Regeringspartijen ruziën over hogere brandstofheffing; Verdeeldheid in kabinet en Kamer

DEN HAAG, 8 APRIL. CDA en PvdA koersen aan op een conflict over de verhoging van de milieubelasting op brandstoffen die het kabinet voor dit jaar en voor volgende jaren op het programma heeft staan. Zowel in het kabinet als tussen de fracties in de Tweede Kamer bestaat verdeeldheid over deze heffing, waartegen het bedrijfsleven zich krachtig heeft verzet.

Het kabinet komt in dubbel opzicht in tijdnood, zowel om de beoogde opbrengst van dit jaar als die van volgend jaar binnen te halen. De vertraging die het wetsvoorstel eerder opliep, heeft er al toe geleid dat de tarieven niet per 1 januari konden worden verhoogd, maar op zijn vroegst 1 juni of 1 juli. Behalve de Tweede Kamer moet ook de Eerste Kamer deze belastingmaatregelen nog goedkeuren. Het uitstel betekent dat bijvoorbeeld de belasting op aardgas voor kleinverbruikers geen 20,79 cent per 1000 kubieke meter bedraagt - zoals bij een verhoging per 1 januari zou zijn - maar 36,86 cent (per 1 juni) of 41,46 cent (per 1 juli).

Op die manier haalt het kabinet toch de beoogde opbrengst op jaarbasis binnen. Maar kabinet en Kamer hebben inmiddels wel afgesproken dat de tarieven voor dit jaar worden gefixeerd op het niveau dat per 1 juli is voorzien, ook als de maatregelen bijvoorbeeld door vertraging in de Eerste Kamer pas later kunnen worden doorgevoerd. Elke maand uitstel na 1 juli kost het kabinet zo 100 miljoen gulden.

In de Tweede Kamer toonde zich gisteravond alleen de VVD tegenstander van de hogere tarieven voor 1992. Nu de energie-intensieve bedrijven voor dit jaar zijn ontzien - tot een bedrag van 120 miljoen gulden dat nu moet worden opgebracht door andere bedrijven, huishoudens en automobilisten - gaat het CDA akkoord met de verhoging van de brandstofbelasting in 1992. Het Tweede-Kamerlid Van Houwelingen stelde echter gisteren dat wanneer het niveau van de afgesproken collectieve lastendruk (optelsom van belastingen en premies) van 53,6 procent dreigt te worden overschreden, de milieubelastingen ter discussie moeten worden gesteld. De PvdA vindt eveneens dat dit niveau niet mag worden overschreden, maar volgens Kamerlid Van der Vaart moet een eventuele verlichting juist niet bij de milieubelastingen worden gezocht.

Een ander probleem is nog dat de regeling om de energie-intensieve bedrijven te ontzien ter goedkeuring is voorgelegd aan de Europese Commissie. Volgens de landsadvocaat is het niet uitgesloten dat de Commissie deze maatregel zal zien als een verboden vorm van bedrijfssteun.

Voor volgend jaar dreigen de problemen nog groter te worden. Volgens de meerjarenplannen van het kabinet moeten de milieubelastingen in 1993 nog eens ruim 400 miljoen gulden meer opbrengen, oplopend tot 700 miljoen meer in 1994. Het CDA wil absoluut niet dat dit bedrag er komt door de energieprijzen verder te verhogen. In het kabinet verzet minister Andriessen zich, terwijl inmiddels ook premier Lubbers zijn twijfel heeft laten blijken over deze lastenverzwaringen. De CDA-fractie heeft laten weten dat in elk geval van verdere verhoging geen sprake kan zijn als de belasting niet wordt uitgesmeerdvia heffingen op bijvoorbeeld grondwater, afval, bestrijdingsmiddelen, veevoer en kunstmest. Volgens de PvdA-fractie is het vrijwel onmogelijk dat een dergelijk ingrijpende herziening van het belastingsysteem al in 1993 is door te voeren. In dat geval moet de brandstofbelasting verder omhoog, vindt de PvdA, terwijl de fractie er ook niet voor voelt energie-intensieve bedrijven dan nog langer te ontzien.