Vrouwelijke gedetineerden dreigen onzichtbaar te blijven; Zij ervaren de inrichting als meer van hetgene waaraan ze ten onder zijn gegaan, de wereld waarin zij zich niet konden handhaven

In de Tweede Kamer is gisteren de discussie begonnen over een herzening van de Beginselenwet Gevangeniswezen. Van het rapport "Vrouwen in detentie', dat een werkgroep van het ministerie van justitie ter voorbereiding van het Kamerdebat samenstelde, heeft alleen de aanbeveling die het kinderen van vrouwelijke gedetineerden mogelijk maakt langer bij de moeder te blijven, publiciteit gekregen. Voor het overige dreigen vrouwelijke gedetineerden onzichtbaar te blijven.

De vrouwengevangenis is gevestigd in een oud klooster, laagbouw omgeven door groen. De gedetineerden zijn werkzaam in het hoveniersbedrijf, ze zijn veel buiten en hebben de sleutel van hun "kamer'. De half-open inrichting Ter Peel bij Roermond voldoet op het eerste gezicht aan de droom van iedere geëmancipeerde carrièrevrouw met burn-out verschijnselen

De vrouwelijke gedetineerden in Ter Peel klagen echter over het "mannenwerk' en verlangen terug naar de vrouwentoren in Amsterdam waar tenminste disco-feesten worden georganiseerd. De schone schijn in Ter Peel, waar ongeveer 50 procent van de gedetineerden verslaafd is, wordt aan flarden geschetterd door de stem uit de intercom die van het adagium "Die Gedanken sind frei' een lachertje maakt. Het personeel stapt de kamertjes binnen zonder het antwoord op een klop op de deur af te wachten en het werk in de tuinen is eentonig, levert geen diploma op en biedt geen werkervaring die de titel "geschoold' kan rechtvaardigen. Openbaar vervoer om de afstand van ruim 30 kilometer tussen Roermond en de gevangenis te overbruggen is er niet; bezoek van de kinderen valt dus niet te verwachten.

De vrouwentoren van de Bijlmer Bajes is het andere uiterste. Hoogbouw voorzien van technologische overkill, een extreme beveiliging en kille paviljoens. Toch slagen de gedetineerde vrouwen er in iets van een eigen sfeer te creëren. De computercursus duurt er echter maar zes weken, uitbreiding van de kennis is niet mogelijk, werkervaring opdoen evenmin, geld verdienen met de opgedane vaardigheden al helemaal niet.

De inrichting in Utrecht lijkt nog het meest op een gevangenis uit een film, zo'n hoge holle ruimte met ijzeren loopbruggen langs de verdiepingen. Galmend klinken de stemmen van het personeel, dat veelal schreeuwend communiceert van verdieping naar verdieping. Het volstrekte gebrek aan privacy en outillage voor het ontvangen van kinderen contrasteert pijnlijk met de aanwezigheid van het "peeskamertje'. Voor seks moeten vrouwen beschikbaar blijven, maar een gesprek met één van haar kinderen is praktisch onmogelijk.

In de media is aandacht geschonken aan slechts één punt uit het Rapport Vrouwen in detentie, namelijk de aanbeveling kinderen van gedetineerde vrouwen niet al bij de negende levensmaand weg te halen bij de moeder, maar de mogelijkheid te openen dat zij tot de kleuterleeftijd bij de moeder blijven. Onevenredig is deze aandacht, omdat het per jaar om hooguit vijf à tien kinderen gaat, die ook nu al hun eerste tijd in de bajes doorbrengen, alleen zonder voorzieningen, bovenin de hoogbouw bij een moeder die moet werken en niet zelf mag bepalen hoe zij haar baby opvoedt en wat zij haar baby te eten geeft. Deze kinderen worden weggehaald op het moment dat baby's eigen van vreemd beginnen te onderscheiden, scheidingsangst en nachtmerries krijgen. De aanbeveling in het rapport behelst geen uitbreiding van de celcapaciteit voor kinderen, maar een verbetering van de kwaliteit van de detentiesituatie van moeders die hun kinderen bij zich moeten houden.

Het kenmerkende van het Rapport Vrouwen in detentie is dat niet primair is uitgegaan van vrouwen als moeders, maar van vrouwen. Vrouwen zitten voor specifieke delicten, hebben veelal een verleden vol seksueel geweld, gemiste scholingskansen en sociaal-economische armoede. Zij ervaren de inrichting als meer van hetgene waaraan ze ten onder zijn gegaan, de wereld waarin zij zich niet konden handhaven. Een relatief groot aantal verslaafde vrouwen en buitenlandse vrouwen bepaalt de sfeer. Vrouwen zijn überhaupt andere gedetineerden dan mannen. Ze breken de inrichting niet af in een kwade bui, ze plegen geen geweld en ze ontvluchten niet. Wel slikken ze veel pillen en kroppen problemen op.

