De laatste avond in de oude Tweede Kamer

DEN HAAG, 9 APRIL. Zoals de supporters van FC Utrecht in 1981 afscheid namen van hun stadion mag het vanavond niet gaan. In Utrecht werd na de laatste wedstrijd in de oude Galgewaard de hele zaak gesloopt. De Tweede Kamer moet beschaafder afscheid nemen. Daarom heeft de huishoudelijke dienst van de Tweede Kamer de afgelopen weken alles wat maar een beetje los zit in de zaal, en dus eventueel door souvenirjagers meegenomen zou kunnen worden, vastgeschroefd.

Vanavond zal Kamervoorzitter Deetman na de laatste vergadering de laatste woorden spreken in Binnenhof 1a. Een slag met de hamer en dan is het voorbij. De nieuwe tijd roept. Na het paasreces worden de Kamerleden verwacht aan het Plein nummer 2 om zich, na het passeren van een van de elektronische sluizen, over het marmer en via een roltrap te begeven naar de halfronde arena waar de komende decennia de politiek gemaakt zal worden.

Vertrek uit een zaal vol geschiedenis, waarin het toch allemaal maar gebeurde: politiek drama, menselijk drama, klein drama en groot drama. Er wordt dezer dagen heel wat afgemijmerd aan het Binnenhof. Zoals vroeger was het de laatste jaren toch al niet meer. Of het nu gekomen is met Lubbers of dat daarvoor de klad er al in zat, niemand weet precies de cesuur aan te geven. In elk geval is het minder. “De Kamer is ineengeschrompeld van een theater tot een collegezaal”, zei scheidend Kamervoorzitter Dolman twee jaar geleden. Er is een nieuwe generatie politici gekomen, dat staat wel vast. Een die liever zit te turen achter het beeldscherm van een personal computer dan te staren in een glas gevuld met drank. Van de Tweede Kamer als sociëteit is weinig meer over. Die typische "day-after-the-night-before-geur', dranklucht vermengd met sigarerook, opgebouwd tijdens een debat dat tot diep in de nacht doorliep, is al tijden niet meer waargenomen. De Tweede Kamer is een gewoon bedrijf geworden. Nachtelijke vergaderingen komen nauwelijks meer voor. Nadat freule Wttewaal van Stoetwegen in 1970 als waarnemend voorzitter midden in de nacht tijdens een belastingdebat de legendarische woorden “Dit is gekkenwerk” had gesproken duurde het niet lang meer voor er een vaste eindtijd werd afgesproken. Kamervoorzitter Vondeling verordonneerde begin jaren zeventig dat er niet na elf uur 's avonds mocht worden doorvergaderd. Uitzonderingen daargelaten, en die waren er destijds veel meer dan heden ten dage. Een nachtelijke vergadering is meestal synoniem voor spannend en broeierig. In de nacht balanceerden kabinetten langs de afgrond.

Pag.3: Heimwee naar grote, emotionele debatten

De ouderwetse sfeer van broeierigheid hing vorige week weer een beetje in de Kamer bij het debat met minister Pronk over Indonesië. Het ging open, het ging hard, het ging duidelijk, het was een goed debat. Het leek wel of de Kamer heimwee had.

Naarmate de "grote dag' van de verhuizing dichterbij komt, lijkt de aarzeling onder de Kamerleden alleen maar toe te nemen. Natuurlijk de faciliteiten in de nieuwbouw zijn stukken beter, er is veel meer plaats voor het publiek en de beveiliging is optimaal maar de sfeer, die o zo aparte sfeer die de oude Kamer in zich had, zal die ooit nog terugkeren? Had er zestien jaar geleden toch niet beter naar Annelien Kappeyne van de Coppello geluisterd moeten worden? Zij voerde op 31 maart 1976 het woord namens de fractie van de VVD het woord over de nieuwbouwplannen van de Tweede Kamer. Goed, de klimaatbeheersing deugde niet in de huidige zaal, de akoestiek was slecht, de tribunes waren te klein, de loges voor de ambtenaren waren te iel. Maar, zo sprak Kappeyne van de Coppello, “tegenover al die ongemakken staat één ding: De zaal heeft een sfeer die onvervangbaar is. Het behoud daarvan is een onweegbaar en onmeetbaar argument.” En daarom diende zij met fractiegenoten Wiegel, Berkhouwer, Rietkerk, Van Aardenne en Evenhuis een motie in waarin “de Kamer als haar mening uitsprak dat de zogenaamde Balzaal in Binnenhof 1a als plaats voor de plenaire vergaderingen gehandhaafd dient te blijven”. De motie werd verworpen en vandaar dat de zaal waarin sinds 1795 zoveel herdacht is, vandaag zelf wordt herdacht.

