Buitenlust

Op zaterdag werd een cursus rozensnoeien gegeven. Dit soort rituelen pleegt om tien uur te beginnen.

Ik was om kwart over tien in de kasteeltuin. Men was binnen. Ik verwachtte tien tot twintig fanatiekelingen, maar in het zaaltje zaten en stonden enige honderden mensen opeengepakt, hunkerend naar rozenkennis. Het publiek was van middelbare leeftijd, nou ja, aankomende grootouders. Velen stonden in groene kaplaarzen op het parket. Het was te koud of te nat of te druk om met dit stel het rosarium in te gaan, fluisterde men mij toe.

Aan de andere kant van de zaal sprak een ouder heer met een licht geaffecteerde tongval en een slechte microfoontechniek. Beurtelings denderde hij door de zaal en viel zijn stem weg tot een verwijderd geruis. "Microfoon', riepen wij achter in de zaal dan, want ieder woord werd opgezogen. Latijnse namen rolden onverstaanbaar over de hoofden der cursisten. Denkbeeldige ogen (botanische uitdrukking) aan denkbeeldige takken werden meeslepend aangewezen.

Plotseling ging men over tot een revolutionaire didactische werkvorm. Op aanwijzing van de oudere heer verrezen her en der in de zaal Sarah Hart-achtige types, door de rozenkundige als lieve assistentes aangeduid, met emmers en mandjes waaruit ze rozetakken deelden. Zo'n prachtig gezicht: grijs persoon in kaplaarzen beteuterd kijkend naar een in zijn hand prikkend stokje.

De Florence Nightingales van de roos startten nu op willekeurige plaatsen tussen het publiek met een rozestruik in de linker- en een snoeischaar in de rechterhand de snoei-instructie. De grootte van de luisterkring hing af van hun verstaanbaarheid. Ah, dacht ik, demonstratieles voor een klas van 250 met een docent en twaalf amanuenses. Dat moesten Jo en Bert eens zien. Dat spaart geld.

Een mannelijke Sarah Hart in jagersgroen met een professionele oogopslag trok het meeste publiek. Hij stond didactisch verantwoord met de rug tegen de muur en hief zijn roos hoog. Hij gaf ook plantinstructie: ""Als dit uw hak is...'' met z'n hand in de lucht. ""Nu heb ik nog een tip'', zei hij tegen de ademloze omstanders, ook hij was nauwelijks te verstaan, maar de geaffecteerde oudere heer schalde om stilte door de microfoon en begon een betoog vrijwel gelijkluidend aan dat van de beroeps.

Er waren marginale verschillen. Volgens de een moest de ent twee, volgens de ander vier centimeter onder de grond. Ik houd het op drie, zo staat het ook in mijn tuinboek. Een zeer concrete mededeling werd enkele malen herhaald: rozetakken dienen onder een hoek van 147 graden te worden doorgeknipt. Voortaan met een theodoliet de tuin in? Namen van bestrijdingsmiddelen waren onverstaanbaar, maar ik weet nu dat de takken van klimrozen horizontaal geleid dienen te worden: horizontale sapstroom bevordert de bloei.

Het mooist was het publiek: informatie opslurpend. Op voddige stukjes papier werd gekrabbeld: "gedroogde koemest, takdikte boven oog, spuugbeestjes niet erg' en andere rozenkunde, de leerling beurtelings over en door de leesbril turend. Waren ze maar zo bij mij, dan is onderwijs geen kunst. Tevreden schuifelde men naar buiten. Terwijl ik wegreed, zag ik medeleerlingen zittend in de auto de kaplaarzen wisselen voor normaal schoeisel. Kaplaarzen waren nu niet meer nodig.

Onderwijs is herhaling: a rose is arose is a rose.