DE VERZAMELINGEN VAN DE FRANSE AMERIKAAN ARMAN; Het wonderbaarlijk alledaagse

Arman 1955-1991, A Retrospective. T/m 26 april in het Brooklyn Museum, 200 Eastern Parkway, Brooklyn. Armans "Brushstrokes', schilderijen met kapotte fietsen, omringd en bedolven door kwasten met verf, zijn van 11 april tot eind mei te zien in galerie Reflex in Amsterdam. Spiegelgracht 8. Inl 020-6391917.

In zuidwest-Manhattan in een voormalige fabriek van ingelegd zuur, houdt de Amerikaans-Franse kunstenaar Arman kantoor. Met een pen is nauwelijks bij te houden wat de ogen zien. Rijen plastic radio's uit de jaren dertig in prachtige, vuile kleuren groen, paars en oker, Afrikaans houtsnijwerk, Kodakcamera's, jukeboxen, paraplu's, een Lichtenstein, en een van zijn eigen composities met verf, die aan een werk van Pollock doen denken. Vormen die staande stalen lampen een verzameling, zijn het kunstwerken, of gewoon, dingen?

Het gaat Arman om "het ontdekken van het wonderbaarlijke in het alledaagse'. Samen met Yves Klein, Spoerri, Tinguely en anderen richtte hij in 1960 in Parijs "Les Nouveaux Réalistes' op, een groep die experimenteerde met het gebruik van in massa geproduceerde voorwerpen. Enkele dagen eerder had hij een Parijse galerie totaal gevuld met afval. Een lijst vermeldt onder meer: 5 hoelahoeps, 5 fietsen, 6 oesterschelpen, 5 bidets, 48 wandelstokken, 200 pond grammofoonplaten en 3 onderdelen van een zadel.

Sindsdien is hij vooral beroemd om zijn "Accumulations', assemblages van - meestal gelijke - voorwerpen, en "Destructions', eveneens verzamelingen, maar dan van kapotgeslagen, in stukken gesneden of verbrande objecten.

Minder bekend is wat hij eufemistisch zijn "hobby' noemt. Het verzamelen van antieke auto's, knipmessen, reuzencactussen, boeken en documenten van de surrealisten en dada-beweging. Zijn collecties Japanse wapenuitrustingen en Afrikaanse en Oceanische kunst behoren tot de beste ter wereld. Op de verzameltentoonstelling "Arman 1955-1991', nog t/m 26 april in het Brooklyn-museum, komt men dan ook evenals in zijn Manhattan-fabriek ogen tekort.

Beperken we ons tot de fabriek. Arman, een zwijgzaam man met een nauwsluitend ringbaardje en een Bonnard-brilletje geeft een rondleiding langs zijn nieuwste Accumulaties. “Dit is de mooiste groep ter wereld” zegt hij wijzend naar een muur met glinsterende Gabonese "kotas', bewakers van grafkisten. Bij een van de vele zitensembles in wit leer concurreren twee concentrische vierkanten van Stella met Brillo-dozen van Warhol. Twee Samoerai-harnassen blijken zeer zeldzaam te zijn, want alle onderdelen zijn door dezelfde meesterhand gemaakt. Links, rechts, overal in gangen en kamers hangen etnografica.

Kort geleden liet Arman in Parijs zijn collecties horloges en Europese pistolen veilen. Kan hij ergens makkelijk afstand van doen?

“Ik had drieduizend zwart-witfilms uit de jaren veertig en vijftig. Honderd daarvan heb ik regelmatig bekeken. Die anderen waren dus nutteloos. Ik heb ze toen maar weggedaan. Voor mijn collecties etnografica en Japanse wapenuitrustingen heb ik een veel sterker gevoel. Om me hierin het meest perfecte te kunnen veroorloven, ben ik bereid afstand te doen van andere collecties.

“Ik zet nu stichtingen op met het doel mijn Japanse en Afrikaanse kunst te legateren. Ze moeten op een plek terechtkomen waar ze werkelijk iets betekenen. Niet in Afrika, daar is de structuur te instabiel. Tijdens de Biafra-oorlog bijvoorbeeld hebben de moslim-troepen uit het noorden alle beelden van het zuidelijk gelegen dorp Oron vernietigd, beelden die er al twee-, driehonderd jaar werden bewaard. Wat de Samoerai-stukken betreft: de Japanners voelen zich zo superieur, ze beschouwen het als ongepast dat een vreemdeling dit allemaal bezit. Het is onmogelijk dat hij hun cultuur zou kunnen begrijpen. Ik vind het juist goed dat hun cultuur ook buiten Japan wordt verspreid.”

Met liefkozende gebaren vergelijkt Arman een houten vrouwfiguur uit Mali met een Brancusi. Schooljongensachtig scharrelt hij in laatjes met vervaarlijke maar subtiel versierde Amerikaanse knipmessen die in de slaapkamer zijn ondergebracht. “Ik kijk naar de kwaliteit, ik verzamel kennis. Ik groeide op tijdens de Tweede Wereldoorlog. Constructie, destructie en wederopbouw zijn in mijn ziel verankerd. Het gaat me om de cirkelgang van het voorwerp. Eerst de produktie, dan het gebruik, het afval en tenslotte de destructie, die niet volkomen is; noem het maar recycling.”