"Vier bewakers op 240 gedetineerden'; "Een afgebrande krant onder de rookmelder; de dader onvindbaar'

DEN HAAG, 8 APRIL. Het zijn vooral de nachten in de penitentiaire inrichting Groot Bankenbosch bij Veenhuizen die het personeel zorgen baren. De nieuwe normering van Justitie voor de personeelssterkte in deze zogeheten half-open inrichting betekent dat 27 personeelsleden (van de ongeveer 180) moeten afvloeien.

Dat heeft onder meer tot gevolg dat er 's nachts slechts vier bewaarders (penitentaire inrichtingswerkers) inzetbaar zijn om 240 gedetineerden in het oog te houden. Door het speciale karakter van de inrichting, beschikken de gestraften over ruime bewegingsvrijheid op het terrein.

Tijdens een debat gisteren in de Tweede Kamer spraken verschillende woordvoerders hun bezorgdheid uit over de toestand in Groot Bankenbosch. “We komen in een situatie dat de gedetineerde lacht in zijn vuistje”, aldus Groen Links-afgevaardigde Brouwer. Staatssecretaris Kosto achtte de nachtelijke bezetting in de half-open inrichting echter “verantwoord”. Hij vindt dat er eerst meer ervaring moet zijn met de beperkte nachtdiensten voordat tot uitbreiding van de sterkte tijdens de nachtdienst besloten kan worden.

Groot Bankenbosch bestaat uit twaalf paviljoens verspreid over een oppervlakte van zes hectare. Ieder paviljoen telt twintig kamers die niet door het personeel kunnen worden afgesloten. De omheining van de inrichting is een kilometer lang en bestaat uit een simpele afrastering. Volgens Kosto zitten in Groot Bankenbosch “niet de gemakkelijkste gevallen”.

In een rapport doet de dienstcommissie van de inrichting verslag van de nachtdienst in de maanden januari en februari van dit jaar. De inrichting wordt aangeduid als “het kamp”. De vier nachtelijke bewaarders opereren in twee “patrouilles”. Een bloemlezing van de onrustige nachten op Groot Bankenbosch:

“22 januari. Via de centraalpost wordt doorgegeven dat er brandalarm is op paviljoen 11. Een patrouille gaat erheen. Er ligt een afgebrande krant onder de rookmelder; de dader is niet te vinden. Vermoedelijk een afleidingsmanoeuvre zodat men elders zijn gang kan gaan.”

“23 januari. Desertie (ontsnapping, red.) van een gedetineerde.”

“29 januari. Plotseling werken de lampen achter paviljoen 2 niet meer. Vermoedelijk defect gemaakt zodat men in het donker ongestoord kan dealen. Op het paviljoen was onderling wel wat spanning, maar wat er precies loos is, is niet te achterhalen. Er blijft echter maar een patrouille over om de rest te controleren.”

“7 februari. In de wasruimte van een paviljoen hangt een hasjlucht. Een patrouille doorzoekt de ruimte en vindt drugs. De andere patrouille is bezig met een gedetineerde die een ander heeft bedreigd. Uiteindelijk wordt in overleg met de directie besloten de gedetineerde over te plaatsen naar het cellengebouw. Hierdoor zijn tien leefafdelingen en de afrastering over lange tijd niet gecontroleerd.”

“15 februari. Er loopt een gedetineerde dronken in het kamp. Een patrouille zorgt ervoor dat hij wordt overgeplaatst naar het cellengebouw. De andere patrouille probeert te achterhalen waar de drank vandaan komt. Even later is er een vechtpartij tussen Antillianen. De gemoederen zijn verhit. Er wordt door vier man personeel een gedetineerde overgeplaatst naar het cellengebouw.”

“26 februari. Bij het hek van paviljoen 6 is het het draad stukgeknipt. Is er een deserteur of is men even de inrichting uit om iets op te halen?!”

“28 februari. Er staat een auto onafgesloten op de parkeerplaats. In de auto wordt een schietwapen aangetroffen. De politie wordt ingeschakeld. Ondertussen is er maar een patrouille in het kamp.”