Duitsers willen nog strenger milieubeleid

Ook al denkt men in Oost- en West-Duitsland zeer verschillend over het milieu, over één punt is de meerderheid het eens: 72 procent van alle Duitsers vindt de huidige milieuwetgeving ontoereikend.

Een nog groter deel, 86 procent van de Westduitsers en 90 procent van de Oostduitsers, meent dat de naleving van deze wetten onvoldoende wordt gecontroleerd. Dit blijkt uit een enquète van het Institut für praxisorientierte Sozialforschung (IPOS) te Mannheim, gehouden in opdracht van het ministerie van milieu, natuurbescherming en reaktorveiligheid.

In de oude deelstaten staat de bezorgdheid over het milieu op de tweede plaats: na het probleeem van de Duitse eenwording. In de nieuwe deelstaten komt het milieu pas op de vijfde plaats; hier staan de werkloosheid en andere sociaal-economische problemen bovenaan.

In Oost-Duitsland vindt 96 procent van de bevolking de toestand van het milieu in hun deelstaten slecht of zeer slecht. In West-Duitsland denkt 92 procent ook zo over de situatie in het oosten, maar over die in het westen is men verdeeld: 49 procent vindt die goed tot zeer goed, 48 procent slecht tot zeer slecht. Het oordeel van oost over west is veel gunstiger: 18 procent kruiste "slecht' en "zeer slecht' aan en 77 procent "goed' en "zeer goed'.

Ook over het milieu in de toekomst denkt men in Oost- en West-Duitsland verschillend. In beide delen is men het meest bezorgd over de luchtverontreiniging, maar verder lopen de meningen uiteen. Afval is toekomstig milieuprobleem nummer twee voor de Oostduitsers, terwijl dit probleem in het westen op de vierde plaats komt. Het ("luxe') probleem van het ozongat en de kwaliteit van het drinkwater staan hier hoger op de lijst. In de nieuwe deelstaten komen verkeersproblemen en bossterfte op de derde en vierde plaats (Deutscher Forschungsdienst, maart 1992).

Snelheidsbeperking

Ongeveer 72 procent van alle Duitsers is voor een snelheidsbeperking: Westduitsers leggen de uiterste limiet bij 120 km/uur, Oostduitsers bij een wat lagere snelheid.

De helft van de Duitsers is tegen een milieuheffing op benzine. Tweederde van de Oostduitsers en driekwart van de Westduitsers zou toch met de auto naar het werk blijven gaan na een verdubbeling van de benzineprijs. Het voorstel om de binnenstad van grotere steden geheel autovrij te maken, zou daarentegen zowel in het Oosten (84 procent) als in het Westen (73 procent) worden toegejuicht.

In de oude deelstaten zou slechts 33 procent van de bevolking instemmen met een verhoging van de afvalheffing, in de nieuwe deelstaten slechts 18 procent. In het westen is 56 procent tegen de bouw van meer vuilverbrandingsinstallaties, in het oosten 40 procent. Voor de keuze gesteld om afval te verbranden of te storten, koos een meerderheid in zowel Oost (72 procent) als West (67 procent) echter voor het eerste. Tweederde van de Westduitsers en driekwart van de Oostduitsers zou echter geen toestemming geven voor de bouw van zo'n verbrandingsoven "voor de huisdeur'.