Premier kiest voor minder lasten; Lubbers en Kok in conflict over tekort

DEN HAAG, 8 APRIL. Minister-president Lubbers (CDA) en vice-premier Kok (PvdA) zijn met elkaar in botsing gekomen over het terugdringen van het financieringstekort van het rijk.

De afspraak die CDA en PvdA hebben gemaakt over reductie van het tekort is voor minister-president Lubbers niet langer heilig. Hij wil volgend jaar de lasten voor burgers en bedrijfsleven verlichten en dit mag van hem leiden tot een hoger financieringstekort dan de afgesproken 3,75 procent. Voor minister Kok (financiën) is dit onbespreekbaar. Kok wil absoluut vasthouden aan de afspraken van het Regeerakkoord.

In een reactie toont het Kamerlid Melkert (PvdA) zich “uitermate bezorgd over de opstelling van de minister-president”. De suggestie dat het financieringstekort van het rijk volgend jaar meer dan 3,75 procent van het nationaal inkomen mag bedragen “wijzen we resoluut van de hand; onbepreekbaar”, aldus Melkert. Ook de CDA-fractie wil vasthouden aan de afspraken van het Regeerakkoord. “Dat betekent een financieringstekort van maximaal 3,25 procent in 1994 en een collectieve-lastendruk van ten hoogste 53,6 procent”, zegt de woordvoerder van de CDA-fractie.

Lubbers ontvouwt zijn ideeën in een notitie die hij vrijdag tijdens de ministerraad aan zijn collega's heeft uitgereikt. Het kabinet sprak toen voor de eerste keer over de Kaderbrief van minister Kok (financiën). In deze brief schetst Kok het budgettaire kader van de begroting 1993, waarbij het kabinet de komende weken een beslissing moet nemen over bezuinigingen van 3,5 miljard gulden.

Lubbers schrijft in zijn notitie dat hij “alle mogelijkheden wil bekijken van uitgavenbeheersing, maar ook de financieringstekortreductie” bij de afweging wil betrekken. In het Regeerakkoord hebben CDA en PvdA afgesproken om het financieringstekort van het rijk met 0,5 procentpunt per jaar te verlagen. “De suggestie van Lubbers steekt schril af bij de opmerkingen die het CPB gisteren heeft gemaakt”, meent Melkert. “Immers, het Planbureau constateert dat er in de periode 1986-1989 geen serieuze tekortreductie heeft plaatsgevonden.”

Voor volgend jaar houdt Lubbers rekening met een ontkoppeling van de uitkeringen van de loonontwikkeling in het bedrijfsleven. “Je kunt kijken naar de A van WKA”, schrijft Lubbers. De A staat voor de Afwijkingsmogelijkheid, in de nieuwe koppelingswet WKA.

Pag 2: Steeds minder actieven

Over de koppeling van de sociale uitkeringen aan de loonontwikkeling in het bedrijfsleven schrijft minister-president Lubbers: “Je kunt kijken naar de A van WKA”. De nieuwe koppelingswet, Wet Koppeling met Afwijkingsmogelijkheid, kent twee criteria om te ontkoppelen: een te forse loonstijging en een verslechtering van de verhouding tussen het aantal werkenden (actieven) en het aantal mensen met een uitkeringen (niet-actieven). Het kabinet behoudt zich het recht voor niet te koppelen als er op honderd actieven meer dan 86 niet-actieven zijn. Voor volgend jaar verwacht het Centraal Planbureau dat er tegenover honderd actieven 86,6 mensen met een uitkeringen staan; (1992: 86,4).

Afgelopen vrijdag liet minister Kok (financiën) weten dat hij wil vasthouden aan de koppeling. Hij benadrukte dat een evenwichtige inkomensverdeling prioriteit heeft. En streeft naar een evenwichtiger beeld dan het Centraal Planbureau in het gisteren gepubliceerde Centraal Economisch Plan 1992 schetst.

Het Planbureau verwacht dat de koopkracht van de modale werknemer dit jaar stabiel blijft en volgend jaar met een kwart procent zou kunnen stijgen. Voor minimumloners en uitkeringsgerechtigden ziet het beeld er minder gunstig uit. Minimumloners blijven dit jaar stabiel en gaan er volgend jaar een half procent op achteruit, terwijl de uitkeringsgerechtigden zowel dit jaar als volgend jaar driekwart procent moeten inleveren. Het CPB gaat voor 1993 weliswaar uit van de technische veronderstelling dat er gekoppeld wordt, maar de contractlonen stijgen nu eenmaal minder dan de gemiddelde lonen.

Na de ministerraad van vrijdag zei Lubbers dat hij zich veel zorgen maakte over de loonstijging in het bedrijfsleven en de gevolgen voor de inflatie. Volgens Lubbers moet ernaar worden gestreefd de inflatie ook volgend jaar onder de 3,5 procent te houden “maar daar moeten we nog wel beleid voor ontwikkelen”. Volgens het Centraal Planbureau stijgt de inflatie volgend jaar tot 4,25 procent.

CPB-directeur Zalm zei gisteren bij de presentatie van het Centraal Economisch Plan 1992 dat een lastenverlichting volgend jaar “heel wenselijk” is voor de beperking van de loon- en prijsstijging. Hij pleit voor een BTW-verlaging van een procentpunt.

In de notitie die Lubbers aan zijn collega's heeft gegeven, spreekt de minister-president zich niet uit over de BTW-verlaging. Hij schaart zich achter het voorstel van CDA-minister May-Weggen (verkeer en waterstaat) om een aantal lastenverzwaringen waartoe het kabinet vorig jaar bij het opmaken van de Tussenbalans had besloten niet door te laten gaan of af te zwakken.

De verhoging van de benzine-accijns zou niet door gaan, terwijl de accijns op diesel volgend jaar met een dubbeltje zou worden verhoogd. De extra verhoging van 6 procent van de tarieven in het openbaar vervoer zou worden beperkt.