Voorstel Brussel: invoer van bananen beperken via quota

BRUSSEL, 8 APRIL. Na maandenlange discussie heeft de Europese Commissie gisteravond voorgesteld de invoer van zogenoemde "dollarbananen' van grote plantages in Midden- en Zuid-Amerika te beperken. Jaarlijks importeert de EG 2,3 miljoen ton dollarbananen, ruwweg drievijfde van de EG-consumptie. Door een quotaregeling wil Brussel voorkomen dat dit aandeel verder oploopt.

Met haar besluit wil de Commissie niet alleen de bananenproducenten in Spanje, Portugal en Griekenland beschermen, maar ook de "kleine' boeren in de overzeese gebieden van onder andere Frankrijk en in de zogenoemde ACP-landen (Caraïbisch gebied en Afrika). Hun bananen zijn duurder dan de dollarbananen en dreigen steeds meer terrein te verliezen. In het kader van de zogenoemde Lomé-overeenkomst heeft de EG zich verplicht de belangen van producenten in ontwikkelingslanden te beschermen.

Tegelijkertijd dreigt voor de EG een nieuw conflict: in het kader van de GATT streven de grote handelsblokken juist naar ruimere toegang op elkaars markten. Het principe van quotering druist daar tegen in. Brussel wil voor bananen een zogenoemde "waiver' aanvragen, dat wil zeggen de bananen buiten het overleg over liberalisering van de handel houden.

Ook intern dreigt een conflict. Binnen de Europese Commissie bestaan verschillen van opvatting en nu een gezamenlijk standpunt is bepaald moeten de Europese ministers zich er over uitspreken. Overigens is die verdeeldheid niet nieuw: de ratificering van het Verdrag van Rome moest in 1956 drie dagen worden uitgesteld omdat Adenauer en De Gaulle het niet eens konden worden over de banaan.

Nu heeft elk EG-lid zijn eigen bananenbeleid. De zuidelijke landen en Groot-Brittannië schermen hun markt af voor dollarbananen. De andere landen hanteren een importtarief van 20 pct. Alleen Duitsland kent geen restricties. Voordat in '93 de interne Europese markt van start gaat, moet de EG een uniform beleid hebben.