Advocaten kritiseren beleid Justitie

DEN HAAG, 9 APRIL. Het evenwicht tussen de verdediging in strafzaken en het vervolgingsapparaat dreigt te worden verstoord doordat het OM steeds ruimere opsporingsbevoegdheden krijgt. Dit zei mr. W.G. van Hassel, de deken van de Nederlandse Orde van Advocaten, vanmiddag bij de presentatie van het jaarverslag van de Orde.

Volgens Van Hassel is uitbreiding van opsporingsbevoegdheden alleen gerechtvaardigd wanneer ook de verdediging meer mogelijkheden krijgt zich te verweren. “Met organisatorische versterking van het justitieel apparaat wordt de rechtshandhaving en daarmee de rechtsversterking een betere dienst bewezen dan door het klakkeloos uitbreiden van de wettelijke bevoegdheden”, aldus de deken.

Van Hassel is beducht voor wat hij aanduidt als “vlekwerking”. Als voorbeeld noemde hij het gebruiken van anonieme getuigen die als noodzakelijk kwaad bij zware misdrijven werden geïntroduceerd, maar nu ook opduiken bij overtredingen van de Wegenverkeerswet.

Justitie zou zijn toevlucht niet moeten zoeken in meer regels maar tot een betere toepassing van bestaande regels. Van Hassel wees bijvoorbeeld op het verschijnsel dat officieren van justitie de zaken die zij op de zitting brengen vaak pas kort voor de behandeling zelf onder ogen krijgen, hetgeen het risico van vormfouten aanzienlijk zou verhogen. Ook zouden officieren die zich op een bepaald terrein (bijvoorbeeld het milieurecht) hebben gespecialiseerd daarvoor extra moeten worden beloond.

Van Hassel had ook kritiek op de nadruk die minister Hirsch Ballin in zijn nota Recht in Beweging legt op de bestuurlijke taken van het OM.