Adel dreigt een mummie te worden

Minister Dales van binnenlandse zaken heeft gekozen voor handhaving en definitieve vastlegging van het huidige adelsrecht. Door dat te doen dreigt een historisch instituut dat levend gehouden zou moeten worden, gemummificeerd te raken.

De Tweede Kamer ontving vorige maand van de minister de memorie van antwoord over het uit 1990 daterende ontwerp van wet op de adeldom. In artikel 2 van het wetsontwerp is vastgelegd dat opneming in de Nederlandse adel op drie manieren kan gebeuren. Door erkenning (erkenning te behoren tot de Nederlandse adel geldt uitsluitend voor mensen die behoren tot een geslacht dat voor 1795 tot de inheemse adel behoorde), door inlijving (van personen die tot een geslacht behoren dat kan, of kon, worden gerekend tot buitenlandse adel met een vergelijkbaar adelsstatuut) en ten slotte door verheffing. De minister wil verheffing in de adel nu beperken tot leden van het Koninklijk Huis.

Het is onduidelijk waarom deze beperking, waartoe de raad van ministers op 21 november 1953 ongelukkigerwijze reeds besloot en waar tal van bekende Nederlandse geslachten heel ongelukkig mee zijn, zou moeten worden bestendigd terwijl er overal in Europa steeds sprake is van een gestadige vernieuwing van de adel door opneming daarin van families die in het historisch continuüm in maatschappelijk opzicht tot de eerste gelederen waren gaan behoren.

In ons land bestaat de adel uit een relatief klein aantal geslachten, waarvan een groot deel tot de adel is gaan behoren omdat leden van de betrokken families nog ten tijde van de Republiek (dus voor 1795) tot de regeringen van de stemhebbende steden hadden behoord. Nog tot in deze eeuw zijn leden van regentengeslachten opgenomen in de Nederlandse adel.

Het lijkt mij onredelijk om leden van zulke geslachten waarvan andere takken voor 1953 tot de adel zijn gaan behoren, opname in de adel te blijven onthouden. Hetzelfde geldt voor tal van andere geslachten die pas later (na 1795) een belangrijke maatschappelijke rol zijn gaan spelen en geslachten die tot dezelfde maatschappelijke kring als de regentenfamilies ten tijde van de Republiek behoorden maar geen magistraten konden leveren omdat zij niet tot de staatskerk behoorden (rooms-katholieken, remonstranten, doopsgezinden, joden).

Het anno 1992 toelaten van Nederlanders die horen tot de genoemde categorie van families, sluit aan bij het handhaven van de adel als historisch gegroeid instituut. De overheid hoeft geen actief beleid te voeren, het openen van de mogelijkheid is voldoende. De Hoge Raad van Adel kan met zijn grote kennis van zaken dienen als adviesorgaan. Het initiatief kan men overlaten aan de mensen zelf. In de praktijk zal dan wel blijken of de adel door opneming van leden van nieuwe geslachten wat in omvang zal toenemen.

Het is te hopen, dat hierdoor de op de achtergrond opererende instellingen als de adellijke orden (Ridderlijke Duitsche Orde, Souvereine Militaire Orde van Malta, Johanniter Orde in Nederland) talloze nieuwe leden zullen krijgen om nog meer dan thans hun goede werk op charitatief gebied ten behoeve van de samenleving te doen

Het wèl opnemen in de Nederlandse adel van leden van geslachten die tot buitenlandse adel behoren, terwijl men opneming van leden van vooraanstaande Nederlandse families onmogelijk maakt, lijkt mij onredelijk. Ik heb niets tegen het inlijven van vreemde adel. Integendeel. Maar het moet ook mogelijk zijn voor leden van inheemse vooraanstaande geslachten om in de adel te worden opgenomen. Het noemen van voorbeelden zou in dit kader te ver voeren, men raadplege bijvoorbeeld Nederlands Patriciaat waarvan onlangs het 75e deel verscheen.

Ten slotte ontgaat het mij waarom de adel zo gering van omvang gehouden moet worden. Wie heeft er nou last van als een ander het recht heeft een adellijke titel of adellijk predikaat te voeren? Samenvattend is het alleszins aanbevelenswaardig het voorstel van wet op de adeldom in dier voege te amenderen, dat verheffing ook voor niet-leden van het Koninklijk Huis mogelijk wordt. Een verheffing is niets anders dan dat verklaard wordt dat iemand tot de adel is gaan behoren. Zulks heeft dus slechts een declaratoir karakter.

Foto: Wapen van de familie Van Valkenburg, de laatste familie die in de adelstand werd verheven (1939). De familiegeschiedenis gaat terug tot in de 15de eeuw.