Dode-Zeerollen

In aansluiting op het bericht over de op handen zijnde publikatie van alle Dode-Zeerollen (13/3) schreef Peter van Rooden een artikel (26/3) waarmee hij de onjuiste indruk wekt dat er niets aan de hand is. Hij schrijft dat de vertraging van de publikatie van een aantal rollen ""niets van doen (heeft) met voor het christendom en jodendom explosieve en gevaarlijke vondsten''.

Van Rooden vermeldt niets over het vermoeden dat die "vondsten' een heel ander beeld zullen geven van de oorsprong van het christendom. Ik hoop aan de hand van een kort overzicht van de relevante gegevens aannemelijk te maken dat de "wilde speculaties' niet ongegrond zijn.

Baigent en Leigh hebben een grondige studie gemaakt van deze kwestie. (Baigent, M. and Leigh, R. 1991. The Dead Sea Scrolls Deception. London: Jonathan Cape. Nederlandse vertaling bij Tirion, Baarn.) Daaruit blijkt dat rollen en fragmenten die wèl in de openbaarheid zijn gekomen ons zouden kunnen dwingen de geschiedenis van het ontstaan der Christelijke Kerk te herschrijven. Zo heeft de Britse doctoraal student Allegro, die enige tijd tot het International Team van onderzoekers behoorde, gezegd ervan overtuigd te zijn dat ""belangrijk en controversieel materiaal wordt achtergehouden, of ten minste, dat hun publikatie werd vertraagd door zijn collega's'' (p. 30; mijn cursief).

Voor ons zijn drie aspecten van belang: de geloofsovertuiging van de bewoners van Qumran; de mogelijke invloed die Jezus van die gemeenschap heeft ondergaan; en het optreden van Paulus.

De Qumraniërs baseerden hun levensbeschouwing op een "Nieuw Verbond' met God (p. 195), dat hen verplichtte volgens de Wet te leven, want het geloof in God impliceert gehoorzaamheid aan zijn Wet en het geloof in de "Leraar der Deugdzaamheid', onder wiens leiding het Huis van Juda verlost zal worden uit zijn lijden (p. 197). Aangezien de Dode-Zeerollen circa 2000 jaar oud zijn bestonden zij tijdens Jezus' leven.

Verschillende uitspraken van Jezus die qua inhoud en stijl, als het ware, citaten uit de rollen kunnen zijn, vormen een aanwijzing voor dat contact. Dit geldt in het bijzonder voor een uitspraak die de kern van het geloof der Qumraniërs raakt en van belang is in verband met de verkondiging van Paulus: ""Meen niet dat ik gekomen ben om Wet en Profeten af te breken... maar om aan te vullen... niet één jota of tittel (zal) vergaan uit de Wet, neen, niet voordat het einde aller dingen daar is. Wie dan een dezer minste geboden afschaft en in die geest de menschen onderwijst zal de minste heten in het Koninkrijk der Hemelen'' (Mattheus 5:17-19; Leidsche Vertaling). Het is alsof Jezus de komst van Paulus voorzien heeft (pp. 212). Hoewel de schrijvers het niet expliciet vermelden doet de combinatie van "Deugdzame Leraar', het "Nieuwe Verbond' en Jezus' nadruk op het naleven van de Wet wel aan het bestaan van contact denken.

Paulus vertoefde na zijn bekering drie jaar in Qumran om in de gemeenschap te worden ingewijd, zoals dat elke nieuwkomer te beurt viel (Galaten 1:17-18; hij noemt de plaats "Damascus', maar uit verschillende gegevens (pp. 144-149) kan worden opgemaakt dat daarmee het huidige Qumran wordt bedoeld). Na zijn leertijd wordt hij uitgezonden, maar hij komt weldra, en herhaaldelijk, in conflict met de leider van de gemeente, "Jacobus, den broeder des Heeren' (Galaten 1:20). Het conflict wordt veroorzaakt doordat Paulus' verkondiging haaks staat op het geloof der Qumraniërs. Paulus "schuif God opzij' en predikt voor de eerste maal de verering van Jezus (p. 182). Een duideijk verschil vindt men in Galaten 2:16 en 5:4: de mens vindt geen rechtvaardiging "uit de werken der wet', maar door het geloof in Jezus Christus (p. 197). In feite sticht Paulus een nieuwe religie (p. 187).

Als Jezus inderdaad geïnspireerd werd door de Qumran-theologie dan waren Jacobus en de zijnen de stichters van de "vroege Kerk', die haar invloed uitoefende "among Jews!' (p. 219; cursief van de schrijvers), en was Paulus de eerste christelijke ketter (p. 181).

Speculatief? Zeker, maar gezien de beschikbare gegevens lijkt deze speculatie niet ongegrond. Wij zullen nog even geduld moeten hebben.