Drievoudige Anna

In haar bespreking van het verschijnsel der zogenaamde "late moeders' (W&O van 2 april) maakt Rita Kohnstamm melding van het feit dat zulke moeders, naar onderzoek heeft uitgewezen, in bepaalde gevallen een heel bijzondere afhankelijkheidsrelatie met hun eigen moeder ontwikkelen.

Het klinische beeld is te gecompliceerd om in enkele regels te beschrijven, aldus Rita Kohnstamm, maar, zegt zij, een Duitse kinderpsychiater, Margarete Berger, heeft er een naam voor bedacht die heel beeldend is: "De Drievoudige Anna, naar een schilderij van Michelangelo, waarop Maria zittend op de schoot van haar moeder Anna met haar kind Jezus speelt' (afgaande op deze beschrijving vraag ik me overigens af of hier niet eerder gedoeld wordt op een paneel van de hand van Leonardo in het Louvre).

Hoe dan ook, deze Anna en haar man Joachim worden in de Bijbel niet genoemd, maar stammen uit de traditie en leefden sinds de Middeleeuwen daarin voort, Anna meer in het bijzonder als dominerende figuur in de hier beschreven groep, een tafereel dat door meer dan één schilder is uitgebeeld en dat trouwens ook als houtplastiek voorkomt (Aartsbisschoppelijk Museum, Utrecht).

Het zal intussen duidelijk zijn dat de door Rita Kohnstamm gebruikte term "Drievoudige Anna' niet de juiste aanduiding kan zijn. Uit een voetnoot, verwijzend naar het betreffende artikel van Margarete Berger, blijkt dan ook dat deze het verschijnsel in kwestie het Anna Selbdritt Phantasma heeft genoemd. Welnu, dit Duitse woord "selbdritt' geeft de betekenis treffend aan; het duidt namelijk op een situatie waarin de figuur om wie het gaat zelf als derde optreedt. In de Nederlandse inconografie heet deze compositie - hetzij als schilderij, hetzij als houtsculptuur - Anna te Drieën.