Albert Heijn na 22 jaar weg als voorzitter lobby-club; Politiek onbegrip voor supermarkt

Albert Heijn (65) neemt na 22 jaar afscheid als voorzitter van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL), de Haagse lobby van supermarkten.

DEN HAAG, 9 APRIL. Op de valreep werd hij het middelpunt van een relletje. Dat was toen de supermarktketen met zijn naam “uit de boot sprong”, zoals Albert Heijn het zelf noemt.

Enkele maanden geleden zette winkelketen Albert Heijn haar collega's in hun hemd door op eigen houtje een contract te sluiten met BeaNet, het dochterbedrijf van de gezamenlijke banken, voor elektronisch betalen. Hierdoor doorbrak AH het front dat de winkeliers in het CBL tegen de banken vormden om de prijs van elektronisch betalen (via betaalautomaten bij de kassa's) omlaag te krijgen.

De zaak werd door de "collega-winkeliers' hoog opgenomen, wat volgens ingewijden leidde tot rumoerige vergaderingen van de supermarktbazen bij het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL). Vergaderingen die werden voorgezeten door Albert Heijn, tevens commissaris van Ahold, het moederconcern van de eigenzinnige winkelketen. Sommige leden meenden dat Heijn in die hoedanigheid van de deal op de hoogte moet zijn geweest.

Heijn vindt het niet erg aan deze episode van zijn voorzitterschap herinnerd te worden. “Ik was al weg bij de baas”, zegt hij op gemoedelijke toon. “Ik wist echt niet dat Albert Heijn in zijn eentje iets voorbereidde met BeaNet. Zulke zaken werden niet in de commissarissen-vergaderingen besproken. Dat zou trouwens wel leuk zijn geweest”, zegt hij nu breed lachend. “Want meneer Nelissen van ABN AMRO is ook commissaris bij Ahold.”

Binnenkort vertrekt Albert Heijn als voorzitter van het CBL. “Het wordt tijd dat ik opdonder”, zegt hij. “Ik kan me na 22 jaar niet echt meer druk maken over vragen als: zijn we op koninginnedag open of niet”

Met Albert Heijn verdwijnt de generatie van het eerste uur uit de top van de Nederlandse levensmiddelenhandel. Heijn heeft, samen met zijn voorgangers bij het CBL, Simon de Wit en Piet de Gruyter, aan de wieg gestaan van de eerste zelfbedieningswinkels in Nederland. De jongere generatie neemt het nu over. Op 19 mei geeft Heijn de hamer aan Jan van den Broek, zoon van Dirk van den Broek, de oprichter van de gelijknamige supermarktketen.

Heijn vertrok vier jaar geleden al als bestuursvoorzitter van Koninklijke Ahold. Vijfentwintig jaar had hij het imperium, waarvoor zijn vader en zijn oom de fundamenten hadden gelegd, toen geleid. Ondanks zijn vertrek bij het CBL kan Heijn het niet over zijn hart verkrijgen helemaal van "dit idiote vak' afscheid te nemen. Tal van commissies op het gebied van levensmiddelenhandel kunnen op zijn aanwezigheid blijven rekenen, zoals de Europese lobby-organisatie van de levensmiddelenhandel in Brussel.

“Na zoveel jaar kreeg ik bij veel onderwerpen iets van: dat heb ik al eens gehoord”, zegt Heijn over de functie die hij nu gaat opgegeven. “Zo wordt al 22 jaar gesproken over wat een supermarkt eigenlijk mag verkopen. Het is onverstandig dat door anderen te laten bepalen. Want dan wordt straks misschien besloten dat brood alleen bij de bakker thuishoort. Zo hebben we in de beginjaren moeten knokken om in supermarkten vlees te mogen verkopen.”

Als het aan supermarkten ligt, verkopen ze alles wat met eten en drinken te maken heeft, zegt Heijn. Ook gedistilleerd. Maar de wetgever houdt dat tegen. Het laatste woord is hierover nog niet gesproken, voorspelt Heijn, die de eerste was die sherry in zijn supermarkten ging verkopen. Het CBL heeft de strijd om de alcoholica nooit volledig kunnen winnen. Het ministerie van WVC (volksgezondheid) wilde vorig jaar de verkoop van àlle alcoholische dranken in supermarkten aan banden leggen. Maar dat wist Heijn met het CBL te voorkomen.

