Doelman Ed de Goey wacht geduldig op Nederlands elftal

ROTTERDAM, 9 APRIL. Ed de Goey, de keeper van Feyenoord, kreeg dit seizoen al in 23 wedstrijden geen doelpunt tegen en gisteravond laat bezorgde hij zijn ploeg een plaats in de finale van het KNVB-bekertoernooi door tegen Sparta een strafschop te stoppen. Dus hoort de 1.97 meter lange goalie volgens velen in de selectie van het Nederlands elftal en niet de Ajacied Menzo die de afgelopen week zowel in Genua als Tilburg mede schuldig was aan een doelpunt. “Ik vind De Goey beter dan Menzo”, zegt Eddy Pieters Graafland, een oude held uit het Feyenoord-doel, 47 interlands. “Maar dat heeft niets met die laatste twee wedstrijden van Ajax te maken. De Goey maakt gewoon een savere indruk op mij.”

De Goey heeft de missers van collega Menzo zelf niet gezien. Toen Ajax tegen Genoa speelde was hij zich met Feyenoord aan het voorbereiden op het duel tegen Monaco en afgelopen zondag was hij te laat thuis om Studio Sport, en dus Willem II-Ajax, te zien. Natuurlijk kreeg De Goey van supporters en medespelers wel in geuren en kleuren de verhalen over “die stuntelende Menzo” te horen. “Maar ik kan er dus niet over oordelen”, excuseert hij zich. Hij is er ook de man niet voor zichzelf te pleiten, kiest eerder voor de verdediging van Menzo. “Fouten horen erbij”, zegt hij. “Nu is hij het, morgen een ander. Keepen is een moeilijk vak. Als je een fout maakt heb je het altijd gedaan.”

De Goey was één keer reserve bij Oranje, in juni 1991 tegen Finland achter zijn illustere voorganger bij Feyenoord, Joop Hiele. Hij wacht nu geduldig op een volgende kans. “Ik moet zo goed mogelijk blijven presteren. Dan moet die kans toch een keer komen.” “Ed is pas 25 jaar. We hebben nog tijd”, weet Pim Doesburg. Hij is de keeperstrainer van De Goey. Doesburg (ex-Sparta en PSV) was zelf acht keer international. Hij heeft een gruwelijke hekel aan enquêtes met de vraag wie de opvolger van Hans van Breukelen moet worden. “Dat geeft alleen maar onrust bij die jongens.” Doesburg vindt ook dat Menzo voorlopig zijn plaats in de nationale selectie moet behouden. “Het totaalbeeld van hem is niet slecht. Laatst bij Ajax-Feyenoord in het Olympisch Stadion was Menzo bijvoorbeeld onbetwist de beste man van het veld.”

Keepersexpert Frans Hoek, trainer van onder anderen Menzo en Zoetebier (Jong Oranje en Volendam), is het met collega Doesburg eens. “Ik zou het heel dom vinden om Menzo nu ineens niet meer te selecteren voor het Nederlands elftal. Dat zou dus betekenen dat als De Goey dan weer twee fouten maakt Menzo er weer bij komt. Zo blijf je aan de gang.” Wel geeft Hoek toe dat De Goey de laatste maanden “redelijk foutloos” keept. “Maar ik zet wel mijn vraagteken bij die tegengoal van Monaco en tegen Tottenham Hotspur wordt de bal drie keer van de lijn gehaald. Gaat er één in dan krijgt Ed ook de schuld.”

Hoek noemt het “een motie van wantrouwen tegen de andere topkeepers” dat Van Breukelen is gevraagd ook na het EK doelman van Oranje te blijven, maar De Goey is er niet verbaasd over: “Ik had wel verwacht dat het na het EK op een concurrentiestrijd om de plaats van Van Breukelen zou uitdraaien. Tussen wie? Van der Gouw, Snelders, Menzo en ik. Vier man, ja.”

Als Hoek nu een lijstje zou moeten maken stond De Goey gegarandeerd bij de top-drie van Nederland behoren, na Van Breukelen en Menzo. “Hij is op de goede weg”, oordeelt de Volendammer. “Maar dit is pas zijn eerste seizoen aan de top. Het zou mooi zijn als over drie jaar nog iedereen over hem praat.”

“De Goey kan nog beter”, weet Pim Doesburg. Hij stuitte als jeugdtrainer bij Olympia al op de geboren en getogen Gouwenaar toen deze pas elf jaar was. “Het was een slungelige jongen, maar toch zag ik dat hij het in zich had, zeker weten”, herinnert Doesburg zich. Later werkte hij ook bij Sparta met De Goey.

Doesburg is voor zijn doen opmerkelijk complimenteus als hij stelt dat Ed de Goey in het gebied voor het doel “nu al de beste keeper van Nederland” is. “Dat is heel belangrijk. Ik kon in mijn tijd een wedstrijd op de lijn winnen. Tegenwoordig moet er anders worden gekeept. Een strakke voorzet à la Sjaak Swart zie je niet meer. Alle ballen zwaaien af, zitten vol effect. Daar moet je als keeper op berekend zijn. En Ed heeft goede reflexen.” De Goey is ook niet bang, stelt Doesburg. Dat bewees hij vooral in de wedstrijd in Londen tegen Tottenham Hotspur. Hij liep in het geweld een paar flinke klappen in zijn gezicht op. De Goey: “Af en toe een elleboogje, dat kan gebeuren. Daar ga ik ook niet op letten. Ik reageer alleen op de bal. Verder wil ik niets zien.”

De Goey heeft niet de atletische bouw van Menzo. “Uiterlijk”, zegt hij, “is toch niet belangrijk? Als je die ballen maar tegenhoudt.” Doesburg vindt wel dat De Goey zich buiten het veld beter moet presenteren. “Maar”, stelt Doesburg, “je moet als trainer niet het karakter of de stijl van een keeper willen veranderen. Ed mag absoluut geen tweede Doesburg worden. Dat zou heel verkeerd zijn.” De ex-keeper wijst op Edward Metgod, gisteravond sterk in het doel van Sparta. “Metgod”, aldus Doesburg, “is lang door Jan Jongbloed getraind en ging hem nadoen. Hij deed tijdens wedstrijden soms hele rare dingen. Nu pas blijkt wat Metgod werkelijk kan.” Doesburg ziet bij De Goey wel gelijkenissen met ex-topdoelman Jan van Beveren, de vermaarde stylist. “Van Beveren pakte op zo'n rustige manier de ballen. Dat heeft Ed ook. Dat vind ik mooi. Hun houding lijkt ook op elkaar.”

En Van Beveren keepte natuurlijk ook bij Sparta. De Goey stond voordat hij in 1990 naar Feyenoord kwam zeven jaar onder contract bij de Rotterdamse club. Hij spreekt van “een fantastische tijd” op Spangen. Het echte Sparta-gevoel heeft hij echter nooit gehad. Daarom had het bekerduel tegen Sparta gisteravond ook geen extra betekenis voor de Feyenoord-doelman. Het was “gewoon” een belangrijke wedstrijd. “Ik kwam alleen veel jongens tegen met wie ik heb samengespeeld. Voor de wedstrijd heb ik even met ze gepraat, meer niet.” Faber kende hij niet. Toch stopte Ed de Goey juist de strafschop van deze verdediger. “Ik gokte op mijn reflexen. Het laatste moment dook ik naar de hoek. Dat pakte dus goed uit.”