Televisiecratie

De nieuwe vergaderzaal van de Tweede Kamer, die eind deze maand in gebruik wordt genomen, deugt niet. Er zijn vele mooie dingen gezegd over de zaal. En wie nu de bordjes “verboden toegang” negeert op de deuren naar de publieke tribune, komt inderdaad terecht in een ruim, maar tegelijkertijd toch intiem, amfitheater met doorkijkjes naar de Hofplaats, het plein voor het nieuwe Kamergebouw.

De afgevaardigden hebben er allemaal hun eigen stoel - nu nog gehuld in plastic hoezen - die nieuwe inhoud lijken te willen geven aan het begrip “Kamerzetel”. Vergeleken met deze arena heeft de oude balzaal aan het Binnenhof de bedomptheid van een binnenkamertje.

Als in een klassiek amfitheater zijn hier aller ogen gericht op het toneel. Daar zitten Kamervoorzitter en regering. Sober doch chic, op een zacht glooiende vloer met veel houten lambrizeringen - maar wel gebaseerd op een staatsrechtelijke misvatting: toeschouwers en volksvertegenwoordiging lijken in onderdanige afwachting van het stuk dat het kabinet op de planken zal brengen.

De opstelling in de oude Kamer, waar morgen voor de laatste keer in de geschiedenis vergaderd wordt, gaat uit van een constant debat tussen links en rechts in het parlement. Daarbij is de regering midden tussen die krachtenvelden duidelijk slechts op bezoek. Dat die gedachte door de vormgeving van de nieuwe zaal verlaten wordt, is tot daar aan toe: kennelijk is het op dit moment nu eenmaal de politieke realiteit dat de volksvertegenwoordiging ondergeschikt is aan het kabinet. Erger is dat de directe publieke controle vanaf de tribune op de gang van zaken in de Kamer wordt bemoeilijkt omdat die tribune niet steil genoeg is. Het blikveld wordt bovendien ingeperkt door een nodeloos hazepaadje tussen perstafels en balustrade, die overigens ook weer zo royaal is dat het zicht belangrijk wordt belemmerd.

Wie zich verzet tegen vernieuwing, laadt al snel de verdenking op zich te behoren tot het conservatieve of in ieder geval conserverende kamp. Maar dat is hier niet aan de orde want ook de oude vergaderzaal was niet optimaal. De toeschouwer kon telkens slechts de helft van de Kamerleden in het gezicht zien. Wie ook de andere helft in ogenschouw wilde nemen moest omlopen en plaatsnemen op de tribune aan de overzijde.

De ontwerper van de nieuwe vergaderzaal is kennelijk uitgegaan van de misvatting dat het spreekgestoelte de belangrijkste plek is van het parlement. Nu komt het wel eens voor dat Kamerleden daar iets zeggen wat niet tevoren reeds op papier is rondgedeeld, maar gangbaar is het niet. Nee, wie een Kamervergadering gadeslaat moet voor goed begrip de Leden bezig kunnen zien in hun biotoop: de schijnbaar doelloze wandelingetjes van CDA-afgevaardigde Van der Heijden, het nonchalante leunen van VVD-leider Bolkestein of PvdA-woordvoerster Kalsbeek die van bank tot bank gaat om te leuren met een motie. Het is het geheel van gedragingen kortom, dat je kunt beschouwen als een soort ondertiteling bij het debat. Dat is nu weg.

Ook de vaak verhelderende signalen tussen bewindslieden achter de regeringstafel en hun ambtenaren in die loges bovenin de oude zaal worden ons ontnomen. In het nieuwe parlementaire onderkomen wordt het zicht op de Vierde Macht onmogelijk omdat zij wordt ondergebracht in speciale reservaatjes op de Kamervloer ónder het publieke balkon.

Was de architect van de nieuwe zaal er dan wellicht weer zo één die geen rekening houdt met de functie van zijn ontwerp? Dat is natuurlijk mogelijk, maar de oplossing voor de vreemde anatomie van 's lands nieuwe vergaderzaal is waarschijnlijk nog banaler: de gekozen vorm lijkt gedicteerd door de twee camera's die vanachter het regeertoneel de zaal inkijken. De parlementariërs zullen vanaf volgende maand wel het tv-publiek frontaal onder ogen komen maar dan onder regie van de NOS. Met de ingebruikneming van deze nieuwe zaal wordt Nederland in feite een televisiecratie.

Om het direct toezicht op de handel en wandel van alle deelnemers aan de publieke zaak in de Tweede Kamer te herstellen is het nodig de publieke tribune door te trekken tot een cirkel. Er ontstaat dan een panopticum, dat het mogelijk maakt alle bewegingen in Kamer waar te nemen. De Tweede Kamer moet de vorm krijgen van het klassieke circus - brood en spelen volgen vanzelf.