op een nationale dekking van tachtig procent.”

Een telefoontje via het ISDN-netwerk wordt aanzienlijk duurder dan een gesprek langs de traditionele telefoonlijn. Al wordt dat ten dele gecompenseerd doordat fax en data veel sneller en daarmee goedkoper over de ISDN-lijn gaan.

Wie een beeldtelefoontje pleegt, kan op hetzelfde moment langs dezelfde lijn een fax sturen. En een via ISDN verzonden A-viertje doet er tien seconden over in plaats van de gebruikelijke vijfendertig. Ook kan tijdens een videofoontje tegelijk via een ander scherm, bij voorbeeld dat van een PC, allerhande documentatie in beeld worden gebracht. Wat oeverloze mogelijkheden biedt voor instructie, technische ondersteuning of marketing op afstand.

Wordt een grote barrière voor de succesvolle lancering van de videofoon - de beschikbaarheid van het ISDN-netwerk - nu in snel tempo opgeruimd, dat geldt evenzeer voor een andere potentiële hinderpaal: de internationale compabiliteit. Die is onontbeerlijk voor massa-produktie en consumptie. De personal computer kwam echt van de grond toen de IBM-PC standaard werd. De fenomenale groei van het fax-apparaat moest wachten tot de "Group Three'-standaard universeel werd aanvaard. En de wereldwijde "boom' van de video cassette recorder ontbrandde pas goed toen VHS concurrenten als Betamax en V2000 had geëlimineerd. Met deze ervaringen voor ogen koppelen telecom-operateurs en fabrikanten nu regelmatig terug met de Europese standaardisatie-organisatie ETSI en op mondiaal niveau met CCITT.

Dr. Plompen: “Nu het technisch allemaal mogelijk is, komen er ook andere problemen om de hoek kijken. Wat zijn de maatschappelijke gevolgen van de videofoon? Zijn we er klaar voor? Willen we het allemaal wel?” Met andere woorden, is er een markt, niet zo maar één maar een massamarkt die massaproduktie mogelijk maakt tegen maatschappelijk aanvaardbare prijzen? Kortom het bekende startprobleem dat zich destijds ook voordeed tijdens de invoering van de CD en de CD-speler: geen spelers geen plaatjes, geen plaatjes geen spelers. Maar het "probleem' van de CD verdampte, zoals dat van zoveel andere vindingen. En er is geen reden om te veronderstellen dat het de videofoon anders zal vergaan.

Een tiental elektronica-firma's heeft al ISDN-videofoons in de aanbieding tegen prijzen die op het pittige niveau liggen van een goede PC. Daarom gelooft men in telecommunicatie-kringen dat de meer kapitaalkrachtige zakelijke markt de spits zal afbijten. Naarmate de verkopen vervolgens stijgen en de prijzen dalen, komen ook grotere delen van de consumentenmarkt binnen bereik. Volgens PTT-er Cees Baaijen zijn dat bij voorbeeld de "statusmarkt', de bevolkingsgroep die om reden van prestige een uniek apparaat in huis wil hebben; de "techniekmarkt', dus die van de technisch opgeleide "oudere jongeren" die er graag een technisch hoogstandje op na houden; en de "vermaakmarkt', mensen die graag geld uitgeven aan "hebbedingetjes' om zich te amuseren. Tot slot volgt de massale "thuismarkt', gevormd door het meer behoudende deel van de bevolking dat geen "kat-in-de-zak' wil kopen en volgens veler verwachting pas na 1994 over de streep wordt getrokken als de videofoon hopelijk minder dan duizend gulden zal kosten.

Zo voorziet British Telecom (BT) in 1995 een markt van vijf tot zes miljard gulden. “De videofoon zal veel mensen eerst schrik aanjagen”, zegt woordvoerder Jim Baron van BT. “Maar over een paar jaar zal hij net zo gewoon zijn als de draadloze telefoon.”

Om de voorzichtige gebruiker gerust te stellen, hebben de eerste fabrikanten van videofoons al de nodige foefjes bedacht. Zo kan de consument door druk op de knop "selfview" zichzelf in beeld brengen. Eerst in bad misschien? Een kam door de haren? Ook kan de video met een druk op de knop worden uitgeschakeld. En wie de knop in paniek niet mocht vinden, kan snel een simpel schermpje over de camera-lens trekken. Agressieve verkopers, opdringerige Jehova's getuigen of hijgerige aanbidders kunnen zo snel uit de privésfeer worden verbannen.