Heimwee naar de tijden van weleer, toen de politieke leiders nog in de Tweede Kamer zaten in plaats van in het kabinet en ministers bang waren voor de volksvertegenwoordiging. Toen kabinetten nog in de Tweede Kamer vielen. De nacht van Schmelzer in 1966, de val van het vierde kabinet Drees in 1958. Hoewel ook het tweede kabinet Lubbers in in 1989 in de Tweede Kamer ten val kwam, ontbrak hier het drama volledig. Al dagen tevoren was duidelijk geworden dat fractievoorzitter Voorhoeve van de VVD op een breuk uit was.

Grote, emotionele debatten zijn gevoerd in de vertrouwde groene zaal die in het echt zoveel kleiner is dan op de televisie. Er werd over het lot beschikt van de drie van Breda, de abortuswet werd er in 1976 met 76 tegen 74 stemmen aanvaard (dat is de enige stemming geweest waarbij alle 150 Kamerleden aanwezig waren). In 1948 werd er met 71 tegen 29 stemmen afscheid genomen van Indië, Suriname werd 27 jaar later vaarwel gezegd met 106 tegen vijf stemmen. Het was ook de groene zaal waar in 1900 met 50 tegen 49 stemmen de leerplichtwet werd aangenomen, dankzij het feit dat het honderdste Kamerlid dat zeker zou hebben tegengestemd op weg naar de Kamer van zijn paard viel. En dan was er natuurlijk de historische vergadering op 10 mei 1940, de dag van de Duitse inval, dat de Kamer bijeen kwam zonder een kabinet tegenover zich te vinden. “Ik heb op het ogenblik wel wat anders te doen en bovendien begrijp ik niet waarom de Kamer moet bijeenkomen, die heeft op het ogenblik niets te doen. Dat is afgelopen op het moment; wij zijn niet in een toestand dat de Kamer bijeen hoeft te komen en het heeft ook niets geen nut”, had minister president De Geer Kamervoorzitter Van Schaik enkele uren daarvoor laten weten.

Er waren de debatten over de voorgenomen huwelijken van de prinsessen Irene en Beatrix en op 12 augustus 1976 de Lockheed-verklaring van Den Uyl waarin de premier bekendmaakte dat prins Bernhard zich in verband met de affaire van de Amerikaanse luchtvaartfabriek genoodzaakt voelde zijn militaire functies en zijn functies in het bedrijfsleven neer te leggen. Zelden was de Kamer zo uit het lood geslagen als die middag. Het lijkbleke GPV-Kamerlid Jongeling liep na afloop op minister van binnenlandse zaken De Gaay Fortman af en stamelde: “Professor, hoe kan een Oranje dit doen?”

En dan de hilarische voorvallen. Het Kamerlid dat tot de orde moest worden geroepen omdat hij zijn benen op tafel meende te moeten leggen, het CHU-Kamerlid dat rond het middaguur zijn broodtrommeltje opende, het Kamerlid van de eenmansfractie dat bij een schriftelijke stemming in al haar naïviteit onder het uitbrengen van de woorden "waar is het voor' een briefje van vijf gulden in de bus wilde deponeren.

Een enkele keer slechts werd een Kamerlid wegens beledigend taalgebruik uit de zaal verwijderd. Berucht was de communistische afgevaardigde De Visser die in de jaren dertig twee maal in conflict kwam met de voorzitter omdat deze hem het woord wilde ontnemen. De Visser: “U hamert maar wat, maar dat hindert mij niet. Is U uitgeklopt dan ga ik weer verder”.

Ook het publiek heeft zich al die jaren relatief rustig gehouden. Eenmaal hing er een man aan de balustrade. Een oorlogsinvalide gooide ooit tijdens een debat over oorlogsuitkeringen zijn kunstbeen vanaf de publieke tribune de zaal in en tijdens het kruisrakettendebat beklom de onderwijzer Bingel de regeringstafel om het parlement toe te spreken.

De beveiliging in het nieuwe gebouw zal er voor zorgen dat dit soort incidenten tot nul wordt gereduceerd. Bijna is het zover. Nog een paar debatjes die voor het paasreces moeten zijn afgehandeld, enkele stemmingen en dan is het voorbij. De vergadering is gesloten, de zaal is gesloten.