Procesindustrie motor van exportgroei

DEN HAAG, 8 APRIL. De forse groei van de Nederlandse export, zoals die voor 1993 door het Centraal Planbureau wordt verwacht, is vooral te danken aan de procesindustrie, zoals de chemie en de basismetaal. Want schommelingen in de internationale conjunctuur laten het eerst daar hun sporen na.

De neergaande internationale conjunctuur in 1991 en 1992 leidt volgens het CPB in deze jaren bij de uitvoer van de Nederlandse chemie- en rubberindustrie en van de Nederlandse basismetaal zelfs tot een complete stagnatie. Daar staat tegenover dat de procesindustrie volgens het Planbureau volgend jaar als eerste van het conjunctureel herstel profiteren. Het volume van de uitvoer van de chemische en rubberindustrie zou in 1993 met 7 procent stijgen, en dat van de basismetaal met 8 procent.

De totale Nederlandse export is minder conjunctuurgevoelig. In 1991 en 1992 tezamen is sprake van een volumegroei van circa 4 procent, met voor de industrie een exportgroei van 3 procent. Vorig jaar en dit jaar verloopt met name de uitvoer van de voedings- en genotmiddelenindustrie en de landbouw (vooral de uitvoer van tuinbouwprodukten naar Duitsland) gunstig.

Behalve de export van de procesindustrieën zal volgens het Planbureau ook de uitvoer van dranken en tabaksprodukten, van metaalprodukten, van optische instrumenten, van de papier- en grafische industrie, van de elektrotechnische industrie en van transportmiddelen in 1993 aanzienlijk stijgen, met meer dan het gemiddelde van de totale industriële uitvoer dan wordt geraamd op 5,5 procent.

Aanzienlijk stijgt naar verwachting ook de export van diensten, met de handel (5,5 procent) en de zee- en luchtvaart (8,5 procent) als koplopers. Al met al zou de totale export door Nederlandse bedrijven met 5,5 procent stijgen, tegen 5,3 procent gemiddeld over 1985-1989, 4,25 procent in 1991 en 3,5 procent in 1992. De goederenexport exclusief energie (aardgas) stijgt volgens het CPB volgend jaar zelfs met 6,25 procent.

Opmerkelijk was in 1991 de forse stijging van de consumptieve bestedingen van buitenlanders in Nederland, met liefst 15 procent. Dat zou te maken hebben met de trend naar meer korte vakanties in de buurt (Duitsers), en met de tijdelijke onaantrekkelijkheid van andere bestemmingen in verband met de Golfcrisis.

De binnenlandse afzet door bedrijven bedroeg in 1988, het laatste jaar waarover exacte cijfers bekend zijn, 536 miljard gulden, hun buitenlandse afzet kwam uit op 220 miljard gulden. Inclusief de gasexport bedroeg de totale Nederlandse export 246 miljard gulden. Daarvan was 135 miljard gulden afkomstig van de industrie, met de chemische en rubberindustrie (35 miljard), de metaalprodukten en optische industrie (20 miljard), de elektrotechnische industrie (17 miljard), de sector veehouderijprodukten (13 miljard) en de aardolieindustrie (12 miljard) en de transportmiddelenindustrie als koplopers.

De dienstenexport kwam in dat zelfde jaar uit op 43 miljard gulden, met de handel (21 miljard), de zee- en luchtbaart (8 miljard) en de overige transport- en communicatiebedrijven (10 miljard) als koplopers.