Heijn heeft de schijnbaar onuitroeibare belangentegenstellingen tussen de kleine zelfstandige winkeliers en de grote winkelbedrijven binnen het CBL goeddeels gladgestreken. Hij verzachtte de tegenstellingen door het CBL te veranderen van een stichting in een vereniging, waarin alle dertig leden - groot en klein - stemrecht hebben. Toen de leden eenmaal op één lijn zaten, kon Heijn de lobby effectief ter hand nemen.

Het CBL heeft “een hartelijke band” met de fabrikanten van levensmiddelen, zegt Heijn. “Er bestaat hier in Nederland een ware overlegcultuur tussen de winkeliers en hun leveranciers. Dat zie je verder nergens. In Duitsland is zelfs sprake van regelrechte vijandschap tussen die twee.”

Heijn kreeg een onderscheiding van de Belgische koning voor de streepjescode. “Met een mannetje of vijf in Brussel hebben we een systeem van streepjescodes gentroduceerd dat binnen een paar jaar over de hele wereld ingang heeft gevonden. Dat het een succes is geworden, kwam waarschijnlijk doordat de belangrijkste ondernemers in Europa er nauw bij betrokken waren.”

Heijn klinkt nog verbaasd als hij het erover heeft. “De codering is begonnen in de levensmiddelenhandel en nu zie je die stomme strepen overal. Het aardige is dat we alle winkeliers, tot in Rusland en Nieuw Zeeland toe, zover hebben kunnen krijgen. Want daar zitten beslist eigenwijze donders tussen.”

Een poging om de omzetten van de leden-ondernemers in Nederland met elkaar vergelijkbaar te maken, strandde op achterdocht. Heijn wilde dat elk lid zijn omzet wekelijks zou melden bij een notaris die vervolgens het gemiddelde zou uitrekenen. Zo ver is het echter nooit gekomen. “De bedrijfstak is niet aan openheid gewend.”

Heijn: “Ondernemers in de levensmiddelenhandel zijn soms echte zenuwlijders. Ze worden meteen nerveus als hun omzet een week tegenvalt, zonder zich af te vragen of de verkoopcijfers van de héle branche misschien lager waren.” Die kortzichtigheid en geslotenheid van zijn branchegenoten begrijpt Heijn niet.

“Toen we de omzetten wilden inventariseren, vroeg de jonge De Gruyter: waarom wil je dat nou zo nodig? Als je mijn omzet wil weten, ga je toch een week voor mijn deur staan om mijn klanten te tellen? Waarop ik aan hem vroeg: waarom doe je dan zo dwars over mijn notaris?”

Heijns grootste ergernis is dat de politiek steeds achter de ontwikkelingen in de levensmiddelenhandel aanloopt. Dat was vroeger zo, zegt hij, en dat is nu nog vaak zo. “Toen Albert Heijn één van zijn eerste supermarkten wilde openen, in Amsterdam Slotermeer, werden we geweldig tegengewerkt door het toenmalige hoofd stadsontwikkeling. Die man had in Amsterdam de status van een paus, maar hij had nog nooit van een supermarkt gehoord.”

Heijn weet dat de supermarktbazen nog steeds op politiek onbegrip stuiten. Heijn. “De Tweede Kamer heeft commissies voor bijna elke bedrijfstak, maar niet voor de detailhandel. Waarschijnlijk omdat het ons altijd goed is gegaan. Een belangrijk probleem van dit moment is de logistiek. Hoe krijgen we onze winkels bevoorraad terwijl de binnensteden worden afgesloten en supermarkten op onbereikbare plaatsen moeten worden gebouwd?

“Politici hebben geen idee wat logistiek voor de levensmiddelenhandel betekent. Zelfs in EG-stukken komt het woord "distributie' bij wijze van spreken niet voor. De politiek wordt pas wakker als de voedseldistributie in Rusland mislukt. Dan ziet ze pas wat daar allemaal voor nodig is.”