Vrouwen zijn onzichtbare gedetineerden. In de Beginselenwet gevangeniswezen is slechts één regeltje aan hen gewijd en wel om vast te leggen dat mannen en vrouwen in beginsel apart gevangen moeten worden gehouden. Vrouwelijke gedetineerden ontvluchten niet per helikopter en sluiten geen wapendeals met bewaarders en zijn dus voor de sensatiepers beperkt interessant. Toch verklaart dat niet waarom, nu er een rapport ligt dat integrale herziening van het beleid voor vrouwelijke gedetineerden voorstelt, de aandacht op publiek en politiek niveau beperkt blijft tot die paar kinderen in detentie. De gevangenis kan worden beschouwd als een geconcentreerde versie van de buitenwereld. Ook buiten worden vrouwen nog steeds genegeerd en alleen in een beheersbare rol tot de grote mannenwereld toegelaten.

Het onzichtbare moet zichtbaar worden gemaakt. Het gelijke-behandelingscriterium is hierbij onwerkbaar. Eén van de grote problemen is juist dat vrouwen in grote lijnen net zoals mannen worden behandeld, vaak in tot vrouweninrichtingen gebombardeerde manneninrichtingen. Ook het benadrukken dat vrouwen anders zijn dan mannen leidt tot ongewenst resultaat. In de criminologie wordt al jarenlang de vraag gesteld waarom vrouwen minder en anders crimineel zijn dan mannen en waarom met de toename van de emancipatie de criminaliteit van vrouwen niet toeneemt. Het nooit expliciet gemaakte uitgangspunt bij dit soort pseudo-feministisch onderzoek is dat mannelijke criminaliteit normaal is.

En dit is niet de enige complicerende factor bij bestudering van het onderwerp "vrouwen in detentie' en "vrouwen en criminaliteit'. Zelfs als men er in zou slagen vrouwen als zelfstandig bestaand te beschouwen, los van een streven naar gelijke of verschillende behandeling, blijken de (voor-)oordelen over vrouwen bepalend te zijn voor het straffen en de detentie. Zo heeft in Groot-Brittannië de toegenomen aandacht voor vrouwencriminaliteit geleid tot een relatieve toename van het aantal vrouwelijke gedetineerden, waarbij opmerkelijk is dat deze vrouwen voor veel minder ernstige delicten worden opgesloten dan mannen en dat er betrekkelijk veel vrouwelijke first-offenders vastzitten.

De twee bekende op moderne leest geschoeide vrouwengevangenissen in Groot-Brittannië, Halloway en Cornton Vale zijn niet anders dan gewone gevangenissen, gericht op bewaking, controle en werk. Daarnaast echter heerst daar een visie op resocialisatie die er op gericht is door te dringen in de psyche van de vrouwen, met name door therapie. Met deze dubbele beheersing, zowel van het lichaam als van de innerlijke persoon zijn de bewaking en de controle totaal en is de detentie des te geslotener.

Uitgaande van vrouwen als door emoties gedreven wezens die vooral waarde hechten aan persoonlijke relaties wordt in deze moderne inrichtingen de kwaliteit van opleidingen en werk nauwelijks serieus genomen. Daardoor neemt de detentieschade eerder toe dan af.

Ten slotte bestaat het gevaar dat hervormingen van de vrouweninrichtingen - een fraaie architectuur, kinder-units, werk en opleidingen van niveau - een aanzuigende werking zullen hebben. Dit is een veel gehoord bezwaar tegen hervormingen in het strafrecht, ook bij alternatieve sancties duikt het steeds weer op, maar het is niet van realisme gespeend. Wie ervan uitgaat dat de meeste vrouwen helemaal niet behoren vast te zitten - waarom zou een vrouw die na jarenlang zwaar mishandeld te zijn haar partner doodt of die in uiterste wanhoop haar kind doodt of een zwaar verslaafde junk in een gevangenis moeten worden opgesloten - vreest terecht dat rechters minder zullen aarzelen met het opsluiten van vrouwen naarmate de inrichtingen meer op vakantieoorden lijken.

En dan rest altijd nog de vraag waarom er eigenlijk speciale aandacht aan vrouwelijke gedetineerden moet worden besteed. Hieraan wordt vaak de opmerking gekoppeld dat als vrouwen bepaalde rechten krijgen, mannen die ook behoren te krijgen.

Op al deze complicerende bezwaren is maar één reactie mogelijk, een pragmatische: de positie van vrouwelijke gedetineerden is pijnlijk, zwak en verwaarloosd, er moet heel veel gebeuren om deze enigszins aanvaardbaar te maken en we moeten toch ergens beginnen. En als de mannen daar hun voordeel mee doen, is dat meegenomen.

Foto: De Vrouwentoren van de Bijlmerbajes. (Foto NRC Handelsblad/ Maurice Boyer)